NEW
Font size
S
M
L
XL
Worksheetsgroep D en B 6-2-2018
Total questions: 25
Worksheet time: 13mins
Name
Class
Date
1.
De achterkant van een schip uit de Gouden Eeuw heet
a)
De black
b)
De spiegel
c)
de neus
d)
De kont
2.
Het staatje van ...........
a)
Rembrandt
b)
Frans Hals
c)
Vermeer
d)
Van Gogh
3.
.....................van Frans Hals
a)
De troubadour
b)
De jager
c)
Zelfportret
d)
De vrolijke drinker
4.
dit is een...........
a)
trapgevel
b)
halsgevel
c)
kroongevel
d)
gevelsteen
5.
Dit noemen ze .............van Amsterdam
a)
de grachtengordel
b)
het grachtenhuis
c)
De buitenwijk
d)
het middelste
6.
dit is .................van de boot
a)
de boot
b)
het kraaiennest
c)
de bal
d)
de toren
7.
Dit is....................
a)
de kerk op de Dam
b)
het paleis op de Dam
c)
de toren op de Dam
d)
het plein op de Dam
8.
Dit is de Nachtwacht van
a)
Vermeer
b)
Rembrandt
c)
Van Gogh
d)
Hals
9.
Een plaatje van
a)
de Middeleeuwen
b)
van Gogh
c)
Rembrandt
d)
de slavernij
10.
Dit is ....................
a)
het paleis op de Dam
b)
de kerk op de Dam
c)
de oude kerk
d)
de nieuwe kerk
11.
Deze provincie waar ze graag schaatsen heet..
a)
Groningen
b)
Friesland
c)
Noord- Holland
d)
Zeeland
12.
Hier zie jee een kaart van de provincie
a)
Zeeland
b)
Utrecht
c)
Groningen
d)
Zuid- Holland
13.
Rotterdam ligt in...............
a)
Zuid-Holland
b)
Noord-Holland
c)
Zeeland
d)
Overijssel
14.
Welke provincie grenst aan Duitsland
a)
Zeeland
b)
Zuid-Holland
c)
Utrecht
d)
Overijssel
15.
Dit is ........
a)
Zuid-Holland
b)
Noord-Holland
c)
Zeeland
d)
Noord-Brabant
16.
dit is
a)
Zuid-Holland
b)
Nood- Holland
c)
Zeeland
d)
Limburg
17.
Dit is
a)
Zuid-Holland
b)
Noord-Holland
c)
Zeeland
d)
Drenthe
18.
dit is ..........
a)
Utrecht
b)
Zuid-Holland
c)
Noord-Holland
d)
Zeeland
19.
dit is...............
a)
Zuid-Holland
b)
Overijssel
c)
Noord-Holland
d)
DRenthe
20.
Onze school ligt in deze provincie,
namelijk................
namelijk................
a)
Zuid-Holland
b)
Noord-Holland
c)
Overijssel
d)
Flevoland
21.
Steeds meer: Goed-beter
a)
beetst
b)
best
c)
goedst
d)
besta
22.
Steeds meer... Veel, meer,.....
a)
veelst
b)
mist
c)
meest
d)
minst
23.
Zij heeft weinig snoepjes,.Hij heeft er.....
Maar zij heeft er het............
Maar zij heeft er het............
a)
weiniger, minst
b)
weiniger,weinigst
c)
minder, minst
d)
meest.
24.
Dom, dommer,
a)
domst
b)
dommest
c)
dimmen
d)
domp
25.
lief,
a)
liefer, liefst
b)
liever, liefster
c)
liever, liefst
d)
lieverst, liefster
Reset
