wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Leswijs H3 Markt

Total questions: 15

Worksheet time: 33mins

Name
Class
Date
1.
Is er op de volgende markt sprake van een concrete markt of van een abstracte markt?de weekmarkt op het dorpsplein
a)
Abstracte markt
b)
Concrete markt
2.
Is er op de volgende markt sprake van een concrete markt of van een abstracte markt?De woningmarkt van Noord-Holland
a)
Concrete markt
b)
Abstracte markt
3.
Is er op de volgende markt sprake van een concrete markt of van een abstracte markt? De vraag en aanbod van groente op de veiling
a)
Concrete markt
b)
Abstracte markt
4.
Is er op de volgende markt sprake van een concrete markt of van een abstracte markt?De aandelenhandel op de Amsterdamse effectenbeurs
a)
Concrete markt
b)
Abstracte markt
5.
Is de volgende bewering waar of niet waar?  Zolang de prijs hoger is dan de betalingsbereidheid, koopt de consument het product.
a)
Waar
b)
Niet waar
6.
Is de volgende bewering waar of niet waar? De betalingsbereidheid van de consument hangt onder meer af van het budget.
a)
Waar
b)
Niet waar
7.
Is de volgende bewering waar of niet waar? Een individuele vraaglijn verloopt dalend wanneer de betalingsbereidheid voor elk volgend product afneemt.
a)
Waar
b)
Niet waar
8.
Is de volgende bewering waar of niet waar? Een individuele vraaglijn voor een product met een hoge prijselasticiteit van de vraag verloopt heel steil.
a)
Waar
b)
Niet waar
9.
Maak de zin af. De vraag naar exclusieve merkkleding als die van Versace en Dior is
a)
inelastische, omdat de vraag niet erg gevoelig is voor prijsschommelingen.
b)
elastische, omdat de collectieve vraag sterk stijgt bij aanbiedingen en kortingen.
c)
inelastisch, omdat het een luxeproduct is.
d)
elastische, omdat de vraag niet erg gevoelig is voor prijsschommelingen.
10.
Het aantal döner-kebabzaken is de laatste jaren enorm gegroeid, terwijl de vraag gelijk bleef. Dit heeft invloed op de prijs van een broodje döner. Welke bewering is waar over de broodjes döner?
a)
Door de hogere vraag is de prijs gestegen.
b)
Door de hogere vraag is de prijs gedaald.
c)
Door de gestegen aanbod is de prijs gedaald.
d)
Door toegenomen concurrentie is de prijs gestegen.
11.
Is de volgende bewering waar of niet waar? Een individuele vraaglijn verloopt dalend wanneer de betalingsbereidheid voor elk volgend product afneemt.
a)
Waar
b)
Niet waar
12.
Is de volgende bewering waar of niet waar? Een individuele vraaglijn voor een product met een hoge prijselasticiteit van de vraag verloopt heel steil.
a)
Waar
b)
Niet waar
13.
In de bron staat de vraaglijn van dvd-recorders. Als de prijs van een dvd-recorder daalt,
a)
verschuift de vraaglijn naar links.
b)
verschuift de vraaglijn naar rechts.
c)
vindt een verplaatsing langs de vraaglijn omhoog plaats.
d)
vindt een verplaatsing langs de vraaglijn omlaag plaats.
14.
In de bron staat de vraaglijn van dvd-recorders. Kies het juiste antwoord en verklaar je keuze. Als de prijs van een dvd-r-schijfje daalt,
a)
verschuift de vraaglijn van dvd-recorders naar links.
b)
verschuift de vraaglijn van dvd-recorders naar rechts.
c)
vindt een verplaatsing langs de vraaglijn van dvd-recorders omhoog plaats.
d)
vindt een verplaatsing langs de vraaglijn van dvd-recorders omlaag plaats.
15.

De vraagvergelijking van een bepaald soort shampoo is:

Qv = –2,5P + 20.

Qv is de gevraagde hoeveelheid in miljoenen flessen shampoo. P is de prijs per fles shampoo in euro’s.   De prijs van deze shampoo stijgt van € 2 naar € 3. Wat is het gevolg van die prijsstijging voor de afzet en de omzet van deze shampoo?

a)
De afzet in flessen stijgt met 2,5 miljoen, De omzet in euro’s stijgt met 7,5 miljoen.
b)
De afzet in flessen daalt met 2,5 miljoen, De omzet in euro’s stijgt met 7,5 miljoen.
c)
De afzet in flessen daalt met 2,5 miljoen, De omzet in euro’s daalt met 7,5 miljoen.
d)
De afzet in flessen stijgt met 7,5 miljoen, De omzet in euro’s stijgt met 2,5 miljoen.