wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

SO GS b1c Tijd van ridders & Monniken

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.
Wat zijn horigen?
a)
Soldaten 
b)
Een heer
c)
Romeinen 
d)
Boeren 
2.
Welke zin is goed?!
a)
Karel de Grote maakte gebruik van het leenstelsel.
b)
Boeren verhuisde naar Rome. 
c)
Ridders behoorde tot de sociale laag van de boeren. 
d)
Door de volksverhuizingen ging het Griekse rijk ten onder. 
3.
Wat is een leenheer?
a)
Iemand die land uit leent om voor zijn land te zorgen. 
b)
Iemand die eten geeft en het later terug krijgt. 
c)
Iemand die geld uitleent. 
d)
Iemand die geneesmiddelen uitleent voor ruilhandel. 
4.
Hoe heten de twee rijken na de val van Rome?
a)
Noord en Zuid Romeinse rijk
b)
Oost en West Romeinse rijk
c)
Groot en klein Romeinse rijk 
d)
Wit en rood Romeinse rijk 
5.
Hoe heet het als je al horigen moest werken voor een heer?
a)
Medeplicht 
b)
Herenzaken 
c)
Herendiensten 
d)
Dienstplicht 
6.
Wat is een autarkie? 
a)
Ze kochten dingen van andere stammen. 
b)
Ze maakte alles zelf. 
c)
Ze leenden van andere stammen. 
d)
Oude mensen gingen door door ziekte. 
7.
Bij wie moesten de boeren bescherming zoeken toen de Romeinen vertrokken?
a)
De rijke boeren. 
b)
Bij de Romeinen. 
c)
Bij zichzelf. 
d)
Bij de elfjes. 
8.
In welke tijd begonnen de monniken en de ridders?
a)
500
b)
800
c)
- 3000
d)
400
9.
Uit welk land komt Karel de Grote?
a)
Nederland
b)
Italë
c)
Duitsland
d)
Frankrijk
10.
Wie heeft Karel de Grote gekroond?
a)
De ridders
b)
De paus
c)
De monniken
d)
Zijn beste vriend
11.
Wie konden in de Middeleeuwen lezen en schrijven?
a)
De ridders
b)
Karel de Grote
c)
De monniken
d)
Iedereen
12.
Hoe lang duurde de Middeleeuwen?
a)
1000 jaar
b)
500 jaar
c)
200 jaar
d)
800 jaar
13.
In de tijd van monniken en ridders gingen boeren op domeinen wonen omdat...
a)
De mooiste huizen op het domein van de heer stonden
b)
Je op een domein zeker wist dat je altijd genoeg te eten had
c)
mensen dachten/hoopten dat het leven op een domein veiliger was.
d)
mensen het belangrijk vonden om bij elkaar te wonen
14.
Horigheid heeft te maken met
a)
Onvrijheid van de horigen
b)
Slecht kunnen horen door een ziekte in deze tijd.
c)
De vrijheid van de boeren in steden
d)
de hoeveelheid producten die een boer altijd moet maken.
15.
De heer, zijn soldaten en horigen woonden samen op ...
a)
Het stadje
b)
Het hof
c)
Het domein
d)
Het hele grondgebied
16.
Herendiensten zijn...
a)
Betaalde klusjes die de Heer voor de horigen moet doen
b)
Betaalde klusjes die horigen voor de heer moeten doen.
c)
Onbetaalde klusjes die de Heer voor de horigen moet doen
d)
Onbetaalde klusjes die horigen voor de heer moeten doen.
17.
Het systeem met horigen op een domein noemen we het...
a)
Leenstelsel
b)
Hofdomein
c)
Hofstelsel
d)
Leendomein
18.
De tijd van monniken en ridders vormt de start van de:
a)
Oudheid
b)
Middeleeuwen
c)
Nieuwe tijd
d)
Prehistorie
19.
Welke gebeurtenis zorgde voor het einde van het West-Romeinse Rijk?
a)
De Grote Volksverhuizing
b)
Het aftreden van de laatste Romeinse keizer
c)
De invallen van de Vandalen
d)
De verspreiding van het christendom
20.
De middeleeuwen worden ook wel de duistere tijd genoemd. Wat is daar geen reden van?
a)
Er was veel oorlog en strijd
b)
We weten weinig over de middeleeuwen
c)

Er waren veel vulkaanuitbarstingen.

Aswolken zorgden voor duisternis.

d)
De mensen gingen achteruit in ontwikkeling na de Romeinen.