Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3: Trias Politica

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wie beslist in Nederland vast wat strafbaar is?

a)

Politie en ambtenaren

b)

Regering en het parlement

c)

Rechters

d)

Openbaar ministerie

2.

Een ... is een aanvulling van de gemeente of de provincie op een landelijke wet.

a)

Verantwoording

b)

Beleid

c)

Maatregel

d)

Verordening

3.

Een verdachte staande houden en fouilleren is GEEN bevoegdheid van de politie.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Beleid waarbij wordt bepaald op welke manier er met gedetineerden en hun detentieplaats wordt omgegaan noemen we ... -beleid.

a)

Opsporings

b)

Jeugd

c)

Gevangenis

d)

Vervolgings

5.

Wat is GEEN recht of plicht van een verdachte?

a)

De verdachte moet weten waarvan hij verdacht wordt.

b)

De verdachte heeft het recht om te zwijgen.

c)

De verdachte heeft de plicht zich te identificeren.

d)

De verdachte moet 24 uur vastgehouden worden.

6.

Als iemand het niet eens is met de uitspraak van de rechter kun je eerst in beroep gaan bij het ?

a)

Openbaar Ministerie

b)

Rechtbank

c)

Gerechtshof

d)

Hoge Raad

7.

Iedereen is onschuldig totdat de schuld door de rechtbank wordt bewezen.

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

De politie behoort tot de ?

a)

Wetgevende macht

b)

Uitvoerende macht

c)

Rechterlijke macht

9.

Het parlement behoort tot de?

a)

Wetgevende macht

b)

Uitvoerende macht

c)

Rechterlijke macht

10.

Het openbaar ministerie mag als enige verdachten voor de rechter brengen.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

De verdachte mag in een rechtszaak iets zeggen als hij/zij wil.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Als het openbaar ministerie besluit de verdachte niet voor de rechter te brengen, noem je dit?

a)

Deponeren

b)

Seponeren

c)

Resoneren

13.

Een verdachte moet 40 dagen de cel in maar heeft 43 dagen in hechtenis gezeten. Moet hij nog de cel in?

a)

Ja

b)

Nee

14.

Een hoofdtaak van het openbaar ministerie is het opsporen van verdachten.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

De persoonlijke eigenschappen en de situatie waarin het delict plaatsvond zijn belangrijk voor het strafproces.

a)

Juist

b)

Onjuist