wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Stoffen NOVA 1/2 VMBO NASK

Total questions: 23

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

In een maatcilinder zit een lichtblauw gekleurde heldere vloeistof.

a)

Dit is een filtraat

b)

Dit is een oplossing

c)

Dit is een residu

d)

Dit is een suspentie

2.
Wat is een zuivere stof?
a)
Cola
b)
Bronwater (spa rood)
c)
Suiker
d)
Zuivere boslucht
3.
Tessa heeft een kopje thee gezet.
Ze houdt van zoet en doet er twee klontjes suiker bij.
Ze vraagt zich af wat nu het oplosmiddel is.
a)
de suiker
b)
het water
c)
de theeblaadjes
d)
de smaakstoffen uit de theeblaadjes
4.
Thee is een:
a)
Zuivere stof
b)
Suspensie
c)
Oplossing
d)
Vast mengsel
5.
Appelsap is een:
a)
Zuivere stof
b)
Suspensie
c)
Oplossing
d)
Vast mengsel
6.
Zeewater is een:
a)
Zuivere stof
b)
Suspensie
c)
Oplossing
d)
Vast mengsel
7.
Hoeveel weegt één citroen?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
8.

Met een bekerglas kun je een vloeistof precies afmeten

a)

waar

b)

niet waar

9.
Dit noem je een ..
a)
Boekenkast
b)
Reageerbuisrekje
c)
pipettenrek
10.
Dit is een ..
a)
maatbeker
b)
erlenmeyer
c)
bekerglas
11.
Dit is een
a)
pipet
b)
maatcillinder
c)
reageerbuis
12.
Schoonmaakmiddelen kunnen reinigen, beschermen en desinfecteren. Daar zijn verschillende middelen voor. 
Een voorbeeld van een desinfectiemiddel is ...
a)
chloor
b)
schuurmiddel
c)
meubelwas
13.
 Een voorbeeld van een reinigingsmiddel is…
a)
Alcohol
b)
geurstokjes
c)
schuurmiddel
d)
meubelwas
14.
Goede deurmatten gebruiken, niet te veel schoonmaakmiddel gebruiken en afvalproducten op de juiste manier weggooien zijn voorbeelden van ………… werken.
a)
Hygiënisch werken
b)
Ergonomisch werken
c)
Milieubewust werken
d)
Veilig werken
15.
Er zijn allerlei werk volgordes bij het schoonmaken. Van vuil naar schoon. Van boven naar beneden. Kies het juiste antwoord.
 W
elke volgorde is juist?
a)
Stoffen, stofzuigen, dweilen
b)
Dweilen, stofzuigen, stoffen
c)
Stofzuigen, stoffen, dweilen
16.

Stoffen kun je herkennen aan:

a)

Smaak

b)

Geur

c)

Kleur

d)

Alle drie eigenschappen zijn stofeigenschappen

17.

Filterkoffie zetten. Wat is de juiste naam voor de koffieprut die achterblijft in het filterzakje?

a)

Oplosmiddel

b)

Residu

c)

Filtraat

d)

Extract

18.

In een filter zitten kleine gaatjes. Het filtraat kan daar makkelijk doorheen. Het residu blijft achter omdat de korreltjes niet door de gaatjes kunnen. Hoe noem je deze methode om twee stoffen van elkaar te scheiden?

a)

Reduceren

b)

Extraheren

c)

Filtreren

d)

Evalueren

19.

Waarvoor gebruik je een weegschaal?

a)

Om het volume van een hoeveelheid stof te bepalen

b)

Om de massa van een hoeveelheid stof te bepalen

c)

Om de dichtheid van een hoeveelheid stof te bepalen

d)

Om de lengte van een hoeveelheid stof te bepalen

20.

Controleer voor het gebruik van een brander:

a)

controleer of de luchtregeling en de gasregeling dicht zijn.

b)

Was je handen

c)

Open de gaskraan

d)

Zet de brander onder de driepoot

21.

Zo steek je de brander aan:

a)

Draai de gasregelknop en de luchtring helemaal open en houdt een brandende lucifer boven de schoorsteen

b)

Zorg dat de luchtring en de gasregelknop gesloten zijn. Draar de gastoevoerkraan open. Houd een brandende lucifer boven de schoorsteen en draai de gasregelknop een beetje open

c)

Zorg dat de luchtring open staat en de gasregelknop gesloten is. Draar de gastoevoerkraan open. Houd een brandende lucifer boven de schoorsteen en draai de gasregelknop een beetje open

d)

Steek een lucifer aan en probeer of de brander wil branden

22.

Welke namen van de brander zijn juist

a)

1 lucifer

2 luchtring

3 schoorsteen

4 gasregelknop

b)

1 lucifer

2 schoorsteen

3 gasregelknop

4 luchtring

c)

1 lucifer

2 gasregelknop

3 luchtring

4 schoorsteen

d)

1 lucifer

2 schoorsteen

3 luchtring

4 gasregelknop

23.

In een filter zitten gemalen koffiebonen. Als je heet water op de gemalen koffie schenkt dan lossen de geur, kleur en smaakstoffen op in het water. Er loopt dan koffie uit het filter. Hoe noem je deze methode om met een oplosmiddel stoffen uit een vaste stof te spoelen?

a)

Reduceren

b)

Extraheren

c)

Filtreren

d)

Evalueren