wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

vanalles

Total questions: 15

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Welk woord is een werkwoord?

a)

hand

b)

lopen

c)

been

d)

arm

2.

Wie?

a)

een mens

b)

een ding

c)

de tijd

d)

de plaats

3.

Welk woord is een zelfstandig naamwoord?

a)

wijzen

b)

lopen

c)

rennen

d)

lichaam

4.

Waar zie je een goede vraag?

a)

Ik ben Bas

b)

Loop jij naar school?

c)

Wij lopen naar school?

d)

Ik heet Bas?

5.

De man

a)

de manen

b)

de maanen

c)

de mannen

d)

de maannen

6.

Waar?

a)

Op school

b)

Morgen

c)

Het meisje

d)

De fiets

7.

Tegenovergestelde woord van ziek zijn

a)

de dokter

b)

beter zijn

c)

vies zijn

d)

lekker zijn

8.

De vrouw zit in het restaurant.

Waar zit de vrouw?

a)

zit

b)

in het restaurant

c)

de vrouw

9.

Wanneer?

a)

in de ochtend

b)

op het plein

c)

de lerares

d)

de pen

10.

de haak

a)

de hakken

b)

de haaken

c)

de haakken

d)

de haken

11.

De vrouw zit op de bank.

a)

Wanneer zit de vrouw?

b)

Waar zit de vrouw?

c)

Wie zit de vrouw?

d)

Wat zit de vrouw?

12.

D ___________K

a)

UI

b)

OE

c)

EU

d)

EI

13.

G __________________T

a)

OE

b)

UI

c)

EI

d)

EU

14.

KR ________________S

a)

UI

b)

EU

c)

OE

d)

EI

15.

Wat?

a)

de moeder

b)

in de middag

c)

de tafel

d)

in de klas