NEW
Font size
Worksheetsvanalles
Total questions: 15
Worksheet time: 12mins
Welk woord is een werkwoord?
hand
lopen
been
arm
Wie?
een mens
een ding
de tijd
de plaats
Welk woord is een zelfstandig naamwoord?
wijzen
lopen
rennen
lichaam
Waar zie je een goede vraag?
Ik ben Bas
Loop jij naar school?
Wij lopen naar school?
Ik heet Bas?
De man
de manen
de maanen
de mannen
de maannen
Waar?
Op school
Morgen
Het meisje
De fiets
Tegenovergestelde woord van ziek zijn
de dokter
beter zijn
vies zijn
lekker zijn
De vrouw zit in het restaurant.
Waar zit de vrouw?
zit
in het restaurant
de vrouw
Wanneer?
in de ochtend
op het plein
de lerares
de pen
de haak
de hakken
de haaken
de haakken
de haken
De vrouw zit op de bank.
Wanneer zit de vrouw?
Waar zit de vrouw?
Wie zit de vrouw?
Wat zit de vrouw?
D ___________K
UI
OE
EU
EI
G __________________T
OE
UI
EI
EU
KR ________________S
UI
EU
OE
EI
Wat?
de moeder
in de middag
de tafel
in de klas
