wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets 1.5, 2.1, 2.2

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

I Toen Philippos van Macedonië het leger van de Griekse steden versloeg kwam er een eind aan de zelfstandige poleis.

II Philippos van Macedonië gebruikte de oorlog tegen de Perzen als middel om de Grieken tot een eenheid te krijgen.

a)

I is fout en II is goed

b)

I is goed en II is fout

c)

Beide zijn fout

d)

Beide zijn goed

2.

Lees de stellingen.


I De ontwikkeling van de handel in de vroege geschiedenis van Rome was te danken aan de Griekse kolonies in Italië, omdat die rijk en meer ontwikkeld waren dan Rome.


II De Etrusken hielden zich afzijdig van de stadstaat Rome, maar namen wel hun vernieuwingen in de landbouw over.

a)

Beide zijn fout

b)

I is fout en II is goed

c)

I is goed en II is fout

d)

Beide zijn goed

3.

Welke van de onderstaande punten is géén oorzaak voor de groei van Rome?

a)

Het lag aan een doorwaadbare plaats.

b)

Ze hadden zout

c)

Ze hadden Etruskische koningen

d)

Het lag aan een kruispunt van handelswegen

4.

In welk jaar begon Philippos van Macedonië de Griekse poleis veroverd?

a)

328 v. Chr.

b)

338 v. Chr.

c)

348 v. Chr.

d)

318 v. Chr.

5.

Waarom stichtte Alexander de grote overal steden in zijn nieuw veroverde grote rijk? Let op: twee antwoorden zijn goed!

a)

Om het gebied te kunnen controleren.

b)

Omdat hij ijdel was en overal steden naar zichzelf wilde noemen.

c)

Zodat zijn soldaten in de nieuwe steden de bovenlaag van de samenleving gingen vormen.

d)

Omdat hij meer van steden dan van dorpen hield.

6.

Waarom namen sommige Syriërs en Egyptenaren na 300 v. Chr. de Griekse taal en manieren over?

a)

Ze vonden de Griekse taal en manieren mooier dan hun eigen.

b)

Doordat de Grieken nu de baas waren, moest iedereen in Syrië en Egypte leven als een Griek.

c)

Als je in Syrië en Egypte iets wilde bereiken, moest je Grieks leren en proberen mee te doen met de Grieken.

7.

Waarom schreven de vrienden van Jezus van Nazareth het Nieuwe Testament niet in het Hebreeuws, maar in het Grieks/

a)

Ze waren het Hebreeuws verleerd omdat ze al zo lang deel uitmaakten van een hellenistische cultuur.

b)

Het Grieks was de belangrijkste taal in het Middellandse-Zeegebied, net als het Engels nu.

c)

Omdat ze vonden dat alleen Grieken het Nieuwe Testament moesten kunnen lezen.

d)

Omdat ze bij de Griekse bovenlaag in hun land wilden horen en die sprak en schreef Grieks.

8.

Kies de juiste chronologische volgorde voor de Romeinse veroveringen, van vroeg naar laat:

a)

Punische oorlogen - verovering van Italië - verovering van hellenistische rijken - invloed van de Etrusken

b)

invloed van de Etrusken - verovering van hellenistische rijken - Punische oorlogen - verovering van Italië

c)

verovering van hellenistische rijken - invloed van de Etrusken -verovering van Italië - Punische oorlogen

d)

invloed van de Etrusken - verovering van Italië - Punische oorlogen - verovering van hellenistische rijken

9.

Waarom konden generaals zoals Julius Caesar rekenen op de onvoorwaardelijke steun van hun legioenen? Meerdere antwoorden zijn goed.

a)

Caesars soldaten hadden hem trouw gezworen.

b)

Zij lieten hun soldaten flink meeprofiteren van de oorlogsbuit

c)

Generaals zoals Caesar werden niet meer elk jaar vervangen en konden daardoor een band opbouwen met hun soldaten.

d)

Caesar was een populaire generaal, iedereen wilde in zijn leger dienen.

10.

Waardoor werd Julius Caesar een van de belangrijkste Romeinen van zijn tijd?

a)

Hij had Spanje veroverd en had daardoor veel aanzien gekregen.

b)

Hij had Gallië veroverd en was daardoor schatrijk geworden.

c)

Hij maakte slim gebruik van ruzies tussen Gallische stamhoofden.

d)

Hij had Syrië veroverd en was daaroor schatrijk geworden.

11.

Wie was Hannibal?

a)

Een Romeinse generaal die beroemd werd tijdens de Punische Oorlogen.

b)

Een Etruskische koning die over Rome heerste.

c)

Een koning van Carthago die door de Romeinen werd verslagen.

d)

Een Carthaagse generaal die de Romeinse legioenen keer op keer versloeg.

12.

Een steeds groter deel van het Romeinse leger bestond uit arme vrijwilligers die hoopten rijk te worden door de oorlogsbuit. Hoe is dat zo gekomen?

a)

De Romeinen wilden ook armere mensen de kans geven rijk te worden als soldaat.

b)

Nu de Romeinen niet meer in Italië vochten, maar in Griekenland, Turkije of Syrië, was het voor de soldaten te ver om elk jaar terug te gaan naar huis, naar hun boerderij.

c)

Boeren hadden geen zin meer om in het Romeinse leger te gaan, omdat ze bij hun boerderij wilden blijven.

d)

Het Romeinse Rijk had zoveel soldaten nodig, dat ze ook de armen enthousiast wilden maken soldaat te worden.

13.

Waarom hebben we het telkens over de Grieks-Romeinse cultuur en niet gewoon over de Romeinse?

a)

De Romeinen hadden eigenlijk dezelfde cultuur als de Grieken.

b)

De Romeinen veroverden Griekenland en andere hellenistische koninkrijken, namen veel van de Grieken over, maar pasten ook dingen aan.

c)

Rome was nog maar een klein, arm stadstaatje toen Athene en Sparta al over hun hoogtepunt heen waren.

d)

De Romeinen hadden de Griekse cultuur leren kennen via het leger en handelaren.

14.

Waarom is Julius Caesar vermoord?

a)

Toen hij als generaal te machtig werd en compleet zijn eigen zin deed, hebben andere senatoren hem vermoord.

b)

Omdat hij deed alsof hij een gewone burger was, maar wel alle touwtjes in handen hield.

c)

Omdat hij niet meer luisterde naar de senaat, die de macht had in de Romeinse Republiek.

d)

Omdat hij te rijk was geworden door de verovering van Gallië.

15.

Wat was er volgens de Romeinen zelf de oorzaak van dat het vanaf de derde eeuw steeds slechter ging met het Romeinse Rijk?

a)

Steeds vaker vielen grote groepen Germanen het Romeinse Rijk binnen.

b)

Het Rijk was verzwakt doordat het slecht ging met de economie.

c)

De meeste keizers regeerden in de derde en vierde eeuw maar heel kort.

d)

De christenen geloofden niet in de Romeinse goden en ze weigerden de keizer te vereren.