Font size
Worksheets3 kader H3 elektriciteit
Total questions: 19
Worksheet time: 9mins
In een schakeling zijn drie lampjes in serie geschakeld. Welke twee beweringen over de stroom en de stroomsterkte in deze schakeling zijn waar?
De stroomsterkte is overal in de stroomkring gelijk.
De totale stroomsterkte is het grootst door het eerste lampje.
De totale stroomsterkte vind je door de stroomsterktes door de drie lampjes bij elkaar op te tellen.
De stroom kan maar één route volgen.
Welke twee beweringen over overbelasting zijn waar?
De stroom wordt te groot.
De stroom ondervindt vrijwel geen weerstand meer.
Er treedt kortsluiting in een apparaat op.
Er zijn te veel apparaten op één groep aangesloten.
Wat is de formule om het vermogen van een apparaat te berekenen?
P = U ∕ I
P = U * I
U = I ∕ P
U = P * I
Je kunt de stroomsterkte meten in A of in mA.
Zet om in mA:
0,006 A = … mA
0,6 mA
6 mA
60 mA
600 mA
Betty maakt een parallelschakeling met drie lampjes. Ze sluit de schakeling aan op een gelijkspanningsbron. Welk schema hoort bij deze schakeling?
Jos maakt een serieschakeling met twee lampjes. Hij wil de totale stroomsterkte meten door de stroomkring. In welke figuur staat de stroommeter juist aangesloten?
