Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4B Hoofdstuk 7 Nederland handelsland

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Nederland heeft een open economie

a)

Er is geen douane meer

b)

Nederland heeft een hoge import- en exportquote

c)

Nederland exporteert veel naar het buitenland

d)

Nederland importeert veel uit het buitenland

2.

De toegevoegde waarde van wederuitvoer is hoger dan de toegevoegde waarde van producten die we in eigen land produceren

a)

Dat is juist

b)

Dat is onjuist

3.

Een toename van het toerisme naar Nederland kan een groter overschot op de Nederlandse betalingsbalans opleveren

a)

Dat is juist

b)

Dat is onjuist

4.

Een koersstijging van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro is gunstig voor Nederlandse bedrijven die naar de VS exporteren.

a)

Dat is juist

b)

Dat is onjuist

5.

Maarten en Anke gaan naar Zwitserland op vakantie. Is er voor Zwitserland sprake van import of export wanneer Maarten en Anke als toeristen naar Zwitserland gaan

a)

Export

b)

Import

6.

De Wereldorganisatie WTO probeert vrijhandel in de wereld te stimuleren. Welke van de onderstaande maatregelen bevordert de vrijhandel in de wereld?

a)

Importheffingen instellen

b)

Importquota instellen

c)

Invoerrechten afschaffen

d)

Protectiemaatregelen bevorderen

7.

EMU staat voor ...

a)

Eerste Mogelijke Unie

b)

Europese Makelaardij Unie

c)

Eerste Monetaire Unie

d)

Europese Monetaire Unie

8.

Een product wordt geproduceerd en geëxporteerd door het land dat dit het beste en goedkoopste kan ..

a)

dat is globalisering

b)

dat is internationale arbeidsverdeling

c)

dat is internationale concurrentiepositie

d)

dat zijn protectiemaatregelen

9.

Een ander woord voor contingentering is ...

a)

exportsubsidie

b)

exportquota

c)

importquota

d)

wederuitvoer

10.

Polen is lid van de EU. Veel Polen werken in Duitsland en Nederland. Dat is toegestaan omdat er in de EU vrij verkeer van ... is

a)

goederen en diensten

b)

personen

c)

verkeer en kapitaal

11.

Om gelijkwaardige concurrentie mogelijk te maken, probeert de EU regels gelijk te trekken. Je noemt dat ...

a)

wetten

b)

interne markt

c)

harmonisatie

d)

globalisering

12.

Vrijhandel heeft ons land meer welvaart opgebracht. Welk antwoord is onjuist?

a)

Vrijhandel maak ingevoerde producten goedkoper

b)

vrijhandel zorgt voor verbetering van de koopkracht

c)

levert ons land veel werkgelegenheid op

13.

Wereldwijde vrijhandel zal de welvaart bevorderen. Daarom proberen landen met elkaar afspraken te maken over het afschaffen van protectiemaatregelen. Dit gebeurt onder leiding van ...

a)

de WTO

b)

de EMU

c)

de EU

d)

de Kamer van Koophandel

14.

Meer export betekent voor Nederland ...

a)

meer productie en toename van de werkloosheid

b)

minder productie en een daling van de werkloosheid

c)

toename van de werkgelegenheid

d)

daling van de werkgelegenheid

15.

Welk land staat op het punt om uit de Europese Unie te stappen?

a)

Frankrijk

b)

Noorwegen

c)

Groot Brittanie

d)

Duitsland

16.

Een land mag de euro invoeren wanneer de inflatie maximaal ... % is.

a)

0,5

b)

1,5

c)

2,5

d)

3,5

17.

Wanneer mag een land de euro invoeren? Het tekort van de overheid mag niet groter zijn dan ... % van het bruto binnenlands product (bbp)

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

18.

Wanneer mag een land de euro invoeren? De totale schuld van de overheid moet lager zijn dan ... % van het bruto binnenlands product (bbp)

a)

90

b)

80

c)

70

d)

60

19.

Wat zijn voor Nederland de voornaamste exportbestemmingen?

a)

Duitsland, België en Verenigd Koninkrijk

b)

Frankrijk, Noorwegen en Zweden

c)

Verenigde Staten, Italië en Denemarken

d)

Slowakije, Tjechië en HJongarije

20.

Hoeveel mensen wonen er in de Europese Unie

a)

216.530.000

b)

316.530.000

c)

416.530.000

d)

516.530.000