Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

LV en MV

Total questions: 10

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welke vraag stel je om het lijdend voorwerp te vinden?

a)

Wie/ wat + pv?

b)

Aan wie / wat of Voor wie/ wat + pv + o ?

c)

Wie/wat + pv + o + gezegde?

d)

Wie/ wat + o?

2.

Welke vraag stel je om het meewerkend voorwerp te vinden?

a)

Aan wie + pv + o + gezegde?

b)

Wie/wat + pv + o + gezegde?

c)

Aan wie/wat of Voor wie/wat + pv + o + gezegde?

d)

Voor wie / wat + pv + o + gezegde?

3.

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?

Bij de afdaling van een berg ontdekten toeristen een gletsjerlijk.

a)

toeristen

b)

bij de afdaling

c)

bij de afdaling van een berg

d)

een gletsjerlijk

4.

Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?

Ik vertel mijn ouders elke dag een leugen.

a)

een leugen

b)

elke dag

c)

mijn ouders

d)

ik

5.

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?

Anne is een lieve dame.

a)

Anne

b)

Een lieve dame

c)

Geen LV mogelijk

6.

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?

Fleur verklapt een geheimpje aan haar beste vriendin.

a)

een geheimpje

b)

niet mogelijk

c)

Fleur

d)

aan haar beste vriendin

7.

Geef mij het meewerkend voorwerp.

Aan de buitenlandse meisjes heeft de coach een extra training.

a)

de coach

b)

een extra training

c)

heeft

d)

aan de buitenlandse meisjes

8.

Het gevaarte bestaat uit meer dan een half miljoen blokjes.

Hoe benoemen we het onderstreepte gedeelte?

a)

LV

b)

MV

c)

O

d)

Bepaling

9.

Wat is het lijdend voorwerp?

Jongens in de puberteit zoeken uitdagingen.

a)

Jongens

b)

in de puberteit

c)

uitdagingen

d)

zoeken

10.

Wat is het meewerkend voorwerp?

De leerkrachten leren jullie nieuwe dingen aan.

a)

nieuwe dingen

b)

leren aan

c)

geen mogelijk

d)

jullie