wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

herhaling thema 6.3.14

Total questions: 12

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Welke zin staat in de lijdende vorm?

a)

Het schrift wordt door het meisje opgeraapt.

b)

Het meisje raapt het schrift op.

c)

Ik word later astronaut.

d)

Een astronaut wil ik later worden.

2.

Welke zin staat in de lijdende vorm?

a)

Ik word binnenkort achttien jaar.

b)

Hij werd door de jongen toegezongen.

c)

Hij zingt de jongen toe.

d)

Achttien jaar word ik binnenkort.

3.

De jongen gaf een mooi cadeau aan zijn moeder.

Welke lijdende zin hoort hierbij?

a)

Een mooi cadeau wordt door de jongen aan zijn moeder gegeven.

b)

Het mooie cadeau werd door de jongen aan zijn moeder gegeven.

c)

Een mooi cadeau werd door de jongen aan zijn moeder gegeven.

d)

Een mooi cadeau geeft de jongen aan zijn moeder.

4.

De juf geeft een taalles aan groep 8.

Welke lijdende zin hoor hierbij?

a)

Een taalles werd door de juf aan groep 8 gegeven.

b)

Een taalles is wat de juf aan groep 8 geeft.

c)

Een taalles wordt door de juf aan groep 8 gegeven.

d)

De taalles werd door de juf aan groep 8 gegeven.

5.

Als of dan.

Welke zin is goed?

a)

Ik ben even lief als meester Mari.

b)

Ik ben even lief dan meester Mari.

6.

Als of dan.

Wat is goed?

a)

Juffrouw Anne is ouder dan juffrouw Laura.

b)

Juffrouw Anne is ouder als juffrouw Laura.

7.

Als of dan.

Welke zin is goed?

a)

Meester Ed bakt net zo'n lekker taart als juffrouw Anne.

b)

Meester Ed bakt net zo'n lekker taart dan juffrouw Anne

8.

Als of dan?

Welke zin is goed?

a)

Groep 8 is leuker dan de rest van de school.

b)

Groep 8 is leuker als de rest van de school.

9.

Welk bezittelijk voornaamwoord past in de zin?

Ik vind.........................concert erg mooi.

a)

je

b)

jouw

c)

jou

d)

u

10.

Welk bezittelijk voornaamwoord past in de zin?

Jullie hebben..............................gebakjes opgegeten.

a)

u

b)

me

c)

mij

d)

hun

11.

Welke zin is goed?

a)

De wolken overdrijven in de lucht.

b)

De wolken drijven langzaam over.

c)

De wolken overdreven niet.

12.

Welke zin is goed?

a)

Gisteren lesgaf de juf.

b)

De juf geeft gisteren les.

c)

De juf gaf gisteren les.

d)

De juf lesgeeft gisteren.