Worksheets9. Klasse - K4/6 - D-NL & Extra
Total questions: 25
Worksheet time: 4mins
die Spende
de aandacht
de onderzoeker
de gift
de rail
sich entscheiden für
iets afkijken
bederven
kiezen voor
toelichten
eng
dicht (op elkaar)
slim
op tijd
slim
das Gewitter
de regenbui
het onweer
het noodweer
de afrit
vollständig
dicht (op elkaar)
slim
in totaal
compleet
die Nebenwirkungen
de behoefte
het gevoel
de bijwerkingen
het telefoontje
zeigen
uitwisselen
tonen, laten zien
strijden
overstappen
umsteigen
instappen
uitstappen
overstappen
overheen stappen
die Ernährung
de voeding
de klant
de handicap
het gif
erhalten
uitdagen
ontbreken, missen
krijgen
vernielen
nerven
iets afkijken
irriteren
bederven
benadelen
trotzdem
daarom
erna
dus
toch, desondanks
die Betonung
het telefoontje
de klemtoon
het geluid
het gevolg
der Sinn
de eetlust, trek
de voeding
de behoefte
het zintuig
die Raststätte
de (grotere) parkeerplaats langs de snelweg
een (grotere) benzinestation
een (grotere) begraafplaats
een (groter) grasveld
öffentlich
openlijk
geopend
openbaar
klaarblijkelijk
stürzen
vallen
bederven
vernielen
botsen
die Schiene
het prijskaartje
het ticket
de rail
de pas
herausfordern
krijgen
benadelen
uitdagen
strijden
halten von
zich verheugen op
vinden van
kiezen voor
in het oog springen
durchschnittlich
ongeveer
gemiddeld
gemakkelijk
naar schatting
außerdem
echter
bovendien
daarom
uiteindelijk
der Wandel
de teruggang
de wandeling
de ontspanning
de verandering
ständig
voortdurend
staande
altijd
nauwelijks
manche
elke
vele
sommige
iedere
