wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

9. Klasse - K4/6 - D-NL & Extra

Total questions: 25

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

die Spende

a)

de aandacht

b)

de onderzoeker

c)

de gift

d)

de rail

2.

sich entscheiden für

a)

iets afkijken

b)

bederven

c)

kiezen voor

d)

toelichten

3.

eng

a)

dicht (op elkaar)

b)

slim

c)

op tijd

d)

slim

4.

das Gewitter

a)

de regenbui

b)

het onweer

c)

het noodweer

d)

de afrit

5.

vollständig

a)

dicht (op elkaar)

b)

slim

c)

in totaal

d)

compleet

6.

die Nebenwirkungen

a)

de behoefte

b)

het gevoel

c)

de bijwerkingen

d)

het telefoontje

7.

zeigen

a)

uitwisselen

b)

tonen, laten zien

c)

strijden

d)

overstappen

8.

umsteigen

a)

instappen

b)

uitstappen

c)

overstappen

d)

overheen stappen

9.

die Ernährung

a)

de voeding

b)

de klant

c)

de handicap

d)

het gif

10.

erhalten

a)

uitdagen

b)

ontbreken, missen

c)

krijgen

d)

vernielen

11.

nerven

a)

iets afkijken

b)

irriteren

c)

bederven

d)

benadelen

12.

trotzdem

a)

daarom

b)

erna

c)

dus

d)

toch, desondanks

13.

die Betonung

a)

het telefoontje

b)

de klemtoon

c)

het geluid

d)

het gevolg

14.

der Sinn

a)

de eetlust, trek

b)

de voeding

c)

de behoefte

d)

het zintuig

15.

die Raststätte

a)

de (grotere) parkeerplaats langs de snelweg

b)

een (grotere) benzinestation

c)

een (grotere) begraafplaats

d)

een (groter) grasveld

16.

öffentlich

a)

openlijk

b)

geopend

c)

openbaar

d)

klaarblijkelijk

17.

stürzen

a)

vallen

b)

bederven

c)

vernielen

d)

botsen

18.

die Schiene

a)

het prijskaartje

b)

het ticket

c)

de rail

d)

de pas

19.

herausfordern

a)

krijgen

b)

benadelen

c)

uitdagen

d)

strijden

20.

halten von

a)

zich verheugen op

b)

vinden van

c)

kiezen voor

d)

in het oog springen

21.

durchschnittlich

a)

ongeveer

b)

gemiddeld

c)

gemakkelijk

d)

naar schatting

22.

außerdem

a)

echter

b)

bovendien

c)

daarom

d)

uiteindelijk

23.

der Wandel

a)

de teruggang

b)

de wandeling

c)

de ontspanning

d)

de verandering

24.

ständig

a)

voortdurend

b)

staande

c)

altijd

d)

nauwelijks

25.

manche

a)

elke

b)

vele

c)

sommige

d)

iedere