wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De tijd van burgers en stoommachines - klas 2

Total questions: 38

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Welk jaartal past het beste bij deze kaart?

a)

1800

b)

1820

c)

1845

d)

1848

e)

1875

2.

Waarom was 1848 voor de Europese koningen een angstig jaar?

a)

Er brak een grote oorlog tussen Europese landen uit.

b)

De nieuwe machines in de fabrieken kostten veel geld terwijl het geld langzaam opraakte.

c)

In verschillende landen braken besmettelijke ziekten uit.

d)

Inwoners van verschillende landen kwamen tegen hun koning in opstand.

3.

De liberaal Thorbecke paste de grondwet in 1848 aan. In de nieuwe grondwet stond dat voortaan de ministers en niet de koning verantwoordelijk waren voor het bestuur van het land. Betekende dit dat de ministers na 1848 alle macht hadden?

a)

Nee, voortaan werden ministers gecontroleerd door Thorbecke.

b)

Ja, de ministers hadden vier jaar lang alle macht in handen. Pas bij verkiezingen liepen ze het risico hun baan te verliezen.

c)

Nee, de ministers werden voortaan gecontroleerd door de Eerste en Tweede Kamer.

d)

Ja, de ministers hadden alle macht en waren niet langer aan iemand verantwoording verschuldigd.

4.

Waarom kun je in 1848 in Nederland nog niet spreken van echte democratie?

a)

Alleen mannen die een bepaald bedrag aan belasting betaalden, mochten stemmen.

b)

In een democratie had een koning of president alle macht.

c)

Er bestonden toen nog geen politieke partijen.

d)

Alleen vrouwen die werkten, mochten stemmen.

5.

Lees de tekst. Waardoor werd deze slechte situatie veroorzaakt? (meerdere juist)


Wie bij een fabriek gaat staan, moet toegeven nooit zoveel lelijke mensen bij elkaar te hebben gezien. Ze zijn klein en ziekelijk. De vrouwen lopen met gebogen rug. Bijna allemaal hebben ze platvoeten. De meeste mannen hebben nauwelijks baardgroei.

a)

Slechte voeding

b)

Oorlog

c)

Bacteriën

d)

Gebrek aan slaap

e)

Kou en vocht

6.

Lees de tekst: Van wie van de volgende kinderen zou de tekst afkomstig kunnen zijn?


Het was nacht. Hein en ik lagen met twee van de andere kinderen op onze strozak op de grond. (...) Het was donker in ons hol; alleen door het venstertje van de kachel kwam wat licht naar buiten. Mijn broertjes en zusjes waren allemaal in slaap. De deuren van de bedstee waar mijn ouders met de baby in sliepen stonden open..

a)

Klaas, de zoon van een Tweede Kamerlid

b)

Neel, de zoon van een Amsterdamse arbeider

c)

Hendrik, de zoon van een fabriekseigenaar

d)

Otto, de zoon van een huisarts

7.

Waarom durfden arbeiders niet te staken? Kies de twee juiste antwoorden.

a)

Het werk in de fabriek kwam dan stil te liggen.

b)

Ze konden dan ontslagen worden.

c)

Je kon dan door de politie opgepakt worden.

d)

Ze kregen dan geen loon uitbetaald.

e)

De fabrikant moest dan zijn fabriek sluiten.

8.

Hoe worden de wetten genoemd waarmee de regering probeerde het leven van arbeiders te verbeteren?

a)

economische wetten

b)

politieke wetten

c)

werk- en woonwetten

d)

sociale wetten

9.

Wat stond er in het Kinderwetje van 1874?

a)

Dat kinderen jonger dan 12 jaar recht hebben op gezond voedsel en zakgeld.

b)

Dat kinderen jonger dan 12 jaar niet in fabrieken mogen werken.

c)

Dat kinderen jonger dan 12 jaar niet verplicht naar school hoeven.

d)

Dat kinderen jonger dan 12 jaar niet méér dan 8 uur op een dag mogen werken.

10.

Bekijk de afbeelding, onder de tekening staat: 'Is het niet om te gieren? Die bende wil hetzelfde kiesrecht als ik!' Wie zegt dit?

a)

de man

b)

de mensen buiten op straat

c)

de vrouw

d)

de tekenaar zelf

11.

Welke woorden horen bij het begrip ‘imperialisme’? (meerdere juist)

a)

overheersen

b)

feministen

c)

grondstoffen

d)

koloniën

e)

democratie

12.

Stelling: Op een wereldtentoonstelling laten landen elkaar onder andere uitvindingen en bouwwerken zien

a)

Juist

b)

Niet juist

13.

Stelling: Elke wereldtentoonstelling wordt in een ander land georganiseerd.

a)

Juist

b)

Niet juist

14.

Stelling: In 1913 werd in Amsterdam de eerste wereldtentoonstelling gehouden.

a)

Juist

b)

Niet juist

15.

Stelling: Na afloop van een wereldtentoonstelling worden alle bijzondere bouwwerken altijd weer afgebroken.

a)

Juist

b)

Niet juist

16.

Stelling: Tijdens een wereldtentoonstelling ontmoeten zakenmensen elkaar en dat is goed voor de handel.

a)

Juist

b)

Niet juist

17.
Tijdvak 8 heet voluit
a)
boeren en burgers
b)
burgers en machines
c)
burgers en stoommachines
d)
stoommachines en uitvindingen
18.
De industriële revolutie begon 
a)
in Europa rond 1800
b)
in Engeland na 1770
c)
in Frankrijk na 1815
d)
in Engeland na 1815
19.
De eerste stoommachines
a)
werden gebruikt als grondwaterpomp
b)
werden uitgevonden door James Watt
c)
werden toegepast in de textiel
d)
waren te duur om efficient te zijn
20.
Door de stoommachine 
a)
verplaatsten fabrieken zich naar het platteland
b)
verplaatsten fabrieken naar de steden
c)
werden steden steeds groter
d)
ging de bevolking groeien
21.
Kenmerkend voor een industriële samenleving is
a)
meeste arbeiders in de industrie
b)
urbanisatie en bevolkingsgroei
c)
meeste arbeiders in industrie + snelle bevolkingsgroei
d)
verdwijnen van de landbouw
22.

welke van de zinnen is historisch juist?

a)

Engeland ging voorop met de industriële revolutie, Europa kwam 70 jaar later

b)

Engeland en Europa liepen bijna parallel

c)

Engeland nam het over van Europa

d)

Engeland had 15 jaar voorsprong op Europa

23.
Welke eeuw noemen we de tijd van burgers en stoommachines?
a)
de 18de eeuw - 1700 tot 1800
b)
de 18de eeuw - 1800 tot 1900
c)
de 19de eeuw - 1800 tot 1900
d)
de 19de eeuw - 1900 tot 2000
24.
Wat zorgde ervoor dat machines het werk van mensen gingen overnemen?
a)
De stoomtrein
b)
De stoommachine
c)
Elektriciteit
d)
Nieuwe wetenschap
25.
Welk gevolg van de stoommachine klopt?
a)
Mensen konden meer thuis gaan werken.
b)
Er was nu minder werk voor alle burgers in het land
c)
Er waren geen fabrieken meer nodig
d)
Er konden meer en sneller producten gemaakt worden.
26.
Door de uitvindingen vonden er grote veranderingen plaats in de 19de eeuw. Hoe noemen we deze veranderingen?
a)
De stoomrevolutie
b)
De machine revolutie
c)
De stoommachine revolutie
d)
De industriële revolutie
27.
Wat waren 2 belangrijke vervoersmiddelen voor dat de stoomtrein kwam?
a)
Trekschuit en koets
b)
Fiets en step
c)
Auto en bus
d)
paard en te voet
28.
Wat was een gevolg van de industrialisatie?
a)
bevolkingsafname
b)
armoede
c)
bevolkingsgroei
29.

Door het gebruik van machines in de fabrieken nam de landbouwproductie toe.

a)

Juist

b)

Onjuist

30.
Industriele revolutie is een ..... verandering op .... gebied
a)
Ingrijpende  / politiek 
b)
geleidelijk / politiek
c)
Ingrijpend / sociaal
d)
geleidelijk / sociaal
31.
Waarom stonden de eerste fabrieken bij water; rivieren enz?
a)
Omdat ze via waterkracht de machines in de fabrieken aandreven. 
b)
Zo hadden ze meteen genoeg vers drinkwater. 
c)
Omdat ze het water gebruikte om elektriciteit op te wekken. 
d)
Omdat ze met de waterkracht stoommachines maakte. 
32.
Wat waren enkele gevolgen van de industriële revolutie?
a)
De huisnijverheid verdween, er ontstond urbanisatie en er kwam veel armoede onder arbeiders. 
b)
De huisnijverheid nam toe, urbanisatie ontstond en grote boerenwijken. 
c)
Er veranderde eigenlijk helemaal niet zo veel. 
d)
Mensen gingen naar Amerika. 
33.

Wat kun je zeggen over het werk van arbeiders rond 1870?

a)

weinig werken voor veel geld

b)

hard werken voor weinig geld

c)

hard werken voor veel geld

d)

weinig werken voor weinig geld

34.
Wanneer vond Edison de gloeilamp uit?
a)
1879
b)
1789
c)
1900
d)
1878
35.
Het hoofddoel van kapitalistische ondernemers is ....
a)
Niet failliet gaan
b)
Arbeiders onder de duim houden
c)
Zo veel mogelijk winst maken
d)
Een zo'n rustig mogelijk leven leiden
36.

Een kernbegrip bij het liberalisme is gelijkheid.

a)

Juist

b)

Onjuist

37.
Andere benaming voor de 'rijken' in de tijd van de Burgers en stoommachines.
a)
Proletariaat
b)
Bourgeoisie
c)
Arbeiders
d)
Communisten
38.

De SDAP is een liberale partij.

a)

Juist

b)

Onjuist