Worksheetswerkwoordspelling
Total questions: 35
Worksheet time: 18mins
Ik (rennen, tt) ’s morgens graag.
ren
rent
rende
rente
Ik (vinden,tt) het altijd heerlijk om te joggen.
vind
vindt
vond
Vroeger (rennen, vt) ik ook al best vaak.
renden
rente
rende
Ik (lachen, vt) vroeger wel eens tijdens het lopen.
lach
lachtte
lachte
Jij (verwaarlozen, tt) de vriendschap
verwaarloosde
verwaarloost
verwaarloos
Ik (wachten, vt) erg lang op hem
wachtte
wachte
wachten
Hij (besteden, vt) te veel tijd aan het gamen
besteedde
besteede
bestede
(verzenden, tt) je broer het cadeau nog een keer?
verzendt
verzend
verzond
Het vliegtuig (landen, vt) op het vliegveld
landt
lande
landde
Het varken (wroeten, tt) met zijn snuit in de grond
vroet
wroette
wroet
Jij (beantwoorden, vt) de vraag gisteren
beantwoordde
beantwoorde
beantwoord
Soms (worden, tt) de juf gek van het gekwebbel
word
wordt
werd
Estee (halen, tt) een hoog cijfer
haalde
haaltt
haalt
Jessica (mailen, vt) haar brief
mailt
mailde
De fietsen van Johan (gaan, tt) helemaal kapot
gaan
gaat
gingen
Oma (verzenden, tt) een brief naar Rusland
verzend
verzent
verzendt
De bom (ontploffen, tt) gelukkig niet
ontploft
ontplofte
Zij (breien, vt) een trui voor oma
breidt
breide
breidde
Lianne (vrezen, tt) dikke spinnen
vreesde
vrees
vreest
Henk (vergroten, vt) een tekening van zijn motor
vergrote
vergrootte
vergroote
De huizen (branden, vt) volledig uit
branden
brandde
brandden
Jullie (hakken, vt) een gat in de muur
hakte
haktte
haktten
hakten
Wie (worden, tt) de president van Nederland?
word
worden
wordt
Gisteren (leiden, vt) de gidsen ons rond
leiden
leidde
leidden
de agenten (redden, vt) de kleuter uit de vijver
redden
reden
redde
Een orthopedagoog (onderzoeken, tt) hoe een kind zich ontwikkel
onderzoekdt
onderzoekt
onderzoekd
De voorzitter (houden, tt) vast aan zijn plan om deze drie bedrijven samen te voegen
houdt
houd
hout
Gisteren (wachten, vt) leerlingen te lang op de trein
wachten
wachtten
wachte
De hele wereld wacht in spanning af of de Europese Unie het nieuwe voorstel (aanvaarden, tt)
aanvaardt
aanvaard
aanvaart
Gisteravond (wachten, vt) tientallen journalisten op de aangekondigde persconferentie
wachten
wachte
wachtten
wachtte
Toen twee leerlingen enkele vragen beantwoorden, vt) werd nog niet alles duidelijk
beantwoordden
beantwoorden
beantwoordde
beantwoorde
Als voorbeeld (gelden, tt) een wijziging van het in Maastricht gesloten verdrag.
geld
geldt
gelt
(Vinden, tt) u het normaal dat de rijkere landen de minder rijke landen financieel steunen?
vind
vindt
vond
Om de zaak zo goed mogelijk voor te bereiden (verplichten,vt) de advocaat zich alle stukken goed te lezen.
verplichtte
verplichte
De fietser (fietsen, vt) naar zijn werk
fietste
fietst
fietsten
