Worksheets2C3 - Grammatica
Total questions: 20
Worksheet time: 25mins
Quelle question n'est pas correcte ?
Heb je je goed geamuseerd ?
Heb je het leuk gehad ?
Ben je je goed geamuseerd ?
Quelle ligne est correcte ?
Zwemmen - zwom - zwommen - gezwommen
Zwemen - zwom - zwomen - gezwomen
Choisis la bonne réponse :
Tijdens de vakantie ik ben naar Namen met mijn zus gegaan.
Tijdens de vakantie ben ik naar Namen met mijn zus gegaan.
Tijdens de vakantie ben ik met mijn zus naar Namen gegaan.
Quelle est la bonne réponse ?
Ik ben moe omdat ik veel gelopen heb.
Ik ben moe want ik veel gelopen heb.
Ik ben moe omdat ik heb veel gelopen.
Quelle est la bonne réponse:
Ik heb mijn boekentas vergeten.
Ik ben mijn boekentas vergeten.
Quelle est la bonne réponse :
Ik heb je naam vergeten.
Ik ben je naam vergeten.
Quelle phrase est fausse ?
Ik ben niet op sportkamp gegaan.
Ik ben geen 20 jaar oud.
Ze heeft haar boekentas geen genomen.
Quelle phrase est fausse ?
Ik heb een wit paard.
Mijn wit paard is zeer mooi.
De witte boek ligt op de tafel.
Quelles sont LES bonneS réponseS :
Ik ga niet op school in Namen.
Waar ben je nog niet geweest ?
Ze is altijd goedgeluimd (= de bonne humeur)
Quelles sont les bonnes réponses :
De groene trui dat je gekocht hebt is zeer mooi.
Ik denk dat je zeer intelligent ben.
Het boek dat ik gelezen heb was zeer interessant.
Quelles lignes sont correctes ?
Blijven - bleef - bleven - gebleven - rester
Geven - gaf - gafen - gegeven - donner
Zijn - Was/waren - geweest
Quelle est la traduction de " Quand est-ce que cela a commencé ? "
Wanneer is dat begonnen ?
Wanneer heeft dat begonnen ?
Choisis la bonne réponse:
Ik ga naar Gent om Nederlands te leren.
Ik ga naar Gent voor Nederlands te leren.
Sélectionne le(s) bonne(s) réponse(s) :
Morgen zal ik naar de dierentuin gaan.
Morgen ga ik naar de dierentuin.
Gisteren ben ik naar de dierentuin gegaan.
Sélectionne le(s) bonne(s) réponse(s) :
Marieke en Jolien zijn vorige week met de trein naar Frankrijk gereisd.
Marieke en Jolien zijn vorige week met de trein naar Frankrijk gereizd.
Marieke en Jolien zijn met de trein vorige week naar Frankrijk gereisd.
Donne la ligne de TP du verbe "commencer" en suivant cet exemple :
................. - ................... - ................ - .................
(a)
Donne la ligne de TP du verbe "visiter" :
Ecris ta réponse en suivant ce modèle :
................. - ..................... - ...................... - .......................
(a)
Traduis la phrase suivante :
Je vais à l'école pour voir mes amis.
(a)
Traduis : Je suis malade.
(a)
Donne le TP du verbe "dormir"
Ecris ta réponse en suivant ce modèle :
.............. - ................ - ................ - ................
(a)
