wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ademhaling en verbranding

Total questions: 24

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Als de bekerkraakbeentjes naar buiten draaien wordt de stemspleet wijder

a)

waar

b)

niet waar

2.

medicijnen voor astma helpen om de spiertjes om de luchtpijptakjes aan te spannen

a)

waar

b)

niet waar

3.

Een stigma is het wijd vertakt kanaal waarmee insecten van zuurstof worden voorzien

a)

waar

b)

niet waar

4.

Bij vissen zijn bij inademing de bek open en de kieuwdeksels open

a)

waar

b)

niet waar

5.

roken kan impotentie veroorzaken

a)

waar

b)

niet waar

6.

De allergie voor een huisstofmijt wordt veroorzaakt door

a)

de schilfers van de huismijt

b)

de poep van de huismijt

c)

de plas van de huismijt

d)

door stof op zijn poten

7.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

ze een heel groot oppervlakte samen hebben

b)

ze een dikke wand hebben

c)

ze makkelijk glucose kunnen uitwisselen

d)

ze makkelijk water kunnen uitwisselen

8.

Het precentage stikstof wat je in en uitademt is gelijk

a)

waar

b)

niet waar

9.

Wat is het gemiddelde ademvolume bij volwassenen?

a)

3 liter

b)

2 liter

c)

0,5 liter

d)

1,5 liter

10.

Hoe langer de stembanden,hoe hoger de stem

a)

waar

b)

niet waar

11.

Nicotine vernauwt de bloedvaten

a)

waar

b)

niet waar

12.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

13.

Welk nummer stelt de huig voor?

a)

1

b)

10

c)

2

d)

8

14.

Wat is de stand van de huig en strottenklep bij inademen?

a)

open, open

b)

dicht,open

c)

open, dicht

d)

beide dicht beide dicht

15.

Welke dieren zijn warmbloedig?

a)

1,3 en 4

b)

2 en 3

c)

1, 3, 6

d)

1, 4 en 9

16.

Wat is de indicator voor CO2

a)

kalkwater

b)

jodium

c)

helder kalkwater

d)

Fehling A en B

17.

Bij inademen gaan de ribben en het middenrif omhoog

a)

waar

b)

niet waar

18.

Welke factoren vergroten je vitale capaciteit

a)

veel trainen, roken en weinig longblaasjes

b)

groot hart, man, training

c)

grote borstspieren, grote neusgaten, niet roker

d)

grote longen, veel longblaasjes, training

19.

De stembanden liggen achter het schildkraakbeen

a)

waar

b)

niet waar

20.

Welke letter geeft de luchtpijp aan?

a)

J

b)

K

21.

Roken is schadelijk. Welke stof neemt de plaats in van zuurstof?

a)

nicotine

b)

teer

c)

koolmonoxide

22.

Grote mensen hebben in vergelijking met kleine mensen een grotere vitale capaciteit

a)

waar

b)

niet waar

23.

Welk dier is in staat om in de winter een actief leven te leiden?

a)

haai

b)

meeuw

c)

kikker

24.

Welke pijl geeft de richting van CO2 aan?

a)

Q

b)

P

c)

2