Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3, Zuid-Amerika

Total questions: 23

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Hoe wordt dit ook wel genoemd?

a)

bevolkingsdiagram

b)

bevolkingspiramide

c)

bevolkingstabel

d)

bevolkingsspreiding

2.

De vorm van een bevolkingsdiagram verteld ook iets over de ontwikkeling van het land. Welk van de volgende vormen is het minst ontwikkeld?

a)

piramide

b)

urn

c)

toren

d)

granaat

3.

Beoordeel de stellingen over de bevolkingsspreiding op de wereld.

I In gebergtes en woestijnen wonen meestal weinig mensen.

II In riviervlaktes en langs kusten wonen meestal veel mensen.

a)

Alleen I is juist juist.

b)

Alleen III is juist

c)

I en II zijn juist.

d)

II en III zijn juist.

4.
Het geboortecijfer gaat over het aantal levend geboren per ....
a)
10 inwoners
b)
100 inwoners
c)
1000 inwoners
d)
10000 inwoners
5.
Wanneer het geboortecijfer hoog is dan is het vruchtbaarheidscijfer ook hoog
a)
Juist
b)
Onjuist
6.
Wat bedoelen we met de Engelse term "Native Americans"?
a)
Oorspronkelijke bewoners van Amerika
b)
Immigranten van Amerika
c)
Zo heten de Smurfen in Amerika
7.

Wat is een primate city?

a)

Belangrijkste stad van een land. Er zijn meerdere belangrijke steden

b)

De oudste stad van een land

c)

De grootste stad van een land. Tweede is veel kleiner

d)

Kleinste stad van een land

8.

Wat wordt bedoeld met 'urbanisatiegraad'?

a)

Percentage stedelingen in een land

b)

Percentage rijke mensen in een stad

c)

Percentage plattelandsbewoners

d)

Percentage mensen wat naar de stad verhuist

9.

Hoe noemen we het proces zichtbaar op de foto?

a)

subductie

b)

divergentie

c)

transform

10.

Bekijk de figuur. Welke zin of zinnen is/zijn juist?

a)

Een actieve plaatgrens is zichtbaar.

b)

Van toepassing op de oostkust van Zuid-Amerika.

c)

Plaat B is zwaarder dan plaat C.

d)

Plaats B is ouder dan plaat B.

e)

Dit stuk aardkorst verschuift oostwaarts.

11.

In een normale situatie (een niet-El Niño situatie) is het westelijke kustgebied van Zuid-Amerika erg droog. Welke twee oorzaken zorgen voor de droogte aan de westkust van Zuid-Amerika?

a)

lagedrukgebied

b)

hogedrukgebied

c)

aanlandige wind

d)

aflandige wind

12.

Op welke foto zie je de pampa?

a)
b)
c)
d)
13.

Welke zin of zinnen is/zijn juist?

a)

Door de afname van de groei van de megasteden neemt de toename van de bevolkingsdichtheid in de kustzone van Zuid-Amerika sinds 1980 af.

b)

In Zuid-Amerika klopt het etnisch patroon van de bevolkingsspreiding uit de koloniale periode ook nu nog in grote lijnen.

14.

Economisch dualisme past bij...

a)

Het percentage werknemers in de dienstensector neemt toe.

b)

Een klein deel van de samenleving verandert, een groot deel kan niet meedoen.

c)

Een informele machtsstructuur die ‘good governance’ in de weg staat.

d)

Het naast elkaar voorkomen van een moderne en een traditionele sector.

15.

Cliëntelisme past bij...

a)

Het percentage werknemers in de dienstensector neemt toe.

b)

Een klein deel van de samenleving verandert, een groot deel kan niet meedoen.

c)

Een informele machtsstructuur die ‘good governance’ in de weg staat.

d)

Het naast elkaar voorkomen van een moderne en een traditionele sector.

16.

Welke doelstelling past het best bij het IIRSA-programma?

a)

beter bestuur

b)

beter onderwijs

c)

betere infrastructuur

d)

meer exportvalorisatie

17.

Juist of onjuist?

Door globalisering neemt de regionale ongelijkheid in semiperifere landen meestal af.

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Juist of onjuist?

Na de politieke onafhankelijkheid van Zuid-Amerika mislukte een poging te industrialiseren door de strategie van importsubstitutie.

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

"Kenden een persoonlijkheidscultus. De leider liet zich graag aanbidden als een held of als een halve god."

a)

Oligarchische regimes

b)

Populistische regeringen

c)

Democratische regimes

d)

Dictatoriale regimes

20.

Juist of onjuist?

Door sociale participatie neemt de mate van corruptie toe, door bottom-up democratisering juist af.

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Juist of onjuist?

Door het neoliberalisme nam de GINI-coëfficiënt in veel Zuid-Amerikaanse landen toe.

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

Past bij?

a)

Duale economie

b)

Cliëntelisme

c)

Ruimtelijke segregatie

d)

Latifundia

23.

Welke begrippen passen bij de periode van snelle economische groei?

a)

afkoeling van de Chinese economie

b)

buitenlandse investeerders zijn welkom

c)

hoge prijzen voor grondstoffen

d)

ontstaan economisch dualisme

e)

protectionisme