wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Feniks BB 3.1/3.2/3.3

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Uit welke periode komt deze kaart?

a)

1900-1914

b)

1914-1918

c)

1918-1939

d)

1939-1945

2.

Tussen 1918 en 1933 heette Duitsland:

a)

Republiek van Duitsland

b)

Duitse Rijk

c)

Republiek van Weimar

d)

Nazi-Duitsland

3.

Wat is geen kenmerk van een parlementaire democratie?

a)

Vrijheid van meningsuiting

b)

Kiesrecht

c)

Volksvertegenwoordigers

d)

Censuur

4.

In welk jaar kwam Hitler in Duitsland aan de macht?

a)

1919

b)

1929

c)

1933

d)

1939

5.

Aan welke straf uit het Verdrag van Versailles hield Hitler zich niet meer toen hij aan de macht kwam?

a)

Grondgebied afstaan

b)

Klein leger

c)

Herstelbetalingen

d)

Alle antwoorden

6.

Sterke leider, terreur, antisemitisme, nationalisme en militarisme zijn ideeën die horen bij:

a)

het nationaal-socialisme

b)

een parlementaire democratie

c)

de rassenleer

d)

propaganda

7.

Wat is een direct gevolg toen Hitler in 1933 aan de macht kwam?

a)

Duitsland werd een dictatuur

b)

Duitsland valt Polen binnen

c)

Alle Nederlandse joden werden gedeporteerd

d)

Er komt een Tweede Wereldoorlog

8.

Wat veranderde er in Duitsland tussen 1933 - 1939

a)

Joden gingen naar concentratiekampen

b)

Duitsland viel Europa aan

c)

Tegenstanders werden uitgeschakeld

d)

De NSDAP won alle verkiezingen

9.

Wat is terreur?

a)

Alle antwoorden zijn goed

b)

Willekeurige mensen arresteren.

c)

Joodse bezittingen vernielen.

d)

De joden kregen minder rechten

10.

Wat is indoctrinatie

a)

Mensen hetzelfde laten denken als jij

b)

Nazi solliciteert als leerkracht

c)

De NSDAP is de enige partij waar je op kunt stemmen.

d)

Alle antwoorden zijn goed

11.

Wat is gelijkschakeling?

a)

Hitler wordt Fuhrer genoemd

b)

De hele bevolking krijgt alleen te horen wat de nazi's willen.

c)

Alle antwoorden zijn goed.

d)

Als een nazi voetbaltrainer wordt

12.

Welke hoort er niet bij?

a)

Propaganda

b)

Censuur

c)

Persoonsverheerlijking

d)

Rassenleer

13.

Welke hoort er niet bij?

a)

Geheime politie

b)

Gelijkschakeling

c)

Terreur

d)

Brandstichting

14.

Welke hoort er niet bij?

a)

Spionnen

b)

Boekverbrandingen

c)

Kristalnacht

d)

Concentratiekampen