wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2basis H7 geluid paragraaf 1-2-3

Total questions: 28

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Welke geluiden komen van geluid-bronnen die door mensen zijn gemaakt?

a)

het geluid van een gitaar

b)

het geluid van de wind in de bomen

c)

het geluid van een vliegtuig

d)

het blaffen van een hond

2.

Welke geluiden komen van geluid-bronnen uit de natuur?

a)

het geluid van golven op het strand

b)

het geluid van de deurbel

c)

het geluid van een scooter

d)

het geluid van een kat die miauwt

3.

De stembanden zijn een geluid-bron van de mens.

a)

waar

b)

niet waar

4.

Je stembanden gebruik je voor alle geluiden die je mond maakt.

a)

waar

b)

niet waar

5.

Geluid is een trilling die gemaakt wordt door een geluid-bron.

a)

waar

b)

niet waar

6.

Een muziek-instrument maakt geluid zonder trillingen.

a)

waar

b)

niet waar

7.

Geluid is straling die gemaakt wordt door een geluid-bron.

a)

waar

b)

niet waar

8.

Een klank-kast zorgt ervoor dat het geluid van een instrument zachter wordt.

a)

waar

b)

niet waar

9.

Een stemvork wordt gebruikt om een muziek-instrument te stemmen. Welke toon geeft een stemvork?

a)

een stemvork geeft altijd de hoogste toon

b)

een stemvork geeft altijd de laagste toon

c)

een stemvork geeft altijd verschillende tonen

d)

een stemvork geeft altijd dezelfde toon

10.

Je slaat twee keer tegen een stemvork, de eerste keer zacht en de tweede keer hard. Wat gebeurt er de tweede keer met de toon van de stemvork, vergeleken met de eerste keer?

a)

de toon wordt hoger

b)

de toon wordt lager

c)

de toon blijft hetzelfde

11.

Geluid komt bij je oor door stromende lucht.

a)

waar

b)

niet waar

12.

Welke dingen heb je nodig om geluid te horen?

a)

een geluidsbron

b)

een klank-kast

c)

een tussenstof

d)

je oren

13.

Geluid komt bij je oor door trillende lucht.

a)

waar

b)

niet waar

14.

Hoe noem je de stof die geluid overbrengt van een geluid-bron naar je oren?

a)

geluidstof

b)

klankstof

c)

lucht

d)

tussenstof

15.

Als er geluid in je oor komt, begint je trommelvlies te trillen. Waaraan geeft je trommelvlies de trillingen door?

a)

aan de oorschelp

b)

aan de gehoorbeentjes

c)

aan je hersenen

16.

Als er geluid bij je oor komt, begint je oorschelp te trillen.

a)

waar

b)

niet waar

17.

Als er geluid in je oor komt, begint je trommelvlies te trillen.

a)

waar

b)

niet waar

18.

Een luidspreker is een geluid-bron.

a)

waar

b)

niet waar

19.

Er komt muziek uit een luidspreker. Welk deel van de luidspreker trilt?

a)

de toon-generator

b)

de conus

c)

de tussenstof

d)

de gehoorbeentjes

20.

Geluid heeft tijd nodig om bij je oor te komen.

a)

waar

b)

niet waar

21.

Het onweert. Je ziet de bliksem. Ongeveer 4 seconden later hoor je de donder. De snelheid van geluid in lucht is 340 meter per seconde. Hoe ver is het onweer ongeveer bij je vandaan?

a)

760 m

b)

1360 m

c)

7600 m

d)

136000 m

22.

Het onweert. Je ziet de bliksem. Ongeveer 2 seconden later hoor je de donder. De snelheid van geluid in lucht is 340 meter per seconde. Hoe ver is het onweer ongeveer bij je vandaan?

a)

700 m

b)

1500 m

c)

7000 n

d)

15000 m

23.

Een echo is geluid dat teruggekaatst wordt.

a)

waar

b)

niet waar

24.

Waarvoor kan echo worden gebruikt?

a)

om een foto van de botten in je lichaam te maken

b)

om een foto van een ongeboren baby te maken

c)

om de snelheid van auto's te meten

d)

om de sterkte van en geluid te meten

25.

Het geluid wat een sonar uitzend kan een mens horen.

a)

waar

b)

niet waar

26.

De sonar van een schip zendt een geluid uit. Na 4 seconden vangt de sonar het weerkaatste geluid op. De snelheid van geluid in water in 1500 meter per seconde. Hoe diep is de zee op de plaats waar het schip vaart?

a)

680 meter

b)

1380 meter

c)

3000 meter

d)

6000 meter

27.

Een sonar-apparaat gebruik je om te meten hoe snel een schip vaart.

a)

waar

b)

niet waar

28.

Je meet twee keer met een sonar hoe diep de zee is. Bij meting 1 duurt het 3 seconden voor de sonar de echo opvangt. Bij meting 2 duurt het 2 seconden voor de sonar de echo opvangt. Waar is de zee het diepst?

a)

meting 1

b)

meting 2

c)

de zee is op beide plekken even diep