wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4VWO stofeigenschappen hst 4.1 t/m 4.4

Total questions: 6

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Een lichtstraal gaat vanuit een doorzichtige (kunst)stof naar het grensvlak met lucht.

De straal maakt een hoek van 60° met het grensvlak. De lichtstraal wordt gebroken en scheert na breking precies over het grensvlak (je kunt zeggen: ‘valt samen met het grensvlak’). Zie figuur .

Bereken de brekingsindex van de overgang lucht-kunststof.

a)

n = 2,0

b)

n = 1,15

c)

n = 0,87

d)

n = 0,50

2.

4. Een lichtstraal wordt gebroken op het grensvlak tussen twee stoffen (stof I en stof II in de figuur). Eén van de twee stoffen is lucht, de andere een lichtdoorlatende glasachtige stof. De brekingsindex van de hier getekende lichtstraal die van stof I naar stof II gaat noemen we n.

a)

Stof I is lucht en n

>1

b)

Stof I is lucht en n

<1

c)

Stof II is lucht en n

>1

d)

Stof II is lucht en n<1

3.

In een Joulemeter zit een vloeistof. In de vloeistof wordt een elektrisch verwarmingsapparaatje (een ‘dompelaar’) gehangen. Het vermogen van die dompelaar is 500 W en er wordt gedurende 2,00 minuten verwarmd. De temperatuur in de Joulemeter stijgt daarbij van 20,0 ºC naar 36,0 ºC. Neem aan dat er geen warmte verloren gaat aan de omgeving. Bereken de warmtecapaciteit van de joulemeter met inhoud.

a)

62,5 J/ ºC

b)

625 J/ ºC

c)

3,75 kJ/ ºC

d)

16,0 kJ/ ºC

4.

Om een pakje melk uit de koeling in je lichaam op te warmen: Bereken energie daarvoor nodig .

Gegevens gebruiken: 1,00 dm3 melk heeft massa van 1,04 kg (dichtheid is dus ?). Om 1,00 kg melk een graad in temperatuur te verhogen heb je 3,90 kJ energie nodig (de soortelijke warmte is dus ? ).

In een pakje melk zit precies 0,250 dm3 . De melk komt uit een koeling van 10,0 °C Hoeveel energie moet je leveren om die melk op een lichaamstemperatuur van 37,0 °C te brengen?

a)

9,75 kJ

b)

26,3 kJ

c)

27,4 kJ

d)

37,5 kJ

5.

In een bubbelbad zit 0,500 m³ water van 18,0 °C. Het verwarmingsapparaat van het bubbelbad kan het water in een kwartier opwarmen tot 24,0°C. Bereken hoe groot het vermogen tenminste zou moeten zijn. De soortelijke warmte van water4,18·103 J per kg per °C, de warmtecapaciteit van bad zelf is 4,00 KJ per °C. Dichtheid van water: 1,00 kg/dm³.

a)

1,49 kW

b)

13,9 kW

c)

14,0 kW

d)

8,37. 102 kW

6.

Eerst wordt m gram van een vloeistof A verwarmd, daarna dezelfde hoeveelheid van een andere vloeistof B. Voor beide vloeistoffen is het verband tussen de aan de vloeistof toegevoerd warmte en de temperatuur van de stof in de onderstaande figuur weergegeven.

Wat weet je van de soortelijke warmte A en B van deze twee vloeistoffen

a)

A = B

b)

A < B

c)

A > B

d)

Niet te bepalen omdat de stoffen niet dezelfde eindtemperatuur krijgen.