Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

h4

Total questions: 31

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Mike werkt in de supermarkt en verdient €4,60 per uur. dit is een vorm van... ?

a)

betaalde arbeid

b)

onbetaalde arbeid

c)

geestelijk werk

d)

lichamelijk werk

2.

Marijn werkt bij de voedselbank op een zaterdag ochtend, dit is een vorm van?

a)

betaalde arbeid

b)

onbetaalde arbeid

c)

geestelijk werk

d)

lichamelijk werk

3.

geestelijk werk is een voorbeeld van

a)

vrachtwagenchauffeur

b)

ICT

c)

vakkenvuller

d)

automonteur

4.

arbeid doe je voor zowel jezelf als voor anderen

a)

juist

b)

onjuist

5.

welke reden kan iemand NIET hebben om te gaan werken.

a)

werken is nuttig voor de samenleving

b)

door te werken verdien je loon

c)

door te werken kom je in contact met andere mensen

d)

door te werken verveel je je

6.

Lesly werkt 20 uur per week bij de media markt, dit is een

a)

voltijdbaan

b)

deeltijdbaan

c)

huishoud taak

d)

onbetaalde baan

7.

een fulltime baan bestaat uit minimaal 36 uur werk per week?

a)

juist

b)

onjuist

8.

Timo is manager bij soccer center. hij werkt er elke dag. Timo heeft een ..

a)

leiding gevende functie

b)

uitvoerende functie

c)

onbetaalde baan

d)

deeltijdbaan

9.

manager Timo, zegt wat Wessel moet doen, Wessel heeft een ...

a)

leiding gevende functie

b)

uitvoerende functie

c)

onbetaalde baan

d)

fulltimebaan

10.

wat is een organogram

a)

er wordt beschreven wie er allemaal werken

b)

er wordt beschreven wie er de leiding heeft in een bedrijf

c)

er word beschreven hoeveel geld een werknemer verdient

d)

er wordt beschreven wat voor producten het bedrijf maakt.

11.

als jij gaat solliciteren op een vacature, moet je eerst op gesprek. dit gesprek heb je met jouw toekomstige ....

a)

werknemer

b)

werkgever

c)

medewerker

d)

schoonmaakster

12.

in de arbeidstijden wet staat:....

a)

hoeveel uur je mag werken in totaal

b)

wanneer je recht hebt op pauze

c)

hoeveel uur je achter elkaar mag werken

d)

welke kleding je moet dragen

13.

welke optie over de arbeidstijdenwet mag NIET

a)

als je 13 bent mag je klusjes doen tegen betaling in de buurt

b)

vanaf 14 jaar mag je stage lopen

c)

vanaf 15 jaar mag je kranten bezorgen of vakantiewerk doen

d)

als je 16 jaar bent mag je je ouders helpen

14.

Welke opties over de arbo-wet zijn correct ?

a)

veiligheid

b)

gezondheid

c)

welzijn

d)

hygiëne

15.

het dragen van veiligheidsschoenen heeft te maken met de arbo-wet

a)

juist

b)

onjuist

16.

zowel de werkgever als de werknemer zijn verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden

a)

juist

b)

onjuist

c)

alleen de werkgever

d)

alleen de werknemer

17.

een afspraak tussen werkgever en werknemer. welk begrip wordt omschreven

a)

vaste dienst

b)

arbeidsovereenkomst

c)

CAO

d)

proeftijd

18.

wat wordt niet opgenomen in de arbeidsovereenkomst

a)

loon

b)

functie

c)

proeftijd

d)

hobby

19.

hoelang duurt een opzegtermijn ongeveer

a)

een week

b)

een maand

c)

2 maanden

d)

1 jaar

20.

hoelang duurt een proefperiode maximaal

a)

een week

b)

twee weken

c)

2 maanden

d)

1 jaar

21.

Noa heeft een contract tot ze met pensioen gaat, dat betekent dat ze in .... is

a)

tijdelijke dienst

b)

vaste dient

c)

oproep basis

d)

flexibel werken

22.

wat is flexibel werken

a)

altijd mogen werken

b)

een werkgever laat werknemers werken als hij ze nodig heeft

c)

werknemers bepalen wanneer zij werken

d)

werknemers werken in het weekend

23.

wat is een CAO

a)

bedrijven in een bedrijfstak maken afspraken over de arbeidsvoorwaarden

b)

bedrijven in een bedrijfstak maken afspraken over de vrije tijd van de werknemer

c)

bedrijven in een bedrijfstak maken afspraken over de situatie

d)

bedrijven in een bedrijfstak maken afspraken over de soort baan

24.

loonbelasting is een belasting die wordt ingehouden van het loon. waar gaat deze belasting naartoe?

a)

werkgever

b)

gemeente

c)

overheid

d)

koning

25.

wat zijn uitgaven van de overheid, zij geven geld uit aan...

a)

onderwijs, supermarkt, brandweer

b)

politie, leger, onderwijs

c)

gezondheidszorg, tandarts, verplegers

d)

politie, onderwijs, transport

26.

als je buiten je schuld om niet lukt om te werken, krijg je een bedrag voor het levensonderhoud van de overheid. welk begrip wordt omschreven?

a)

uitkering

b)

ontslag

c)

sociale zekerheid

d)

CWI

27.

de ziektewet is een voorbeeld van een ...?

a)

volksverzekering

b)

werkgeversverzekering

c)

werknemersverzekering

d)

belasting

28.

de ouderdomswet is een voorbeeld van ?

a)

volksverzekering

b)

werknemersverzekering

c)

werkgeversverzekering

d)

belasting

29.

het loon zonder inhoudingen voor loonbelasting en premies is de omschrijving van het begrip ...

a)

brutoloon

b)

nettoloon

c)

arbeidsloon

d)

uitkering

30.

nettoloon voor een persoon kan je zien als nettowinst voor een bedrijf

a)

juist

b)

onjuist

31.

het beëindigen van het dienstverband noem je ontslag

a)

juist

b)

onjuist