wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets thema 5 ak Hoe verhuist een berg?

Total questions: 24

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is erosie?

a)

Schuivend ijs en en stromend water nemen de stenen mee naar beneden.

b)

Een steen gaat scheuren door verschillende weersomstandigheden.

c)

Een soort brandstof voor staalmotoren van vliegtuigen.

2.

Wat is verwering?

a)

Het ouder worden van de huid.

b)

Scheuren en afbrokkelen van steen door het verschillende weer in de bergen, zoals: vriezen en dooien, regen en zon.

c)

Het bevriezen van water in steen.

3.

Door het smelten van gletsjerijs heeft het gesteente van de berg afgeschuurd. Dit heet...

a)

Verwering

b)

Erosie

c)

Klimaatverandering

d)

Grindvorming

4.

Welke materialen zet de rivier als eerste af?

a)

Zand

b)

Klei

c)

Grind

d)

Stenen

5.

Welke materialen zet de rivier als tweede af?

a)

Zand

b)

Klei

c)

Grind

d)

Stenen

6.

Welke materialen zet de rivier als laatste af?

a)

Zand

b)

Klei

c)

Grind

d)

Stenen

7.

Ricardo gaat met de trein van Venetië naar Turijn. Welke plaats komt hij onderweg tegen?

a)

Rome

b)

Sicilië

c)

Geneve

d)

Milaan

8.

Wie moet het verst reizen naar Geneve

a)

iemand uit Milaan

b)

Iemand uit Bern

c)

iemand uit Wenen

d)

Iemand uit Turijn

9.

Dit is waar over de rivier de Rijn:

a)

Hij stroomt vanuit de bergen in de Alpen eerst in een groot meer, de Bodensee, daarna stroomt hij door naar Nederland.

b)

Het is een regenrivier.

c)

Hij volgt al eeuwen precies dezelfde route.

d)

Hij komt bij Maastricht ons land binnen.

10.

In een gebergte heb je weinig hoogteverschillen.

a)

waar

b)

niet waar

11.

Over een gletsjer kan je zeggen:

a)

Een gletsjer beweegt langzaam en schuurt de rotsen af.

b)

Waar de gletsjer smelt, is het begin van een rivier.

c)

Aan het einde van de gletsjer liggen grote keien.

d)

alle antwoorden zijn goed

12.

Wat is één van de oorzaken dat er op de Povlakte méér mensen wonen dan in de bergen?

a)

Italianen zijn aardiger voor elkaar

b)

Er is meer werk te vinden, de grond is vruchtbaar en makkelijker te gebruiken voor landbouw.

c)

Er zijn meer steden en dorpen.

d)

In de bergen wonen meer mensen want de rivier de Po treed regelmatig buiten haar oevers.

13.

In de Povlakte stroomt het water heel snel.

a)

waar

b)

niet waar

14.

De gletsjer schuurt langs rotsen en neemt stukken steen mee, dit noemen we:

a)

erosie

b)

verwering

15.

De boomgrens ligt op ongeveer:

a)

Het zeeniveau

b)

1000 meter hoogte

c)

2000 meter hoogte

d)

3000 meter hoogte

16.

De rivier de Po brengt stenen, grind, zand en klei naar het laagland. In het gebied langs de Po is het land:

a)

heuvelachtig

b)

het is vlak en plat

c)

hier zijn hoge bergen

d)

moerasachtig

17.

Daar waar de rivier in de zee komt, hoopt zich steeds meer zand en klei op: er ontstaat nieuw land.

a)

waar

b)

niet waar

18.

Als een bergbeekje in een wilde rivier verandert is er kans op:

a)

meer erosie

b)

meer verwering

19.

Vlakbij de zee is er veel zand in de rivier naar de bodem gezakt, het water kiest steeds een nieuwe weg en vertakt zich in kleinere rivieren, dit noemen we het:

a)

de delta; een delta heeft een driehoekige vorm

b)

het laagland, dit is plat land

20.

Je zou kunnen zeggen: de Povlakte is ontstaan door verwering en erosie uit de zuidelijke Alpen.

a)

Dat is waar

b)

Dat is niet waar

21.

Je zou kunnen zeggen: Nederland is ontstaan door zand, klei en grind uit de noordelijke Alpen.

a)

Dat is waar

b)

Dat is niet waar

22.

Wat is de boomgrens? (met dank aan Helin)

a)

De plek onderaan de berg waar het bos begint.

b)

De plek op de berg waar het te koud wordt voor bomen om te groeien. De bomen eindigen hier.

c)

Hoe lang bomen kunnen worden

23.

Wat is de boomgrens? (met dank aan?)

a)

Bomen kunnen maximaal 2 meter hoog worden

b)

Boven de boomgrens groeien geen bomen meer op de berg.

24.

Wat is een doorsnede? (met dank aan Tygo)

a)

De rivieren snijden in de berg.

b)

Hoe hoog de stukken van de berg zijn.

c)

een plaatje van een berg in tweeën.

d)

Hoe dik het ijs is van de gletsjer.