wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

zien - ogen

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
Wat is de functie van de pupilreflex?
a)
Zorgt voor een omgekeerd beeld op het netvlies
b)
Ervoor zorgen dat er steeds een scherp beeld op het netvlies staat
c)
De hoeveelheid licht regelen die op het netvlies valt.
2.
Waar begint de reflexboog van de pupilreflex?
a)
In de iris 
b)
In het netvlies 
c)
In de lens
3.
Waar vindt de ‘’vertaling’’ van het omgekeerde beeld dat op het netvlies valt plaats?
a)
In de oogzenuwen
b)
In het gezichtscentrum in de grote hersenen
c)
In de zintuigcellen van het netvlies
4.
Welke zintuigcellen werken in een donkere kamer? 
a)
Alleen kegeltjes
b)
alleen staafjes
c)
zowel kegeltjes als staafjes
5.
Welke zintuigcellen werken in een goed verlichte kamer? 
a)
alleen de kegeltjes
b)
alleen de staafjes
c)
zowel de staafjes als de kegeltjes
6.
Hoe heet het deel van je oog waarmee je echt scherp ziet
a)
netvlies
b)
blinde vlek
c)
gele vlek
d)
oogzenuw
7.
Pupilreflex : Bij sterk licht 
a)
trekken de kringspiertjes zich samen, en ontspannen de lengtespiertjes 
b)
trekken de lengtespiertjes samen en ontspannen de kringspiertjes 
c)
trekken zowel lengte als kringspiertjes samen
8.
pupilreflex: bij zwak licht 
a)
trekken de lengtespiertjes zich samen en ontspannen de kringspiertjes 
b)
trekken de kringspiertjes samen en ontspannen de lengtespiertjes 
c)
trekken zowel de lengte- als kringspiertjes samen
9.
Wat wordt aangeduid met het cijfer 5? 
a)
voorste kamer
b)
netvlies
c)
glasachtig lichaam
10.
Wat wordt aangeduid met het cijfer 1? 
a)
lens
b)
hoornvlies
c)
harde oogrok
11.
PUPILREFLEX:
waar worden impulsen opgewekt/
waar verloopt de impulsgeleiding
a)
Iris /
 gezichtscentrum 
b)
iris /
 hersenstam
c)
netvlies /
 gezichtscentrum
d)
netvlies/
hersenstam
12.
Wat ontbreekt in het midden van de gele vlek
a)
zenuwcellen
b)
staafjes
c)
kegeltjes
13.
Wat is staar (cataract)?
a)
vertroebeling van de ooglens
b)
slecht werkende lensbandjes
c)
ontstoken hoornvlies
14.
De lens van een oog is bol. Kijkt dit oog nu naar een voorwerp ver weg of dichtbij?
a)
ver weg
b)
dichtbij
15.
Wanneer is een oog in rusttoestand?
a)
als het kijkt naar een voorwerp ver weg
b)
als het kijkt naar een voorwerp dichtbij