wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Brandaan groep 5 thema 4

Total questions: 15

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.
Wanneer werd de keerploeg uitgevonden?
a)
Rond het jaar 500
b)
Rond het jaar 750
c)
Rond het jaar 1000
2.
De keerploeg was gemaakt van...
a)
ijzer
b)
hout
c)
steen
d)
staal
e)
brons
3.
Waardoor groeide de bevolking?
a)
Er kwamen meer mensen uit het buitenland in Nederland wonen.
b)
Door betere oogsten stierven er minder kinderen en leefden mensen langer.
c)
Doordat er minder oorlogen werden gevoerd.
4.
Wat deden de boeren op de markt?
a)
Hun laatste nieuwtjes uitwisselen met andere boeren.
b)
Nieuwe producten ontdekken uit andere landen
c)
hun eten ruilen voor spullen.
5.
Wat waren de voordelen van de keerploeg?
a)
Het onkruid groeide minder snel en de boer was eerder klaar met zijn werk.
b)
De boer kon met zijn nieuwe ploeg beter en dus sneller draaien aan het eind van de akker.
c)
Het zaaien ging makkelijker en de dieren konden deze ploeg beter voorttrekken.
6.
Elk jaar lieten de boeren een derde van hun grond braak liggen (lieten ze met rust.) Dit noemen we...
a)
het drieslagstelsel
b)
het drieruststelsel
c)
het driegrondstelsel
7.
Op de markt werden...
a)
spullen geruild en verkocht
b)
spullen geruild
c)
spullen verkocht
8.
Miljoenen mensen gingen in de middeleeuwen dood aan...
a)
de mazelen
b)
de griep
c)
de pest
9.
De ziekte waar miljoenen mensen aan dood gingen in de middeleeuwen, noemden de mensen ook wel...
a)
de vredelijke dood
b)
de zwarte dood
c)
de witte dood
10.
Welke mensen woonden bij elkaar in hetzelfde buurtje in de stad?
a)
mensen die familie van elkaar waren
b)
mensen met hetzelfde beroep
c)
mensen met dezelfde hobby's
11.
Ambachtslieden zijn mensen die...
a)
hun handen gebruiken om spullen te maken
b)
elke dag water moesten halen bij de put
c)
op de markt liederen zingen
12.

Waardoor werden de oogsten steeds groter? Er zijn meer antwoorden goed. Tik ze allemaal aan.

a)

door de uitvinding van de keerploeg

b)

doordat er steden ontstonden

c)

doordat mensen ambachten gingen uitoefenen

d)

door van woeste gronden akkers te maken

13.

Welke spelletjes speelden de kinderen in de middeleeuwen? Er zijn meer antwoorden goed. Tik ze allemaal aan.

a)

hoepelen

b)

verstoppertje

c)

stelt lopen

d)

kegelen

e)

voetballen

14.

Wat deed de stadsomroeper?

a)

Hij vertelde iedereen wat ze moesten doen.

b)

Hij riep het laatste nieuws door de stad.

15.

Welke rechten kochten de stadsbewoners van de landheer? Er zijn meer antwoorden goed. Tik ze allemaal aan.

a)

het recht om een muur te bouwen

b)

het recht om recht te spreken

c)

het recht om een markt te houden

d)

het recht om een eigen munt te maken

e)

het recht om een leger te hebben