wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H5 Amerika 2VMBO

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Hoe zou het landschap eruit zien als er intensieve veeteelt in dit gebied zou zijn?

a)

De koeien zouden veel meer verspreid zijn (minder koeien per hectare).

b)

De boeren zouden de koeien in Jeeps bijeen drijven.

c)

Je zou in de verte grote steden met wolkenkrabbers zien liggen.

d)

Je zou akkers met irrigatie zien.

e)

Je zou megastallen met veel koeien erin zien.

2.

Wat gebeurt er met de bevolkingsdichtheid als je van New York naar Cheyenne reist?

a)

is de bevolkingsdichtheid eerst laag, en wordt verder naar het westen steeds lager.

b)

is de bevolkingsdichtheid eerst laag, en wordt verder naar het westen steeds hoger.

c)

is de bevolkingsdichtheid eerst hoog, en wordt verder naar het westen steeds lager.

d)

is de bevolkingsdichtheid eerst hoog, en wordt verder naar het westen steeds hoger.

e)

blijft de bevolkingsdichtheid overal ongeveer even hoog.

3.

Veel Europese migranten waren...

a)

arbeidsmigranten

b)

kennismigranten

c)

seizoensmigranten

d)

slaven

4.

Waar in de grafiek horen de Afro-Amerikanen thuis?

a)

De Afro-Amerikanen horen bij de groep ‘Azië’.

b)

De Afro-Amerikanen horen bij de groep ‘Latijns-Amerika’.

c)

De Afro-Amerikanen horen bij de groep ‘overige gebieden’.

d)

De Afro-Amerikanen staan niet in de grafiek. Ze stammen af van de Engelsen die voor 1820 naar de V.S kwamen.

e)

De Afro-Amerikanen staan niet in de grafiek. Ze stammen af van de slaven die vooral voor 1820 naar de V.S kwamen.

5.

Welke kenmerk hoort bij de Aziaten?

a)

laagopgeleid

b)

rijk

c)

seizoensmigranten

d)

slaven

6.

Welke afbeelding hoort bij A?

a)
b)
c)
d)
7.

Welke afbeelding hoort bij B?

a)
b)
c)
d)
8.

Welk kenmerk heeft het Great Basin?

a)

intensieve landbouw

b)

nat gebied

c)

tornado’s

d)

vlaktes

9.

Welk kenmerk heeft Great Plains?

a)

gletsjers

b)

grote bossen

c)

tornado’s

d)

citrus

10.

Op de foto zie je ...

a)

intensieve landbouw met een lage opbrengst per hectare

b)

intensieve landbouw met een hoge opbrengst per hectare

c)

extensieve landbouw met een hoge opbrengst per hectare

d)

extensieve landbouw met een lage opbrengst per hectare