wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tijd van pruiken en revoluties

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

In welke tijd speelt het tijdvak pruiken en revoluties zich af?

a)

1750-1850

b)

1600-1700

c)

1700-1800

d)

1650-1750

2.

In de tijd van pruiken en revoluties ging het goed met de Nederlandse economie.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Uit welke standen bestond de Franse standenmaatschappij?

a)

1e: de geestelijkheid, 2e: de adel, 3e: de rest (burgers)

b)

1e: de adel, 2e: de rest (burgers), 3e: de geestelijkheid

c)

1e: de adel, 2e: de geestelijkheid, 3e: de rest (burgers)

d)

1e: de rest (burgers), 2e: de adel, 3e de geestelijkheid

4.

Welke twee standen zie je op deze afbeedling?

a)

De 1e en 2e

b)

De 2e en 3e

c)

De 1e en 3e

5.

Wat was de verlichting?

a)

Een beweging van mensen die vonden dat het te donker was in de 18e eeuw, dus pleitten voor meer verlichting.

b)

Een beweging van mensen die vonden dat met het verstand alles verklaar kon worden en dat de maatschappij daarop gebaseerd moest worden.

c)

Een stroming waarin veel wetenschappelijke ontdekkingen werden gedaan, waarmee de wereld beter verklaard kon worden.

6.

War hadden verlicht denker kritiek op? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Ongelijkheid

b)

De pruikenmode

c)

Dat het te donker was

d)

De Katholieke kerk

e)

Het absolute bestuur van regeringen

7.

Over welk begrip gaat deze afbeelding?

a)

de Verlichting

b)

Constitutionele monarchie

c)

Eenheidsstaat

d)

Trias Politica

8.

Waarmee begon de Amerikaanse revolutie?

a)

De onafhankelijkheidsverklaring

b)

Boston cofee part

c)

Boston tea party

d)

Vorming van de eerste grondwet

9.

Waar waren de Amerikanen ontevreden over? Meerdere antwoorden zijn mogelijk.

a)

De standenmaatschappij

b)

Dat ze geen inspraak hadden in de regering in Londen

c)

Londen bemoeide zich veel met Amerika

d)

Dat ze veel belasting moesten betalen

e)

Dat ze niet hun eigen land mochten stichtten

10.

Waar waren de Fransen in de 18e eeuw ontevreden over? Meerdere antwoorden zijn mogelijk.

a)

De regering bemoeide zich overal mee

b)

De uitbundige rijkdom van het koningshuis

c)

De standenmaatschappij

d)

Belasting

e)

De dure oorlogen van Lodewijk XVI

11.

Wat was de aanleiding van de Franse revolutie?

a)

De ruzie in de Staten-Generaal

b)

De bestorming van de Bastille

c)

De oproep van Lodewijk XVI om de Staten-Generaal bijeen te laten komen.

d)

Het uitroepen van de Nationale Vergadering door de derde stand

12.

Waarom werd Frankrijk een republiek? Ook al had Lodewijk XVI zijn macht ingeleverd.

a)

Meerderheid van de Franse bevolking stemde om de monarchie af te schaffen

b)

Lodewijk XVI wilde niet koning zijn met zo weinig acht, dus besloot afstnd te doen van de troon.

c)

Lodewijk XVI werd verdacht samen te zweren met Oostenrijk. Radicalen kwamen aan de meerderheid in het parlement en schaften de moranchie af.

13.

Wie wordt er afgebeeld op deze spotprent?

a)

Koning Willem I

b)

De koning van Pruisen

c)

Stadhouder Willem V

d)

Johan Derk van den Capellen tot den Pol

14.

Hoe heten de tegenstanders van stadhouder Willem V?

a)

Hugenoten

b)

Batavieren

c)

Patriotten

d)

Bataven

15.

Wat was het gevolg van de gevangenneming van prinses Wilhelmina bij Goejanverwellessluis?

a)

Wilhemina werd woest en trof de patriotten met harde maatregelen

b)

Wilhelmina riep de hulp in van haar broer, koning van Pruisen, en die verjoeg de patriotten

c)

Wilhemina riep de hulp in van de koning van Engeland en die verjoeg de patriotten.

16.

Wat waren de gevolgen van de Bataafse revolutie? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk

a)

Willem V vluchtte naar Engeland

b)

De zoon van Willem V werd koning

c)

Verklaring van de rechten van de mens ingevoerd

d)

Er kwam een grondwet

e)

De regenten bleven aan de macht, maar gaven meer inspraak aan het volk

17.

Waardoor werd het leger van Napoleon erg groot en succesvol? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk

a)

De dienstplicht werd ingevoerd

b)

Napoleon huurde mensen in uit andere landen

c)

De leger van de andere landen waren erg klein

d)

Veel jongens waren bereid voor het land te sterven

18.

Wat gebeurder en bij de slag bij Waterloo?

a)

De Geallieerden werden verslagen

b)

Napoleon werd verslagen en verbannen naar Elba

c)

Napoleon werd verslagen en verbannen naar Sint Helena

d)

Pruisen werd verslagen en ingenomen door Napoleon

19.

Wat hebben wij te danken aan Napoleon? Meerdere antwoorden zijn mogelijk

a)

Dat iedereen nu een achternaam heeft

b)

Rechts rijden

c)

Iedereen kan carrière maken, ongeacht de afkomst

d)

Het decimale stelsel

e)

Wetboeken