wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 6.3 Brugklas Ontdekkers & Hervormers

Total questions: 29

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.
Welke jaartallen passen bij de Tijd van ontdekkers en hervormers
a)
500 - 1000
b)
1000 - 1500
c)
1500 - 1600
d)
1600 - 1700
2.
Wat is geen specerij?
a)
Nootmuskaat
b)
Kaneel
c)
Thee
d)
Kruidnagel
3.
Bij welke oorzaak van de ontdekkingsreizen past de bron?
a)
Kennis
b)
Economie
c)
Politiek
d)
Religie
4.
Een objectieve bron is betrouwbaarder dan een subjectieve bron.
a)
Juist
b)
Onjuist
5.
In welk jaar ontdekt Columbus Amerika?
a)
1340
b)
1492
c)
1588
d)
1601
6.
Welke definitie past het beste bij conquistadores?
a)
Het uitbreiden van het grondgebied van een land
b)
Reis die gemaakt wordt om nog niet ontdekt gebied te vinden.
c)
Spaanse veroveraars die in naam van de Spaanse koning gebiedenveroveren in Noord- en Zuid-Amerika
d)
Waarbij de zon het middelpunt van het heelal is
7.
Waar leefden de Azteken?
a)
Huidige Chili
b)
Huidige Mexico
c)
Huidige Brazilie
d)
Huidige Suriname
8.
Wat is een onbedoeld gevolg van de verovering van Amerika?
a)
Verspreiding van ziektes
b)
Veroveren van grote stukken land
c)
Het winnen van goud en zilver
d)
Kennis maken met de inheemse bevolking
9.
In de middeleeuwse samenleving staat ..... centraal
a)
De landbouw
b)
Het geloof
c)
Het leven op aarde
d)
De koning
10.
Met wie komen veel wetenschappers in conflict? Kies het beste antwoord.
a)
De koning
b)
De kerk
c)
De burgemeester
d)
De universiteit
11.
Deze kaart is gemaakt voor de ontdekking van Columbus.
a)
Juist 
b)
Onjuist
12.
Was Columbus daadwerkelijk de eerste die Amerika ontdekte?
a)
Ja.
b)
Ja, samen met Amerigo Vespucci.
c)
Nee, de Vikingen waren er al eerder geweest.
13.
Waarom noemde Columbus de inwoners van Amerika 'Indianen'?
a)
Hij dacht dat hij Indië had ontdekt.
b)
Omdat hij in India was aangekomen.
c)
Hij vond het makkelijk om ze een naam te geven.
d)
Dat vond hij leuk.
14.
Welke Europese landen gingen als eerste op ontdekkingsreis?
a)
Spanje en Portugal
b)
Spanje en Frankrijk
c)
Portugal en Italië
d)
Frankrijk en Italië
15.
Welke stelling klopt niet?
a)
De Portugezen richtten vooral handelsposten op in hun kolonies.
b)
De Spanjaarden zagen het als hun missie om de inheemse bevolking beschaving bij te brengen.
c)
De ontdekkingsreizigers gebruikten weinig geweld.
d)
Veel indianenstammen stierven door Europese ziektes als de pokken.
16.
Hoe lang was Columbus op reis?
a)
7 maanden
b)
1 jaar 
c)
5 maanden
d)
7 maanden en drie dagen
17.
In welke eeuw maakte Columbus zijn ontdekkingsreizen?
a)
Tussen 1400 en 1500
b)
Tussen 1500 en 1600
c)
Tussen 1600 en 1700
d)
Tussen 1700 en 1800
18.
Columbus wist precies hoe groot de wereld was.
a)
Hij wist wel dat de aarde rond was maar dacht dat deze kleiner zou zijn.
b)
Hij had Google Maps en wist precies hoe groot de aarde was.
c)
Hij had geen idee en dacht dat de aarde plat was.
d)
Hij wist het door te meten heel precies
19.
Peper komt oorspronkelijk uit Azië.
a)
Waar
b)
Niet waar
20.
Aardappelen komen oorspronkelijk uit Azië
a)
Waar
b)
Niet waar
21.
Marco Polo reisde naar....
a)
Azië
b)
Amerika
c)
Afrika
d)
Australie
22.
Waarom mocht Columbus oorspronkelijk van de Portugezen niet op reis?
a)
Hij vroeg een te hoge beloning.
b)
Ze vonden hem niet zo aardig.
c)
Ze dachten dat hij de afstand verkeerd inschatte.
d)
Omdat hij ook met een andere koning onderhandelde.
23.
Welke ontdekkingsreis zien we hier?
(klik op het plaatsje om het goed te zien)
a)
De reis van Columbus
b)
De reis van Magelhaes
c)
De reis van Marco Polo
d)
De reis van Barentsz
24.
Waar werd een kompas in de tijd van de ontdekkingsreizigers voor gebruikt?
a)
Om de weg te vinden op zee.
b)
Als speelgoed
c)
Om te verkopen in de nieuw ontdekte landen
d)
Om te zien waar de wind vandaan kwam.
25.
Welk van onderstaande ziektes was een probleem op de schepen van de ontdekkingsreizigers?
a)
Scheurbuik
b)
Griep
c)
De pokken
d)
Gebroken harten
26.
Welk van onderstaande producten komt niet uit Amerika
a)
Maïs
b)
Ananas
c)
Thee
d)
Avocado
27.

Mensen geloofden dat de aarde plat was. Waarom wilden zeelieden (mannen die op zeeschepen voeren) niet te ver van de kust af?

a)

Ze waren bang dat ze zouden verdwalen.

b)

Ze konden niet zoveel eten en drinken meenemen.

c)

Ze wisten niet wat er aan de andere kant van de zee zou zijn.

d)

Ze waren bang dat ze van de aarde af zouden vallen.

28.

Waarom wilden koopmannen eigenlijk naar andere delen van de wereld reizen?

a)

Daar konden ze suiker kopen en in Nederland weer verkopen voor veel geld.

b)

Omdat ze anders hun kaarten en boeken voor niks hadden gekocht.

c)

Daar was het lekker weer en konden ze geld verdienen met ijs uit Nederland.

d)

Daar konden ze specerijen en kruiden kopen en in Nederland weer verkopen voor veel geld.

29.
Wat is het minst goede voorbeeld van de Spaanse invloed in Zuid- en Midden-Amerika?
a)
Het christelijke geloof
b)
De Spaanse taal
c)
De plaatsnamen van steden als San Francisco
d)
Kleding, dans, eten