Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Europa

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is invoer

a)

het kopen van producten

b)

het kopen van diensten

c)

het kopen van diensten en producten

d)

heet ook wel export

2.

welke is juist

a)

bloembollen naar Frankrijk transporteren is invoer

b)

Zwitserse horloges in Duitsland verkopen is uitvoer

c)

Baggerbedrijf maakt haven in Portugal vrij is Invoer

3.

Wat is geen reden tot invoer van het T-shirt

a)

Dat hebben ze niet in Nederland

b)

De productie is hier 3x zo duur

c)

Het katoen is niet in Nederland te krijgen

d)

De kwaliteit is hier veel beter

4.

Wat is invoerrecht

a)

Import belasting

b)

Export belasting

c)

recht tot invoer

d)

recht om de grens over te mogen

5.

BBP is:

a)

bruto binnenlands product

b)

bruto buitenlands product

c)

bruto buitenlandse productie

d)

bruto bekende productie

6.

gesloten economie

a)

economie tijdens vakantie dagen

b)

handel is stil gelegd ivm crisis

c)

handel is stilgelegd ivm sterk dalende wisselkoers

d)

er wordt in verhouding weinig geïmporteerd

7.

positief saldo op de betalingsbalans

a)

Er wordt meer ingevoerd dan uitgevoerd

b)

Er wordt meer uitgevoerd dan ingevoerd

c)

Er zijn meer werkenden dan uitkeringsontvangers

d)

Er worden meer diensten dan producten geproduceerd

8.

Een stijging van de wisselkoers van de Euro heeft tot gevolg dat:

a)

Nederlands producten duurder worden voor Slovenië

b)

Nederlands producten goedkoper worden voor Slovenië

c)

Nederlands producten duurder worden voor Denemarken

d)

Nederlands producten goedkoper worden voor Denemarken

9.

Interne markt betekend: vrij verkeer van .....

a)

personen, kapitaal en goederen

b)

personen, rechten en goederen

c)

kapitaal, rechten en goederen

d)

personen, rechten en kapitaal

10.

Binnen Europa zijn er grote verschillen op het gebied van ....

a)

BTW, milieuregels en producteisen

b)

Vennootschapsbelasting, milieuregels en producteisen

c)

BTW, vennootschapsbelasting en producteisen

d)

BTW, vennootschapsbelasting en milieuregels

11.

EMU staat voor

a)

Europese Munt Unie

b)

Europese Monetaire Unie

c)

Europese Monny Union

d)

Europa zij Met U

12.

Wat is GEEN taak van de Europese Centrale Bank

a)

Prijsstabiliteit bewaken

b)

Het drukken van nieuwe bankbiljetten

c)

In omloop brengen van nieuwe bankbiljetten

d)

Vaststellen rentetarieven voor banken

13.

Wat zijn protectiemaatregelen

a)

handelsbelemmeringen

b)

vrijhandel

c)

globalisering

d)

concurrentiebeding

14.

Hoe heten 'Belastingen op ingevoerde producten" NIET

a)

Invoerrechten

b)

Import belasting

c)

Douanerechten

d)

Importheffingen

15.

Waar krijgen boeren nu GEEN subsidie meer voor

a)

meer groen aanleggen

b)

innovaties

c)

overschakelen naar voedsel waar veel vraag naar is

d)

overschakelen naar voedsel waar je weinig op kunt verdienen

e)

verzorgen van de natuurlijke omgeving