wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3Hb Ecologie

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de goede volgorde van de waterkringloop?

a)

waterdamp verdamping condensatie neerslag

b)

verdamping waterdamp condensatie neerslag

c)

condensatie waterdamp verdamping neerslag

2.

Wat vermindert de kans op gevechten

a)

leider, territorium

b)

rangorde, samenwerking

c)

territorium, rangorde

d)

leider, samenwerking

3.

Waterlelies zitten met hun wortels in de bodem van een vijver. Hoe diep kan het water maximaal zijn?

a)

Max. 3 meter

b)

Max. 5 meter

c)

Max. 4 meter

d)

Max 2 meter

4.

Welke aanpassingen hebben landplanten in vergelijking met waterdieren

a)

Dikke huid, lange botten

b)

zware botten, korte romp

c)

vacht, stevige poten

d)

zwaar skelet, stevige poten

5.

Welke snavel is het beste om insecten te eten?

a)

Kegelsnavel

b)

Pincetsnavel

c)

Priemsnavel

d)

Haaksnavel

6.

Welke factoren staan aan de basis van fotosynthese

a)

Glucose en zuurstof

b)

Regen en glucose

c)

zonlicht en bladgroenkorrels

d)

zuurstof en bladgroenkorrels

7.

Welke 4 verschillende niveaus bestudeert de ecologie?

a)

mensen, dieren, planten en levenloze natuur

b)

individu, populatie, levensgemeenschap en ecosysteem

c)

producenten, consumenten, reducenten en afvaleters

d)

producenten, consumenten 1e orde, cons. 2e orde, cons. 3e orde

8.

Welke schakel in een voedselketen heeft het grootst aantal individuen?

a)

Consumenten 3e orde

b)

Consumenten 2e orde

c)

Zoogdieren

d)

Producenten

9.

Welke organismen zijn autotroof

a)

Vissen

b)

Landdieren

c)

Planten

d)

Insecten

10.

Wat is er gunstig aan het produceren van insecten?

a)

Ze verbruiken veel minder voedingstoffen waardoor het goedkoop is

b)

De verhouding tussen opgenomen en en doorgegeven energie is gunstig

c)

Er zijn heel veel insecten op aarde

d)

Het is beter voor het milieu

11.

Hoe worden bacteriën en schimmels genoemd

a)

consumenten 2e orde

b)

consumenten 1e orde

c)

afvaleters

d)

reducenten

12.

Waaruit bestaat humus

a)

dode resten en reducenten

b)

schimmels en bacteriën

c)

mineralen

d)

reducenten en mineralen

13.

Hoe noem je het eerste ecosysteem dat op een onbegroeid terrein ontstaat

a)

humus

b)

pioniersecosysteem

c)

biomassa

d)

cllimaxecosysteem

14.

Wat gebeurt er met de biomassa bij elk hoger trofisch niveau?

a)

Neemt af

b)

Neemt toe

c)

Blijft gelijk

d)

Neemt soms af, neemt soms toe

15.

Waardoor ontstaat fotosynthese

a)

Water, koolstofmonoxide en licht

b)

water, koolstofmonoxide en warmte

c)

water, koolstofdioxide en licht

d)

water, koolstofdioxide en warmte

16.

Een climaxecosysteem is rijk aan soorten

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Waardoor zwemmen waterdieren met zo min mogelijk weerstand door het water?

a)

Lichte botten

b)

Sterke vinspier

c)

schubben en slijmlaag

d)

weinig lucht in het lichaam

18.

Welke planten groeien het beste met veel licht?

a)

schaduwplanten

b)

voorjaarsbloeiers

c)

kamerplanten

d)

zonplanten

19.

Wat ontstaat er bij het proces fotosynthese

a)

water en zuurstof

b)

glucose en koolstof

c)

water en glucose

d)

glucose en zuurstof