Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tijd van steden en staten

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Door welke nieuwe landbouwtechnieken steeg de voedselproductie?

a)

De ijzeren hark en het drieslagstelsel

b)

De ijzeren ploeg en het tweeslagstelsel

c)

De ontginningen en het tweeslagstelsel

d)

De ijzeren ploeg en het drieslagstelsel

2.

Noem twee redenen waardoor er meer landbouwgrond beschikbaar werd

a)

Ontginning van land (bos kappen, moerassen drooggelegd)

b)

Landheren gaven meer land aan boeren

c)

De Vikingen gaven het land terug aan de boeren

d)

De Vikingtochten waren voorbij

3.

Waar ontstonden vooral steden? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk

a)

Bij een kruispunt

b)

In de bergen

c)

Bij een rivier

d)

Bij een bos

e)

Bij een burcht (kasteel)

4.

In de late middeleeuwen veranderde de landbouwsamenleving in een landbouw-stedelijke samenleving

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Wat was een gilde?

a)

Een club van vooraanstaande mensen

b)

Een beroepsvereniging (soort vakbond)

c)

Het bestuur van een stad

d)

De verzekering van mensen in de middeleeuwen

6.

Waarover maakten gilden afspraken? (er zijn meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Prijs

b)

Huwelijk

c)

Werktijden

d)

Kwaliteit

e)

Dagjes uit

7.

Wat deed een geldwisselaar?

a)

Hij wisselde briefjes van 50 om naar munten

b)

Hij wisselde geld in van mensen voor rente

c)

Hij stelde waarde van munten vast en ruilde ze om voor de plaatselijke munt

d)

Hij wisselde geld van mensen in en zette het op de giro

8.

Wat deden banken met geld? Er zijn drie antwoorden mogelijk

a)

Ruilen

b)

Maken

c)

Bewaren

d)

Uitlenen (tegen rente)

e)

Stelen

9.

Waarom was de Hanze zo'n succes?

a)

Zo vochten samen tegen piraten, zorgden voor veiligheid en ze hoefden geen tol te betalen

b)

Ze onderhandelden met koningen en droegen een deel van hun winst aan hen af.

c)

Ze betaalden tol bij elke stad en vochten tegen piraten

10.

Wie gaf een stad stadsrechten?

a)

Koning/landheer

b)

de Paus

c)

De bisschop

d)

de rentmeester

11.

Noem drie voorbeelden van stadsrechten

a)

Een stadhuis bouwen

b)

De stad besturen

c)

Rechtspreken

d)

Stadsmuren bouwen

e)

Een weg aanleggen

12.

Wat is een schandpaal?

a)
b)
c)
d)
13.

Welke functie uit het middeleeuwse stadsbestuur bestaat nu nog?

a)

Schepenen

b)

Wethouder

c)

Burgermeester

d)

Schout

14.

Hoe heet de strijd tussen de paus en de keizer?

a)

infrituurstrijd

b)

Innervestuurstrijd

c)

Investituurstrijd

15.

Waarover ging de strijd tussen de paus en de bisschop?

a)

Het benoemen van monniken

b)

Het benoemen van geestelijken

c)

Het benoemen van leenmannen

d)

Het benoemen van bisschoppen

16.

Welk begrip past bij de volgende omschrijving: ontwikkeling waarbij een land steeds meer vanuit één punt wordt bestuurd

a)

Staten-Generaal

b)

Staatsvorming

c)

Investituurstrijd

d)

Centralisatie

17.

Hoe heet dit gebouw en waar staat het?

a)

De Balzaal, in Haarlem

b)

De ridderzaal, in Amsterdam

c)

De ridderzaal, in Den Haag

d)

De tweede kamer, in Den Haag

18.

Wie maakte een begin met het verenigen van de Nederlanden?

a)

Filips de Goede

b)

Lodewijk de dikke

c)

Filips de Stoute

d)

Lodewijk de kale