wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Planten toets voorbereiding M1

Total questions: 34

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.
Deze cellen hebben cytplasma
a)
Dierlijke cel
b)
Plantaardige cel
c)
Beide soorten cellen
d)
Allebei niet
2.

Deze cellen hebben een celwand.

a)

Dierlijke cellen

b)

Plantaardige cellen

c)

Allebei de soorten cellen

d)

Allebei niet

3.

Wat wordt er opgenomen door de wortels

a)

Water

b)

Water en mineralen

c)

Zuurstof

d)

Glucose en water

4.

Wat nemen de bladeren op?

a)

Zuurstof

b)

Water

c)

Koolstofdioxide

5.

Wat geven de bladeren af?

a)

Zuurstof

b)

Water

c)

Koolstofdioxide

6.

Wat wordt er gemaakt door de plant waar hij van kan groeien?

a)

Glucose

b)

Energie drank

c)

zuurstof

7.

Wat is nodig om fotosynthese in gang te zetten?

a)

Licht

b)

Warmte

c)

Geen licht

8.

Wat moet er bij fotosynthese in?

a)

Water en koolstofdioxide

b)

zuurstof en glucose

c)

Water en zuurstof

9.

Wat komt er bij fotosynthese uit?

a)

Zuurstof en glucose

b)

Koolstofdioxide en water

c)

Koolstofdioxide en glucose

10.

In welk onderdeel van een plantencel gebeurd fotosynthese?

a)

Vacuole

b)

Celkern

c)

Celwand

d)

Bladgroenkorrels

11.

Welk nummer geeft het vruchtbeginsel aan?

a)

4

b)

6

c)

7

d)

8

12.

Aan een bonenplant groeien vijftig sperziebonen. In elke boon zitten vijf boontjes (zaden). Hoeveel stuifmeelkorrels zijn er minstens bij de bestuiving betrokken geweest?

a)

5

b)

50

c)

55

d)

250

13.

Welke kant loopt het water in bastvaten op?

a)

Vanuit de bladeren naar de wortels en bloemen.

b)

Van de wortels naar de bladeren.

c)

Beide kanten op.

d)

Van de bloemen naar de wortels.

14.
Welk geslacht heeft deze bloem?
a)
Mannelijk
b)
Vrouwelijk
c)
Mannelijk en vrouwelijk
d)
Ongeslachtelijk
15.

Welk deel van het kiemplantje komt als eerste tevoorschijn bij de ontkieming?

a)

Wortel

b)

Stengel

c)

Blad

d)

Bloem

16.

Wat is onderdeel 4

a)

Celwand

b)

Cytoplasma

c)

Vacuole

d)

Celmembraan

17.

Wat is GEEN functie van de bladeren van een plant?

a)

Opslaan van reservevoedsel

b)

Fotosynthese

c)

Water opnemen

d)

Opname / afgifte van zuurstof en koolstofdioxide

18.

Op welke manieren kunnen zaden / vruchten worden verspreid?

a)

Door dieren

b)

Door de plant zelf

c)

Door de wind

d)

Door regen

19.

Waarvoor dienen de zaadlobben?

a)

Ze nemen water op

b)

Ze ontwikkelen zich tot bladeren

c)

Ze beschermen de kiem

d)

Ze bevatten het reservevoedsel voor de kiem

20.
Een plant met dikke bladeren:
a)
leeft in een droge omgeving
b)
leeft in een vochtige omgeving
c)
leeft onder water
21.
Een plant in droge gebieden heeft meestal
a)
weinig huidmondjes, weinig verdamping
b)
veel huidmondjes, weinig verdamping
c)
weinig huidmondjes, veel verdamping
d)
veel huidmondjes, veel verdamping
22.
Een insectenbloem heeft in verhouding
a)
grote gekleurde kroonbaden
b)
grote groene kroonbladen
c)
kleine groene kroonbladen
d)
kleine gekleurde kroonbladen
23.
Een insectenbloem heeft meestal
a)
geen geur
b)
wel geur
24.
Een windbloem maakt
a)
geen nectar
b)
wel nectar
25.
De houtvaten in de plant vervoeren stoffen 
a)
van de wortels naar boven
b)
van de bladeren naar beneden
c)
allebei kanten
26.
Als ik dit eet, eet ik een
a)
blad
b)
stengel
c)
bloem
d)
wortel
27.
De huidmondjes in het blad van de plant zorgen voor
a)
opname van CO2
b)
opname O2
c)
afgifte van CO2
d)
opname van H2O
28.
De bloemen van de plant zorgen voor
a)
stevigheid
b)
opname van water
c)
fotosynthese
d)
voortplanting
29.
Zet de volgende gebeurtenissen bij het kiemen van een zaad in volgorde.
1. De zaadlobben komen boven de grond.
2. Het worteltje komt naar buiten.
3. De zaadhuid scheurt open
a)
1-2-3
b)
3-2-1
c)
2-1-3
d)
3-1-2
30.
Wortels slaan het reservevoedsel van een plant op.
a)
Juist
b)
Onjuist
31.
Waar groeit het volgende jaar een zijstengel (zijtak) met bladeren?
a)
Bladoksel
b)
Okselknop
c)
Eindknop
32.
De stengels van houtachtige planten zijn stevig, zolang de wortels voldoende water kunnen opnemen
a)
Juist
b)
Onjuist
33.
Wat heeft het linkerblad wel wat het rechterblad niet heeft?
a)
Nerven
b)
Bladsteel
c)
Bladmoes
d)
Bladschijf
34.
Wat heeft een plant nodig voor fotosynthese?
a)
Koolstofdioxide, licht en water
b)
Koolstofdioxide, licht en zuurstof
c)
Koolstofdioxide, water en zuurstof
d)
Licht, water en zuurstof