Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Regeling en zintuigen M3 voorbereiding toets

Total questions: 30

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.
Het drukzintuig is een onderdeel van de huid.
a)
Juist
b)
Onjuist
2.
Iets waar je zintuigen op reageren heet een ...
a)
Impuls
b)
Seintje
c)
Prikkel
d)
Zenuw
3.
Het centrale zenuw-stelsel bestaat uit:
a)
Zenuwen
b)
Zenuwen en de hersenen
c)
Zenuwen en het ruggenmerg
d)
De hersenen en het ruggenmerg
4.
Bij welk zintuig hoort deze afbeelding?
a)
Gehoor-zintuig
b)
Gezichts-zintuig
c)
Reuk-zintuig
d)
Smaak-zintuig
5.
Met een droge tong proef je even goed als met een vochtige tong.
a)
Juist
b)
Onjuist
6.
Wat is de functie van oorsmeer?
a)
Vochtig houden van het trommelvlies
b)
Soepel houden van het trommelvlies
c)
Zorgt ervoor dat het trommelvlies niet kan bewegen
d)
Geeft het trommelvlies een gele kleur
7.
Hier bevindt zich het gehoorzintuig.
a)
Trommelvlies
b)
Gehoorbeentjes
c)
Slakkenhuis
d)
Buis van Eustachius
8.
Met dit deel van het oog kan je scherp zien.
a)
Iris
b)
Pupil
c)
Harde oogvlies
d)
Lens
9.
In deze laag van het oog liggen de meeste bloedvaten.
a)
Harde oogvlies
b)
Vaatvlies
c)
Netvlies
10.
Langs welke weg gaat het licht van het oog-zintuig?
a)
Hoornvlies-pupil-lens-glasachtige lichaam-netvlies
b)
Glasachtige lichaam-netvlies-pupil-lens-hoornvlies
c)
Hoornvlies-lens-netvlies
d)
Lens-pupil-hoornvlies-netvlies-glasachtige lichaam
11.
De pupil is eigenlijk een opening in plaats van een zwart gedeelte.
a)
Juist
b)
Onjuist
12.
Wat is een bewuste reactie?
a)
Schrikken
b)
Terugduwen 
c)
Knipperen met je ogen
d)
Ademen
13.
Wat is een reflex?
a)
Vaste, snelle, onbewuste reactie
b)
Trage reactie
c)
Bewuste reactie
14.
Wat is een Reflexboog?
a)
Een boog van reflexen 
b)
De weg die impulsen bij een reflex afleggen
c)
De spanning tussen reflexen
d)
De ruggenmerg
15.
Waar ligt de hypofyse?
a)
Tussen beide hersenhelften
b)
Bij de nieren
c)
In het geslachtsorgaan
d)
Bij de schildklier
16.
Waarvoor zorgt hypofyse? 
a)
Speeksel aanmaak
b)
Haargroei
c)
Botgroei
d)
Hersengroei
17.
Een persoon heeft een trage werkende schildklier. Wat gebeurt er met zo'n iemand? 
a)
Zo'n persoon word rusteloos
b)
Zo'n persoon vermagert sterk
c)
Bij zo'n persoon is de verbranding van cellen laag.
d)
Bij zo'n persoon is er veel verbranding van de cellen
18.
Wat betekend het begrip: bloedsuikerspiegel?
a)
Dat is de hoeveelheid suiker dat zich in het bloed bevind
b)
Dat is bloed met suiker gemengd 
c)
Dat is het glucosegehalte van het bloed
d)
Dat betekenend helemaal niks
19.
Waar hebben mensen met diabetes last van?
a)
De eilandjes van Langerhals produceren te weinig  insuline 
b)
Deze mensen hebben last van dwerggroei
c)
Deze mensen hebben een struma
d)
Het bloed is bij deze mensen te dik, waardoor het niet goed kan stromen
20.
Welk hormoon produceren die bijnieren?
a)
Adrenaline
b)
Groeihormoon
c)
Insuline 
d)
Geslachshormonen
21.
Er wordt met een camera een foto gemaakt van een iris. Door het felle flitslicht trekken de kringspieren in de iris zich samen.
Verandert dan de grootte van de pupil?
a)
Nee
b)
Ja, de pupil wordt groter.
c)
Ja, de pupil wordt kleiner.
22.
Wat is de buitenste laag van het oog?
a)
Lens
b)
Pupil
c)
Straalvormig lichaam
d)
Hoornvlies
23.
Waar wordt het traanvocht naar afgevoerd als de traanbuizen te vol zijn?
a)
De traanbuizen
b)
De oogspieren
c)
De traanklieren
d)
De neusholte
24.

Welke twee onderdelen kunnen de waarneming van prikkels beinvloeden volgens de theorie?

a)

Motivatie & alertheid

b)

Gewenning & vermoeidheid

c)

Motivatie & gewenning

d)

Gewenning & alertheid

25.

Welke zintuigen kunnen warmte waarnemen?

a)

Koudezintuigen

b)

Drukzintuigen

c)

Tastzintuigen

d)

Warmtezintuigen

26.

Kies de juiste route van de waarneming van geur.

a)

Zenuw - reukzintuig - reukharen - hersenen

b)

Reukharen - reukzintuig - zenuw - hersenen

c)

Hersenen - reukharen - zenuw - reukzintuig

d)

Reukharen - zenuw - reukzintuig - hersenen

27.
In hoeveel seconden ademt Jaap in?
a)
1 seconde
b)
2 seconden
c)
3 seconden
d)
4 seconden
28.
Hoeveel liter ademt Jaap in?
a)
4,0 liter
b)
3,5 liter
c)
3,0 liter
d)
1,0 liter
29.
Wat is de grootheid op de horizontale as?
a)
hoogte
b)
tijd
c)
meter
d)
seconde
30.
Wat is de eenheid op de vertical as?
a)
hoogte
b)
meter
c)
tijd
d)
seconde