wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Afsluiting klas 3 2018

Total questions: 20

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Welke 3 periodes kende de Romeinse geschiedenis, en in welke volgorde?

a)

koningstijd, keizertijd, republiek

b)

koningstijd, republiek, keizertijd

c)

koningstijd, democratie, monarchie

d)

koningstijd, dictatuur, patriarchaat

2.

Op zijn hoogtepunt strekte het Romeinse rijk zich uit van ...

a)

Woerden tot Vleuten en Maastricht tot Delfzijl

b)

Rome tot Zanzibar en van Parijs tot Londen

c)

Ierland tot Noord-Afrika en van Portugal tot de Zwarte Zee

3.

rex servum vocat.

In deze zin is het woord servum ...

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

werkwoord

d)

bepaling

4.

Welk dier is het symbool van Rome?

a)

De gans

b)

De krokodil

c)

De olifant

d)

De wolvin

5.

Het meervoud van de acc. puerum is ...

a)

pueri

b)

pueros

c)

pueris

d)

puerorum

6.

Welke vormen zijn dativus?

a)

rosa, servus, rex

b)

rosae, servi, regis

c)

rosae, servo, regi

d)

rosarum, servorum, regum

7.

Romulus et Remus de monte Palatino descendunt.

Welke woorden vormen een bijwoordelijke bepaling?

a)

Romulus et Remus

b)

de monte Palatino

c)

Romulus, Remus en monte

d)

monte Palatino

8.

Welk Latijns woord herken je in de Franse naam Mont Blanc?

a)

monstrum

b)

mons, montes

c)

monére

d)

movére

9.

Welke vormen zijn persoonlijke voornaamwoorden?

a)

Aemilia, Claudia, Metella

b)

Ego, eas, te, eum, nobis

c)

docet, vident, sunt

d)

in, de, ex, pro

10.

Hier zie je een plaatje van de ossa manus .

Ossa betekent 'botten'.

Welke naamval is manus?

a)

nominativus

b)

accusativus

c)

dativus

d)

genitivus

11.

De superlativus (overtreffende trap)

van bonus is ...

a)

bonior

b)

melior

c)

bonissimus

d)

optimus

12.

levis -> levior / levius


De comparativus wordt niet alleen gebruikt

om te vergelijken.

Wat kan een comparativus nog meer uitdrukken?


Vink alle juiste alternatieven aan.

a)

levior / levius = lichter dan gewoonlijk: nogal licht

b)

levior / levius = lichter dan gewenst: te licht

c)

levior / levius = lichter dan de ander: de lichtste (van 2)

d)

levior / levius = zeer licht

13.

Welke reeks bevat alleen maar comparativusvormen?

a)

altiorum, fortiori, servorum, magni.

b)

maiorum, peiores, minori

c)

altissimi, altissimorum, audacissimos, maiores

14.

Cicero was getrouwd met ...

a)

Terentia

b)

Tullia

c)

Cornelia

d)

Ciceronia

15.

Wat ging Cicero doen toen hij terugkeerde uit ballingschap in 57 v.Chr.?

a)

Hij stortte zich toen vol op de politiek.

b)

Hij ging vooral filosofische en retorische werken schrijven.

c)

Een patatje oorlog eten.

d)

Zijn huis verbouwen.

16.

Waarom ging Cicero in ballingschap in 58 v. Chr.?

a)

Catilina joeg hem het land uit.

b)

Hij hield de eer aan zichzelf en ging weg vanwege een nieuwe wet die door een vijand was ingediend.

c)

Hij kreeg de opdracht om in ballingschap te gaan van de senaat.

d)

Clodius had een wet ingediend die bepaalde dat Cicero in ballingschap moest.

17.

Naast Cicero waren er in 63 v. Chr. ook andere belangrijke spelers op het toneel. Wie zoal? Vink ze allemaal aan.

a)

(een nog jonge) Julius Caesar

b)

Cato de Oudere

c)

Lucius Sergius Catilina

d)

keizer Augustus

18.

Catilina had zijn uitvalsbasis buiten Rome. Waar?

a)

In Tusculum.

b)

In Gallië.

c)

In Etrurië.

d)

In Brindisi.

19.

In zijn redevoering tegen Catilina zegt Cicero o.a.


Quis audacior, scelestior, insanior est quam tu?


Hier is er sprake van ... (Meerdere antwoorden aanvinken!)

a)

een retorische vraag

b)

een trikolon

c)

een metonymia

d)

meerdere comparativus-vormen

20.

Welk tweedekamerlid begon zijn maiden speech met een variatie op de woorden van Cicero's rede tegen Catilina?

a)

Geert Wilders

b)

Thierry Baudet

c)

Kees van der Staaij

d)

Jesse Klaver