NEW
Font size
WorksheetsTaal Actief Spelling Groep 6 Parkeerweekdictee 4 - Werkwoorden
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Hans fiets op straat.
Ik schrijf een mailtje.
Wij vrezen nergens voor.
Jij praat veel te hard.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Lees jij een boek?
Hij raadt het getal goed.
Ik rijd de straat op.
De jongens plaag het meisje.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Ik doodt nooit insecten.
Wij feesten de hele dag.
Zij glimlachen naar ons.
Het vriest dat het kraakt.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Wij verfen de muur.
Mijn ouders werken hard.
Ik droom van een verre reis.
Hij belt mij nooit meer.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Ik bots tegen hem op.
Naar wie gooit jij de bal?
Zij praten vaak samen.
Ik wed dat het niet lukt.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
De rechters straffen de moordenaar.
De zwerver zwervt maar wat rond.
De boer oogst het graan.
Ik zweet me suf.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
De paarden draven in de wei.
Wij dansen op de muziek.
Ik haast me gauw naar school.
Zij reisen met de trein.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Je raad nooit wie ik tegenkwam!
Ik rust even uit.
De hond bijt niet.
Ze vallen bijna in het water.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Hij redt de vlieg uit het water.
De ruiter stuift ervandoor.
Ik peinz me suf over het antwoord.
De kleuters knippen het papier.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Wij halen je wel op.
Dat vind ik heel normaal.
Zij drijven naar de kust toe.
Hij groett mij altijd.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Wij schroeven de schroef vast.
De sieraden glansen prachtig.
Sport jij graag?
Ik spreek drie talen.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Wij huren een waterfiets.
Ik barst van vertrouwen.
Je ontvangt de brief morgen.
Meldt jij even dat we er zijn?
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Rus jij even uit?
Ik word er helemaal gek van.
Zij betaalt de rekening.
Het meisje kust haar knuffel.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Maarten schud zijn hoofd.
De wielrenners starten meteen.
De agenten handhaven de wet.
De juf probeert het nog een keer.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Zij bidt voor het eten.
Wij klimmen op het dak.
Mijn hart bonst in mijn keel.
Ik vech als de beste!
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
De vissers vissen op vissen.
Wanneer land het vliegtuig?
De hond begraaft het bot.
Zij wijzen ons de weg.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
De auto's razen voorbij.
Jullie hoefen dat niet te doen.
Het meisje snuit haar neus.
Mijn broer rookt wel eens een sigaret.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Wat ruik jij lekker!
Wij vluchten naar huis.
Ik geloof er niets van.
Mijn vinger bloed een beetje.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Hij breit een trui.
Wij spele in de speeltuin.
De kat springt over het hek.
Ik roei met de boot.
In welke zin is de persoonsvorm fout gespeld?
Ik snijdt mij in mijn vingers.
Zij kiezen een spelletje uit.
Mollen graven diepe gangen.
Het waait hard vandaag.
