wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat Week 27 (2018)

Total questions: 28

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent historisch?

a)

Geweldig

b)

Gedenkwaardig

c)

Gemiddeld

d)

Onbetrouwbaar

2.

Wat betekent uitzonderlijk?

a)

Heel gewoon

b)

Zeer uitgebreid

c)

Heel bijzonder

d)

Erg grappig

3.

Wat betekent verdampen?

a)

Van water naar damp of stoom overgaan.

b)

Van damp of stoom naar water overgaan.

c)

Vanuit de lucht op de grond of in het water vallen.

d)

Van regen in hagel of sneeuw veranderen.

4.

Wat betekent er is sprake van?

a)

Er is een mening over.

b)

Het gaat om.

c)

Er is een afspraak over.

d)

Het is een zoektocht naar.

5.

Wat betekent de uitschieter?

a)

Iets wat veel wordt nagemaakt.

b)

Iets wat veel op iets anders lijkt.

c)

Iets wat veel van het gemiddelde afwijkt.

d)

Iets wat veel wordt overdreven.

6.

In welke zinnen wordt historisch op de juiste manier gebruikt?

1. Het werd een historische dag voor het Duitse elftal.

2. Mijn historische buurvrouw is vorige week verhuisd.

3. Ik ben naar een historisch concert geweest.

4. 'Doe niet zo historisch!', zei ik tegen mijn zusje.

a)

Zin 2 en 4

b)

Zin 3 en 4

c)

Zin 1 en 3

d)

Zin 1 en 2

7.

Wat kan er niet verdampen? Er zijn twee (2) antwoorden goed.


Klik op SUBMIT als je gekozen hebt.

a)

Vloeistof

b)

Water

c)

Lucht

d)

Regenplas

e)

Steen

8.

Wat kan er woeden? Er zijn twee (2) antwoorden goed.


Klik op SUBMIT als je gekozen hebt.

a)

Waterval

b)

Storm

c)

Oorlog

d)

Maaltijd

9.

Bij welke betekenis hoort het woord nauwelijks?

a)

Het gaat om

b)

gedenkwaardig, belangrijk voor de geschiedenis

c)

Bijna niet

d)

Iets wat veel van het gemiddelde afwijkt

e)

Heel bijzonder

10.

Bij welke betekenis hoort het woord uitzonderlijk?

a)

Het gaat om

b)

gedenkwaardig, belangrijk voor de geschiedenis

c)

Bijna niet

d)

Iets wat veel van het gemiddelde afwijkt

e)

Heel bijzonder

11.

Bij welke betekenis hoort het woord de uitschieter?

a)

Het gaat om

b)

gedenkwaardig, belangrijk voor de geschiedenis

c)

Bijna niet

d)

Iets wat veel van het gemiddelde afwijkt

e)

Heel bijzonder

12.

Bij welke betekenis hoort het woord er is sprake van?

a)

Het gaat om

b)

gedenkwaardig, belangrijk voor de geschiedenis

c)

Bijna niet

d)

Iets wat veel van het gemiddelde afwijkt

e)

Heel bijzonder

13.

Welke woorden zeggen het beste iets over de betekenis van surveilleren?

a)

Uitlaten - meelopen - laten zien

b)

Examen doen - studeren - nakijken

c)

Controleren - inspecteren - opletten

d)

Rondlopen - kapotmaken - repareren

14.

Wat betekent hetzelfde als nauwelijks? Er zijn twee (2) antwoorden goed.


Klik op SUBMIT als je gekozen hebt.

a)

Ruim

b)

Amper

c)

Voldoende

d)

Bijna niet

15.

Welke omschrijving past het beste bij met lede ogen aanzien?

a)

Niets te zien krijgen.

b)

Niets kunnen doen.

c)

Iets aan iemand laten zien.

d)

Iets niet willen zien.

16.

Wat betekent besmeurd?

a)

Gewassen

b)

Kapotgemaakt

c)

Vuilgemaakt

d)

Gebakken

17.

Wat betekent in de weer zijn?

a)

Bezig zijn

b)

Het weerbericht volgen

c)

In discussie zijn

d)

Iets opnieuw proberen

18.

Wat betekent absorberen?

a)

Scheiden

b)

Afbreken

c)

Opzuigen

d)

Wegduwen

19.

De kleuters kwamen de kleuterklas binnen en zaten van top tot teen onder de modder. Wat zegt de juf of meester?

a)

Jullie zijn helemaal besmeurd met modder.

b)

Jullie hebben de modder helemaal geabsorbeerd.

c)

Jullie hebben de modder helemaal benadrukt.

d)

Jullie zijn helemaal op krachten gekomen door de modder.

20.

Wat past er het best op de open plek in de zin?

Zeilen is … optimale weersomstandigheden.

a)

In de weer met

b)

Besmeurd door

c)

Afhankelijk van

d)

Geabsorbeerd door

21.

Als het uitzonderlijk is dat iemand toegang krijgt tot het paleis van de koning, …

a)

ontvangt de koning elke dag een andere gast met zijn familie.

b)

is het paleis goed bereikbaar met de bus en met de trein.

c)

is het paleis altijd vrij toegankelijk voor het publiek.

d)

komt het bijna nooit voor dat iemand naar binnen mag.

22.

Hoe kun je er is sprake van ook zeggen?

a)

Het is niet mogelijk

b)

Het gaat om

c)

Het is niet goed

d)

Het wordt besproken

23.

Gisteren is er in ons dorp een automobilist aangehouden. Hij reed met [..........] hoge snelheid door de straten en bracht daarmee zichzelf en anderen in gevaar.

a)

nauwelijks

b)

uitzonderlijk

c)

met lede ogen aanzien

d)

passeerde

e)

surveilleren

24.

Hij reed door alle rode stoplichten en [..........] gevaarlijke kruisingen en geparkeerde auto’s zonder af te remmen.

a)

nauwelijks

b)

uitzonderlijk

c)

met lede ogen aanzien

d)

passeerde

e)

surveilleren

25.

Hij kon een aantal auto’s, fietsers en voetgangers [..........] ontwijken.

a)

nauwelijks

b)

uitzonderlijk

c)

met lede ogen aanzien

d)

passeerde

e)

surveilleren

26.

Gelukkig waren er agenten in de buurt die aan het [..........] waren.

a)

nauwelijks

b)

uitzonderlijk

c)

met lede ogen aanzien

d)

passeerde

e)

surveilleren

27.

Toen zij de automobilist eindelijk hadden ingehaald, hielden ze hem aan. Hij moest [..........] hoe zijn rijbewijs door de agenten werd ingenomen.

a)

nauwelijks

b)

uitzonderlijk

c)

met lede ogen aanzien

d)

passeerde

e)

surveilleren

28.

Als een automobilist de snelheid van 120 km per uur passeert, rijdt hij … 120 km per uur.

a)

Bijna

b)

Langzamer dan

c)

Harder dan

d)

Precies