NEW
Font size
Worksheets3c - Stofwisseling - Hypertoon, hypotoon of isotoon
Total questions: 24
Worksheet time: 19mins
Deze cel bevindt zich in een _____ milieu.
Hypotoon
Hypertoon
Isotoon
Deze cel bevindt zich in een _____ milieu.
Hypertoon
Hypotoon
Isotoon
Welke van deze 3 cellen bevindt zich in een hypotoon milieu?
A
B
C
Een cel, die 5% zout bevat, wordt is een glas gelegd die een waterige oplossing met 20% zout bevat. De waterige oplossing in het glas is _____ ten opzichte van de cel.
Hypertoon
Hypotoon
Isotoon
In het ziekenhuis mag een patiënt nooit zuiver water toedienen krijgen via de aders want dan zullen zijn cellen _____ .
Krimpen.
Uitzetten.
Mensen mogen nooit alleen maar zout water drinken want dan zullen hun cellen _____ .
Krimpen
Uitzetten
In het ideale geval, bevinden de cellen van het menselijk lichaam zich in een _____ omgeving.
Hypertone
Hypotone
Isotone
Neemt het volume van een cel toe wanneer deze in een oplossing geplaatst wordt dan is deze oplossing _____ ten opzicht van de cel.
Hypertoon
Isotoon
Hypotoon
Naar waar zal het water zich verplaatsen?
Het water gaat in de cel.
Het water gaat uit de cel.
Er gaat evenveel water in als uit de cel.
Een bloedcel wordt in een waterige oplossing geplaatst zoals weergegeven in de afbeelding. Naar waar zal het water zich verplaatsen?
Het water gaat in de cel.
Het water gaat uit de cel.
Er gaat evenveel water in als uit de cel.
Tijdens een routine controle van rode bloedcellen merkt een laborant op dat deze verschrompeld zijn. Hierdoor is het aantal rode bloedcellen moeilijk te tellen. Wat liep er fout met deze rode bloedcellen tijdens het bewaringsproces?
De oplossing waarin de rode bloedcellen bewaard werden, was hypertoon ten opzicht van de rode bloedcellen.
De oplossing waarin de rode bloedcellen bewaard werden, was hypotoon ten opzicht van de rode bloedcellen.
De oplossing waarin de rode bloedcellen bewaard werden, was isotoon ten opzicht van de rode bloedcellen.
Voorspel wat er zou gebeuren wanneer een patiënt tijdens een transfusie per ongeluk gedemineraliseerd water in plaatst van bloed toegediend zou krijgen in een van zijn aders.
Dit heeft geen negatief effect op de patiënt zolang het water maar steriel is.
Dit leidt tot ernstige gevolgen. De patiënt kan zelfs overlijden omdat het hart teveel vloeistof moet rondpompen in het lichaam.
Dit leidt tot ernstige gevolgen. De patiënt kan zelfs overlijden omdat de kans bestaat dat de rode bloedcellen zullen verschrompelen.
Dit leidt tot ernstige gevolgen. De patiënt kan zelfs overlijden omdat de kans bestaat dat de rode bloedcellen open springen.
Zet men een worteltje gedurende enkele uren in een glas water dat blijft deze stijf en hard. Zet men daarentegen datzelfde worteltje in een zoutoplossing dan wordt het slap en zacht. Hieruit kunnen we afleiden dat het water _____ en de zoutoplossing _____ is ten opzicht van de cellen van het worteltje.
Hypotoon, hypertoon
Hypertoon, hypertoon
Hypotoon, hypotoon
Hypertoon, hypertoon
De schaal van een ei wordt opgelost in azijnzuur. Daarna wordt het ei gedurende 48 uur in zuiver water gelegd. Wat zal er gebeuren met het ei?
Er zal evenveel water in als uit de cel gaan. Het ei zal noch verschrompelen noch opzwellen.
Het ei neemt water op en zal opzwellen.
Het ei verliest water en zal verschrompelen.
De schaal van een ei wordt opgelost in azijnzuur. Daarna wordt het ei gedurende 48 uur in geconcentreerd suikerwater gelegd. Wat zal er gebeuren met het ei?
Er verandert niets aan het ei.
Het ei zwelt op, het wordt groter.
Het ei krimpt, het wordt kleiner.
Wordt een cel, die 3% zout bevat, in een beker geplaatst met een 15% zoutoplossing, dan is het water _____ ten opzichte van de cel.
Hypertoon
Hypotoon
Isotoon
De oplossing buiten de cel is _____ .
Hypertoon
Hypotoon
Isotoon
De oplossing buiten de cel is _____ .
Hypertoon
Hypotoon
Isotoon
De oplossing buiten de cel is _____ .
Hypertoon
Hypotoon
Isotoon
De oplossing buiten de cel is _____ .
Hypertoon
Hypotoon
Isotoon
Het water verplaatst zich _____ .
in de cel.
uit de cel.
zowel in als uit de cel.
Het water verplaatst zich _____ .
in de cel.
uit de cel.
zowel in als uit de cel.
Het water verplaatst zich _____ .
in de cel.
uit de cel.
zowel in als uit de cel.
Het water verplaatst zich _____ .
in de cel.
uit de cel.
zowel in als uit de cel.
