wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klas 1 H1 paragraaf 1 t/m 4 + kaartvaardigheden

Total questions: 25

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Van buiten naar binnen is de aarde opgebouwd uit de volgende delen:

a)

aardmantel, aardkorst, aardkern

b)

aardkern, aardkorst, aardmantel

c)

aardkorst, aardmantel, aardkern

d)

aardkern, aardmantel, aardkorst

2.

Van de drie delen van de aarde is de aardkorst het dunste deel.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Convectiestromen ontstaan in de mantel door de warmte van de aardkern.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Heel lang geleden vormden alle continenten samen één supercontintent. Dit supercontinent noemen we Pangasius.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Gebruik de GB 96-97. Welke grote stad ligt er op kaartvak E3?

a)

Luxemburg

b)

Gent

c)

Eindhoven

d)

Lille

6.

Gebruik de GB. Je wil iets weten over hazelnoten in Turkije. Welke kaart moet je gebruiken volgens het trefwoordenregister?

a)

153D

b)

283A

c)

139B

d)

123C

7.

Gebruik GB 188-189. In welk kaartvak ligt de Mexicaanse hoofdstad Mexico-Stad?

a)

E5

b)

G8

c)

D4

d)

J5

8.

Gebruik de GB. Welke kaart moet je volgens de bladwijzers gebruiken als je op zoek bent naar Italië?

a)

110-111

b)

102-103

c)

118-119

d)

70-73

9.

Gebruik GB 112-113. Wat is de naam van deze kaart?

a)

Zwitserland

b)

Middellandse Zeegebied

c)

Duitsland

d)

Afrika

10.

Vul in. De heftigste aardbevingen ontstaan op plekken waar platen ............ bewegen.

a)

naar elkaar toe

b)

uit elkaar

11.

De schaal van Mercalli meet de kracht van een aardbeving.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

De plek waar een aardbeving ontstaat heet het hypocentrum.

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Vulkanen ontstaan alleen langs plaatranden.

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Op deze afbeelding zie je een goed voorbeeld van een ..........

a)

Pyroclastische stroom

b)

Krater

c)

Trog

d)

Midoceanische rug

15.

Midden op de oceaan waar twee platen uit elkaar bewegen ontstaan vulkanen en langgerekte bergketens. Dit noem je een ..............

a)

Midoceanische rug

b)

Golflengte

c)

Epicentrum

d)

Hotspot

16.

De situatie op de afbeelding is meest waarschijnlijk ontstaan door een .......

a)

Aardbeving

b)

Tsunami

c)

Vulkaanuitbarsting

d)

Convectiestroom

17.

Een vulkaan barst pas uit als er in de diepte veel lava gevormd is dat onder grote druk staat.

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Het grote gat in de vulkaan op de afbeelding noem je een ......

a)

Aswolk

b)

Trog

c)

Krater

d)

Aardkern

19.

Het aantal slachtoffers van een vulkaanuitbarsting is in rijke landen vaak lager, omdat .....

a)

In rijke landen geen grote vulkanen zijn

b)

In rijke landen geen mensen bij vulkanen wonen

c)

In rijke landen vulkaanuitbarstingen beter voorspeld kunnen worden met dure technologie.

20.

De golven van een tsunami kunnen zich op open water voortbewegen met een snelheid van 8000 km/u.

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Het grondeffect treedt op wanneer .......

a)

een ondiepe kustzone de voorkant van de vloedgolf afremt

b)

een aardbeving het water in beweging zet

c)

de golflengte groot genoeg is

22.

Gebruik de GB. De botsing van welke twee platen is verantwoordelijk voor het ontstaan van het Andesgebergte?

a)

Zuid-Amerikaanse plaat en Afrikaanse plaat

b)

Zuid-Amerikaanse plaat en Nazca plaat

c)

Zuid-Amerikaanse plaat en Scotia plaat

d)

Zuid-Amerikaanse plaat en Noord-Amerikaanse plaat

23.

Kies het begrip dat niet in het rijtje thuishoort.

a)

Stratovulkaan

b)

Schildvulkaan

c)

Hotspot

d)

Tsunami

24.

Kies het begrip dat niet in het rijtje thuishoort.

a)

Platentektoniek

b)

Aardbeving

c)

Vulkaan

d)

Hotspot

25.

Kies het begrip dat niet in het rijtje thuishoort.

a)

Lava

b)

Trog

c)

As

d)

Pyroclastische stroom