wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Test jezelf: spellen en formuleren

Total questions: 35

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Werkwoorden die als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt, schrijf je zo kort mogelijk.

a)

juist

b)

onjuist

2.

Wat gebeur. daar op het schoolplein?

a)

gebeurt

b)

gebeurd

c)

gebeurdt

d)

gebeuren

3.
Welke is goed?
a)
Een boek dat ik ga lezen.
b)
Een boek wat ik ga lezen.
4.
Welke is goed?
a)
Ik ga met hen op vakantie.
b)
Ik ga met hun op vakantie.
5.
Welke is goed?
a)
de tosti's
b)
de tosties
c)
de tostis
6.
Welke is goed?
a)
de baby's
b)
de babies
7.
Welke is goed?
a)
de economiën
b)
de economieën
c)
de economiëen
8.
Welke is goed?
a)
mevrouw Van Den Berg
b)
mevrouw Van den Berg
c)
mevrouw van den Berg
9.
Welke is goed?
a)
chocoladeijs
b)
chocolade ijs
c)
chocolade-ijs
10.
Welke is goed?
a)
het spraytje
b)
het spray'tje
11.
Welke is goed?
a)
Rick's tas
b)
Ricks tas
12.
Welke is goed?
a)
het ingestortte huis
b)
het ingestorte huis
13.
Welke is goed?
a)
Vindt je vriend dat ook?
b)

Vind je vriend dat ook?

14.
Welke is goed?
a)
Hun hebben groot nieuws.
b)
Zij hebben groot nieuws.
15.
Welke is goed?
a)
secondelang
b)
secondenlang
16.
Welke is goed?
a)
de duitse taal
b)
de Duitse taal
17.
Welke is goed?
a)
caféetje
b)
cafétje
c)
cafeetje
18.
De taxichauffeur ........  mij bij het hotel.
a)
dropd
b)
dropped
c)
dropdt
d)
dropt
19.
Een apostrof wordt ook weleens een ........  genoemd.
a)
komma'tje
b)
kommaatje
c)
kommatje
20.
Kies de juiste spelling.
a)
sms-je
b)
dvd'tje
c)
Daniël's boek
d)
Maurices schrift
21.

Tussenletter


Wat is de juiste samenstelling van zon en straal ?

a)

zonnestraal

b)

zonnenstraal

22.

Tussenletter


Wat is de juiste samenstelling van beer en sterk ?

a)

beresterk

b)

berensterk

23.

Tussenletter


Wat is de juiste samenstelling van beer en kooi ?

a)

berekooi

b)

berenkooi

24.

Streekromans interesseren me niet en lees ik dus niet.

a)

goed

b)

fout: functie

c)

fout: getal

d)

fout: betekenis

25.

Wij ontvingen de brief, maar hij had lang op zich laten wachten.

a)

goed

b)

fout: functie

c)

fout: getal

d)

fout: betekenis

26.

In onze straat wordt een verkeersdrempel aangelegd en huizen gebouwd.

a)

goed

b)

fout: functie

c)

fout: getal

d)

fout: betekenis

27.

De hond werd vaak uitgelaten maar werd niet vaak geknuffeld.

a)

goed

b)

fout: functie

c)

fout: getal

d)

fout: betekenis

28.
Wanneer spreken we van een tautologie?
a)
Wanneer een BN een eigenschap benoemt, die het ZN reeds bezit.
b)
Wanneer twee woorden die ongeveer hetzelfde betekenen achter elkaar worden genoemd.
c)
Wanneer twee woorden onterecht door elkaar zijn gehaald.
d)
Wanneer je steeds hezelfde woord gebruikt en dit tot irritatie leidt.
29.

"We moeten voorkomen dat de leerlingen door deze lastige examentekst niet hun zelfvertrouwen verliezen."

a)

Goed

b)

Fout

30.

"Het groene gras moet snel weer gemaaid worden."

a)

fout

b)

goed

31.
Vul het juiste woord in.
"Ik ...... me aan mensen die niet nadenken voor ze iets zeggen."
a)
erger
b)
irriteer
32.
Vul de persoonsvorm verleden tijd in (PVVT).Toen (ontpitten) .......... ik ze vakkundig.
a)
ontpite
b)
ontpitte
c)
ontpitten
d)
ontpit
33.
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in (PVTT).Zijn baas (communiceren) ......... niet erg duidelijk.
a)
communiceerd
b)
communiceerdt
c)
communiceert
d)
communiceertt
34.
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in (PVTT).Je broer (vermijden) ........... eten.
a)
vermijd
b)
vermeed
c)
vermijt
d)
vermijdt
35.
Vul het juiste bijvoeglijke naamwoord (BN) in.De toeristen lagen met (ontbloten) ...... lijven op het strand.
a)
ontblootte
b)
ontblotte
c)
ontblote
d)
ontbloote