Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1b - Cellen en celorganellen - Functies

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

De basisbouwsteen van alle leven is een _____.

a)

chloroplast

b)

nucleus

c)

cel

d)

celmembraan

2.

Dit celorganel vormt de grens tussen de cel en zijn omgeving en speelt een belangrijke rol bij de regeling van stoffen die in en uit de cel gaan.

a)

celmembraan

b)

kernmembraan

c)

celwand

d)

golgi complex

3.

Het celmembraan van een plantencel is omgeven door een vezelachtige structuur die zorgt voor de vorm en de stevigheid van de cel. Welke celorganel is dit?

a)

kernmembraan

b)

cytoskelet

c)

centrosoom

d)

celwand

4.

Dit celorganel vangt zonlicht op en zorgt voor de aanmaak van glucose in plantencellen.

a)

cytoplasma

b)

chloroplast

c)

mitochondrie

d)

leukoplast

5.

Hoe noemt men de waterachtige vloeistof waarin verschillende organellen ronddrijven?

a)

cytoplasma

b)

nucleus

c)

cytoskelet

d)

cytosol

6.

Dit celorganel is het controlecentrum of het brein van de cel.

a)

mitochondrie

b)

lysosoom

c)

nucleolus

d)

nucleus

7.

Hoe noemt men een klein onderdeel dat een specifieke functie uitoefent in een cel?

a)

organel

b)

lysosoom

c)

nucleus

d)

ribosoom

8.

Welke celorganel komt niet voor in dierlijke cellen?

a)

nucleus

b)

endoplasmatisch reticulum

c)

plastiden

d)

centrosoom

9.

Met een lichtmicroscoop kan je bij een plantaardige cel de volgende celorganellen herkennen.

a)

celwand, lysosoom, gogli complex en vacuole

b)

celmembraan, cytoplasma, nucleus en vacuole

c)

celwand, lysosoom, mitochondrie en vacuole

d)

celwand, cytoplasma, nucleus en vacuole

10.

In dit celorganel worden allerlei stoffen (eiwitten, suikers, vetten) aangevoerd, omgebouwd, verpakt en terug afgevoerd.

a)

lysosoom

b)

vacuole

c)

endoplasmatisch reticulum

d)

golgi complex

11.

In dit celorganel wordt water, voedingsstoffen, mineralen en kleurstoffen opgeslagen. Bij planten is dit celorganel meestal groot.

a)

celkern

b)

vacuole

c)

mitochondrie

d)

lysosoom

12.

Plantaardige cellen zijn rechthoekiger van vorm door de aanwezigheid van een celmembraan.

a)

Juist

b)

Fout

13.

De functie van dit celorganel is de synthese van eiwitten.

a)

RER

b)

centriool

c)

SER

d)

ribosoom

14.

Dit celorganel komt enkel voor in dierlijke cellen en zorgt voor de afbraak van afvalstoffen en oude celorganellen.

a)

centrosoom

b)

vacuole

c)

lysosoom

d)

mitochondrie

15.

Dierlijke cellen zijn ronder van vorm omdat zij geen celwand hebben.

a)

Juist

b)

Fout

16.

Dit celorganel staat in voor de productie en opslag van verschillende stoffen zoals hormonen, lipiden, sachariden...

a)

RER

b)

golgi complex

c)

nucleolus

d)

SER

17.

Welk celorganel is typisch voor plantaardige cellen?

a)

celmembraan

b)

celkern

c)

celwand

d)

cytoplasma

18.

Dit celorganel ligt in de buurt van de celkern en speel een belangrijke rol bij de celdeling.

a)

microtubuli

b)

centrosoom

c)

ribosoom

d)

nucleolus

19.

Dit celorganel is de energiecentrale van de cel.

a)

mitochondrie

b)

plasitde

c)

nucleus

d)

golgi complex

20.

Met een lichtmicroscoop kan je bij dierlijke cellen volgende organellen herkennen.

a)

celwand, cytoplasma en nucleus

b)

celmembraan, cytoskelet, nucleus

c)

celmembraan, mitochondrie en nucleus

d)

celmembraan, cytoplasma en nucleus

21.

Welke functie heeft de nucleus?

a)

Glucose aanmaken uit zonlicht

b)

Energiecentrale van de cel

c)

Controlecentrum van de cel

d)

Synthese van eiwitten

22.

Welke functie heeft de chloroplast?

a)

Glucose aanmaken uit zonlicht

b)

Energiecentrale van de cel

c)

Controlecentrum van de cel

d)

Synthese van eiwitten

23.

Welke functie heeft het RER?

a)

Glucose aanmaken uit zonlicht

b)

Energiecentrale van de cel

c)

Controlecentrum van de cel

d)

Synthese van eiwitten

24.

Welke functie heeft de mitochondrie?

a)

Glucose aanmaken uit zonlicht

b)

Energiecentrale van de cel

c)

Controlecentrum van de cel

d)

Synthese van eiwitten

25.

Welke functie heeft de vacuole?

a)

De celmembraan onder druk zetten

b)

Afvalstoffen afbreken en verwijderen

c)

Eiwitten verpakken en transporteren

d)

Vorming van de spoelfiguur bij de celdeling

26.

Welke functie heeft het centrosoom?

a)

Vormen van de spoelfiguur bij de celdeling

b)

Afbreken en verwijderen van afvalstoffen

c)

Ombouwen en verpakken van eiwitten

d)

Opslagen van voedingsstoffen, mineralen en kleurstoffen

27.

Welke functie heeft het lysosoom?

a)

Vormen van de spoelfiguur bij de celdeling

b)

Afbreken en verwijderen van afvalstoffen

c)

Ombouwen en verpakken van eiwitten

d)

Opslagen van voedingsstoffen, mineralen en kleurstoffen

28.

Welke functie heeft het celmembraan?

a)

Opslagen van suikers, eiwitten en ionen

b)

Vorm en stevigheid geven aan de cel

c)

Begrenzen van de celinhoud

d)

Aanmaak van eiwitten

29.

Welke functie heeft het Golgi complex?

a)

Synthese van eiwitten

b)

Opslagen van eiwitten, suikers en kleurstoffen

c)

Afbreken en verwijderen van afvalstoffen en oude celorganellen

d)

Ombouwen, verpakken en transporteren van eiwitten

30.

Welke functie heeft de tonoplast

a)

Begrenzen van de mitochondrie

b)

Begrenzen van de vacuole

c)

Begrenzen van de cel

d)

Begrenzen van de nucleus