wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Intro elektrotechniek

Total questions: 34

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

De eenheid van de stroom is

a)

Volt

b)

Ampere

c)

Ohm

d)

Siemens

2.

De eenheid van de stroom is

a)

Ohm

b)

Ampere

c)

Stroom

d)

Coulomb

3.

De eenheid van de weerstand is

a)

Ohm

b)

Ampere

c)

Stroom

d)

Coulomb

4.

De eenheid van de weerstand is

a)

Ohm

b)

Ampere

c)

Stroom

d)

Coulomb

5.

De weerstand wordt uitgedrukt in:

a)

Ohm

b)

Ampere

c)

Stroom

d)

Coulomb

6.

De eenheid van de weerstand is

a)

Ohm

b)

Ampere

c)

Stroom

d)

Coulomb

7.

De eenheid van de spanning is

a)

Ohm

b)

Ampere

c)

Stroom

d)

Volt

8.

De eenheid van de lading is

a)

Ohm

b)

Ampere

c)

Stroom

d)

Coulomb

9.

Wat is de eenheid van vermogen?

a)

Watt

b)

Coulomb

c)

Ampere

d)

Volt

10.

Welke formules kloppen?

a)

U=I*R

b)

R=U*I

c)

Q=I*t

d)

R=R*I

11.

A=4 en B=5

C=A+B

a)

9

b)

20

c)

1

d)

21

12.

I=30 A t=100 s Hoe groot is de lading?

a)

300 Coulomb

b)

130 Coulomb

c)

3000 Coulomb

d)

30 Volt

13.

I=30 Ampere R=40 Ohm

a)

1200 Ampere

b)

70 Volt

c)

1200 Ohm

d)

1200 volt

14.

Door een weerstand loopt een stroom van 4 mA. De spanning is 16 V. Hoe groot is de weerstand?

a)

4 Ohm

b)

4 kilo-ohm

c)

0,4 kilo-ohm

d)

20 Ohm

15.

R=2 kilo-ohm en de spanning is 5 volt. Wat is de stroom?

a)

2,5 Ampere

b)

7 mA

c)

2,5 mA

d)

3 mA

16.

Er loopt een stroom van 40 A door een serverruimte. De spanning is 200 Volt. Wat is de weerstand?

a)

5 Ohm

b)

240 Ohm

c)

160 Ohm

d)

5 Volt

17.

De wortel van -4 is 2. Klopt dit?

a)

Ja

b)

Nee

18.

(A-A)*(B-B)*(C-C)*120000 =

a)

0

b)

100200

c)

60000

d)

12000

19.

De spanning van een stopcontact is 230 V en 50 hertz. Klopt dit?

a)

Ja

b)

Nee

20.

De uitgangsspanning van een accu is:

a)

gelijkspanning

b)

Wisselspanning

21.

Bij een hogere spanning wordt de stroom groter.

a)

ja

b)

nee

22.

Er loopt een stroom van 3 ampere door een weerstand. De weerstand heeft een waarde van 30 Ohm.

Hoe hoog is de spanning?

a)

10V

b)

0,3 Ohm

c)

90 Ohm

d)

90 Volt

23.

Bij een gesloten stroomkring loopt er altijd een stroom die groter is dan 2 A.

a)

ja

b)

nee

24.

Door een weerstand loopt een stroom van 4 mA. De spanning is 16 V. Hoe groot is de weerstand?

a)

4 Ohm

b)

4 kilo-ohm

c)

0,4 kilo-ohm

d)

20 Ohm

25.

I=30 Ampere R=40 Ohm

a)

1200 Ampere

b)

70 Volt

c)

1200 Ohm

d)

1200 volt

26.

Jan meet bij een stroom van 3 A een spanning van 15 Volt.

Klaas meet bij een stroom van 0,5 A een spanning van 10 Volt

Is de weerstand van Jan hoger dan dat die van Klaas?

a)

De weerstand van Jan is hoger dan dat van Piet

b)

De weerstand van Piet is hoger dan dat van Jan

c)

De weerstanden zijn gelijk

27.

Bij een computervoeding is de spanning 230 V en de stroom is 2 Ampere.

a)

De weerstand is lager dan 110 Ohm

b)

De waarde van de weerstand ligt tussen 112 en 120 Ohm

c)

De weerstand is hoger dan 120 Ohm

28.

Bij een computervoeding is de spanning 115 V en de stroom is 1 Ampere.

a)

De weerstand is lager dan 113 Ohm

b)

De waarde van de weerstand ligt tussen 113 en 127 Ohm

c)

De weerstand is hoger dan 127 Ohm

29.

Bij een gesloten stroomkring loopt er altijd een stroom die groter is dan 3 A.

a)

ja

b)

nee

30.

Door een weerstand loopt een stroom van 1 mA. De spanning is 4 V. Hoe groot is de weerstand?

a)

4 Ohm

b)

4 kilo-ohm

c)

0,4 kilo-ohm

d)

20 Ohm

31.

De uitgangsspanning van een 1,5 V batterij is:

a)

gelijkspanning

b)

Wisselspanning

32.

Een AA batterij is kleiner dan een AAA batterij

a)

Klopt

b)

Klopt niet

33.

Wat voor spanning komt er uit een stopcontact?

a)

Wisselspanning

b)

Gelijkspanning

c)

Driehoekspanning

d)

pulsspanning

34.

De adapter van je mobiel zet gelijkspanning om in een wisselspanning

a)

ja

b)

nee