wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Interview M2F

Total questions: 9

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel mensen heb je altijd nodig bij een interview?

a)

1

b)

2

c)

3

2.

Hoe noem je degene die vragen stelt tijdens een interview?

a)

Interviewer

b)

Geïnterviewde

3.

Als je kijkt naar een interview krijg je informatie. Die informatie krijg je niet alleen door WAT hij zegt maar ook door HOE hij het zegt. Welke 3 dingen zijn belangrijk hierin?

a)

Houding, gezichtsuitdrukking en taalgebruik

b)

Uiterlijk, gezichtsuitdrukking en intonatie

c)

Houding, gezichtsuitdrukking en intonatie

4.

Wat bedoelen we met 'houding'?

a)

Kun je aan het gezicht van de geïnterviewde zien hoe hij zich voelt?

b)

Hoe zit de geïnterviewde erbij? Is hij ontspannen of juist niet?

c)

Welke woorden benadrukt de geïnterviewde.

5.

Welke zinnen zijn in de directe rede geschreven. Er zijn meerdere antwoorden goed.

a)

Jorg wordt geïnterviewd door Marijke.

b)

Marijke interviewt Jorg op zijn werk.

c)

Marijke stelt veel vragen aan hem.

d)

Veel vragen worden door Marijke gesteld.

6.

Welke zinnen zijn in de indirecte rede geschreven? Er zijn meerdere antwoorden goed.

a)

Op school krijg je vaak huiswerk.

b)

De leerlingen maken hun huiswerk altijd heel netjes.

c)

Het huiswerk wordt altijd netjes door de leerlingen gemaakt.

d)

Het boek wordt gelezen door de leerlingen.

7.

Als we een interview voorbereiden, bedenken we dan vooral open of gesloten vragen? Waarom?

a)

Open vragen, dan is er altijd een mogelijkheid om door te vragen.

b)

Gesloten vragen, dan is het makkelijk voor de geïnterviewde om antwoord te geven.

c)

Open vragen, hierdoor hoef je als interviewer het gesprek minder te leiden.

d)

Gesloten vragen, hierdoor ben je als interviewer lekker snel klaar.

8.

Waarom begin je een interview altijd met een inleiding?

a)

Hierin vertel je waarom je het interview houdt en wat er met de informatie gaat gebeuren.

b)

Hierdoor weet de geïnterviewde waarom hij geïnterviewd wordt.

c)

Hierdoor maak je een plan van aanpak.

9.

Wat mag je nooit vergeten aan het eind van een interview?

a)

Vertellen met wie het interview was.

b)

Het interview inleiden.

c)

Alle woorden letterlijk opschrijven die hij/zij zegt.

d)

De geïnterviewde bedanken.