NEW
Font size
WorksheetsBevolking en ruimte - paragraaf 1
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Met ongeveer hoeveel mensen nam de bevolking tussen 1850 en 2010 toe?
Met 13 miljoen inwoners
Met 17 miljoen inwoners
Met 10 miljoen inwoners
Met 7 miljoen inwoners
De bevolkingstoename tussen 1950 en nu was vooral het gevolg van ....
De dalende sterftecijfers
De natuurlijke bevolkingsgroei
De afnemende emigratie
De immigratie
De leeftijdsverdeling van de Nederlandse bevolking was in 1950 heel anders dan tegenwoordig. Het aandeel jongeren in de bevolking is bijvoorbeeld behoorlijk afgenomen. Hoe noem je dit?
Vergrijzing
Ontgroening
Sterfteoverschot
Geboorteoverschot
Oost-Europeanen, zoals Polen, die op Nederlandse tuinbouwbedrijven werken om de oogst binnen te halen.
Dit zijn rijksgenoten
Dit zijn seizoensmigranten
Dit zijn gastarbeiders
Dit zijn vluchtelingen
De groep Turken en Marokkanen die vanaf 1965 kwamen om mee te werken aan de industriële opbouw van Nederland.
Dit zijn seizoensmigranten
Dit zijn rijksgenoten
Dit zijn gastarbeiders
Dit zijn vluchtelingen
Waardoor wordt de vergrijzing in veel Europese landen zoals Nederland en Duitsland versterkt?
De toenemende levensverwachting.
De vestiging van gastarbeiders.
De vestiging van economisch vluchtelingen.
Het stijgende sterftecijfer.
Waar staat de letter C voor in deze afbeelding?
De totale bevolkingsgroei
De sociale bevolkingsgroei
De natuurlijke bevolkingsgroei
Bewering 1
De natuurlijke toename van de bevolking zal in 2050 zijn omgekeerd in een afname. Er zal dan sprake zijn van een sterfteoverschot.
Bewering 2
De remigratie zal in de toekomst veel groter zijn dan de immigratie. Er is dan geen sprake meer van een vestigingsoverschot.
Beide beweringen zijn juist.
Beide beweringen zijn onjuist.
Alleen bewering I is juist.
Alleen bewering II is juist.
Bewering 1
Een voorbeeld van remigratie is gezinshereniging. Daarbij laat een gastarbeider ook zijn vrouw en kinderen overkomen om samen in Nederland een goed bestaan op te bouwen
Bewering 2
Alle immigranten die naar Nederland komen zijn ongeschoold. Ze zijn blij dat ze in Nederland een baantje kunnen krijgen, ook al wordt dit niet zo goed betaald.
Beide beweringen zijn juist.
Beide beweringen zijn onjuist.
Alleen bewering I is juist.
Alleen bewering II is juist.
Surinamers en Antillianen die kwamen studeren en werken in ons land
Dit zijn gastarbeiders
Dit zijn rijkgenoten
Dit zijn vluchtelingen
Dit zijn seizoensmigranten
