wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Les 5: Bindingen KADER

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

je kunt met 1 persoon verschillende bindingen hebben

a)

juist

b)

onjuist

2.

met je ouders heb je alleen een gevoelsbinding

a)

juist

b)

onjuist

3.

Als je boos op iemand bent, heb je geen gevoelsbinding met die persoon

a)

juist

b)

onjuist

4.

Hoe meer bindingen er tussen mensen zijn, hoe groter de sociale cohesie is.

a)

juist

b)

onjuist

5.

Rijke mensen hebben geen economische bindingen

a)

juist

b)

onjuist

6.

Economische bindingen kun je uitdrukken in geld

a)

juist

b)

onjuist

7.

Met de schrijver van een boek heb je kennisbinding

a)

juist

b)

onjuist

8.

Kennisbindingen heb je alleen met docenten.

a)

juist

b)

onjuist

9.

Met politieke bindingen hebben burgers niets te zeggen.

a)

juist

b)

onjuist

10.

Kennisbindingen heb je alleen met volwassenen.

a)

juist

b)

onjuist

11.

Als je gaat trouwen ga je meestal ook een economische binding aan.

a)

juist

b)

onjuist

12.

een werkeloosheidsuitkering valt onder politieke binding

a)

juist

b)

onjuist

13.

We hebben deze binding nodig omdat we lang niet alles zelf kunnen regelen.

a)

politieke binding

b)

economische binding

14.

je ouders geven je te eten, kleding en onderdak

a)

economische binding

b)

politieke binding

15.

We hebben de politie en het leger nodig om ons te beschermen

a)

politieke binding

b)

economische binding

16.

Deze binding heb je als je spullen verkoopt

a)

economische binding

b)

gevoelsbinding

17.

De behoefte aan liefde en vriendschap

a)

kennis binding

b)

gevoelsbinding

18.

Door dijken worden we beschermd tegen de zee

a)

economische binding

b)

politieke binding

19.

Wanneer je vriend helpt met je huiswerk

a)

kennisbinding

b)

gevoelsbinding

20.

Hiervoor zijn we onder andere afhankelijk van leraren.

a)

politieke binding

b)

kennisbinding

21.

De supermarkt is afhankelijk van zijn klanten.

a)

politieke binding

b)

economische binding

c)

gevoelsbinding

d)

kennisbinding