WorksheetsWordlist 2 4TG
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
to apply for
a)
aanvragen
b)
vragen naar
c)
solliciteren naar
2.
claimed
a)
eisen
b)
beweren
c)
opleggen
3.
coincidence
a)
geluk
b)
toeval
c)
lot
4.
to deny
a)
ontkennen
b)
beweren
c)
toegeven
5.
employer
a)
werkgever
b)
werknemer
c)
werkzoekende
6.
to urge
a)
aansporen
b)
ontsporen
c)
opsporen
7.
numerous
a)
nummers uitwisselen
b)
niet zo veel
c)
talrijk
8.
qualified
a)
in aanmerking komen voor
b)
diskwalificeert
c)
kwalitatief
9.
lately
a)
later
b)
onlangs
c)
vroeger
10.
favour
a)
smaak
b)
voorval
c)
gunst
100 %
