wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Lezen klas 1

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Elke tekst gaat ergens over. Dat noem je een

a)

alinea

b)

onderwerp

c)

hoofdgedachte

d)

tussenkopje

2.

Je kunt met één of met een paar woorden zeggen wat het onderwerp is

a)

goed

b)

fout

3.
De belangrijkste zin van de alinea heet een kernzin. Waar vind je die meestal?
a)
Dit is vaak de eerste zin.
b)
Dit is vaak de tweede zin.
c)
Dit is vaak de laatste zin.
d)
Dit is vaak de 1e of de laatste zin.
4.
Kan het middenstuk van een tekst uit meerdere deelonderwerpen bestaan? 
a)
Nee, dat is meestal maar 1 deelonderwerp
b)
Ja, dat is mogelijk
5.
Wat is/zijn de verwijswoorden?
Hij heeft hen vanmorgen laten uitslapen.
a)
Hij
b)
heeft
c)
hen/hij
d)
hen
6.
Wat is/zijn de verwijswoorden in onderstaande zin?Het overkwam een groep van 86 jongeren; hun schip ging kapot.
a)
van
b)
hun
c)
het
d)
het + hun
7.
Kies de juiste verwijswoorden:
De oude man, die jarig was, heeft het opgegeten.
a)
De
b)
die
c)
het
d)
die/het
8.
Wat is/zijn de verwijswoorden?
De bakker heeft aan hun het brood gegeven.
a)
bakker
b)
hun
c)
het
9.

Hoe kan een tekst opgebouwd zijn?

a)

in één geheel

b)

in een twee- of driedeling

c)

een tekst wordt niet opgebouwd

d)

geen idee

10.
Welke uitspraak is WAAR over deelonderwerpen?
a)
Om deelonderwerpen te vinden lees je een tekst oriënterend.
b)
In elke alinea staat een deelonderwerp.
c)
De deelonderwerpen vind je in het middenstuk van een tekst.
d)
Deelonderwerpen zijn hetzelfde als tussenkopjes.
11.
Alle informatie in een tekst is even belangrijk.
a)
Juist
b)
Onjuist
12.
De belangrijkste informatie noem je een hoofdzaak.
a)
Juist
b)
Onjuist
13.
Hoofdzaken maken een tekst vooral leuker om te lezen.
a)
Juist
b)
Onjuist
14.
In de kernzin staan voornamelijk bijzaken.
a)
Juist
b)
Onjuist
15.
Je kunt een samenvatting maken door alle kernzinnen samen te voegen.
a)
Juist
b)
Onjuist
16.
De hoofdgedachte van een tekst is wat de schrijver in zijn hoofd over de tekst denkt.
a)
Juist
b)
Onjuist
17.
Welk tekstdoel heeft een strip?
a)
informeren
b)
tot handelen aanzetten
c)
waarschuwen
d)
amuseren
18.
Welk tekstdoel heeft een (nieuws)artikel?
a)
informeren
b)
adviseren
c)
waarschuwen
d)
tot handelen aanzetten