wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Argus Clou thema 1 groep 8

Total questions: 25

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Welke taken heeft een dierentuin? Klik de goede antwoorden aan.

a)

wilde dieren tam maken

b)

fokken van dieren

c)

verkopen van dieren

d)

educatie

2.

Hoort de uitspraak bij een voorstander of bij een tegenstander van dierentuinen?

'Dierentuindieren kunnen geen natuurlijk gedrag laten zien'.

a)

Voorstander

b)

Tegenstander

3.

Hoort de uitspraak bij een voorstander of bij een tegenstander van dierentuinen?

'Dierentuindieren worden goed verzorgd'.

a)

Voorstander

b)

Tegenstander

4.

Hoort de uitspraak bij een voorstander of bij een tegenstander van dierentuinen?

'Het dierenwelzijn in dierentuinen is goed'.

a)

Voorstander

b)

Tegenstander

5.

Hoort de uitspraak bij een voorstander of bij een tegenstander van dierentuinen?

'Wilde dieren horen in de natuur'.

a)

Voorstander

b)

Tegenstander

6.

De biodiversiteit in het tropisch regenwoud is groot. Wat wordt hiermee bedoeld? Klik het goede antwoord aan.

a)

Er leven veel grote dieren en planten.

b)

Er leven veel planten en dieren.

c)

Het gebied waarin de planten en dieren leven is groot.

d)

Er leven veel verschillende planten en dieren.

7.

De sloot is een ecosysteem. Wat is een ecosysteem? Klik het goede antwoord aan.

a)

Een gebied dat onderdeel is van de waterkringloop.

b)

Een gebied waar voldoende water is voor dieren en planten.

c)

Een gebied waar planten en dieren met elkaar samenleven.

d)

Een gebied dat voor een groot deel bestaat uit water.

8.

Wat zijn voorbeelden van ecosystemen? Klik de goede antwoorden aan.

a)

een zwembad

b)

een aquarium en een vijver

c)

een zee

d)

een glas met water

e)

een rivier

9.

Is dit een voorbeeld van een voedselpiramide? 'In deze sloot leven duizenden algen. Die worden gegeten door 800 slakken. De slakken worden gegeten door 100 kikkers en de kikker door 28 snoeken'.

a)

Ja

b)

Nee

10.

Is dit een voorbeeld van een voedselpiramide? 'In deze sloot leven verschillende soorten slakken, verschillende soorten vissen en wel 10 verschillende insecten'.

a)

Ja

b)

Nee

11.

Is dit een voorbeeld van een voedselpiramide? 'In deze sloot worden algen gegeten door slakken, slakken door kikkers en kikkers door snoeken'.

a)

Ja

b)

Nee

12.

Na een droge zomer groeit er in de duinen weinig gras. Veel zwakke konijnen gaan dood. Een jaar later groeit er in de duinen veel meer gras omdat er minder konijnen zijn. Er is zoveel voedsel dat zelfs de zwakke konijnen blijven leven. Het aantal konijnen in de duinen stijgt weer. Wat beschrijft dit voorbeeld? Klik het goede antwoord aan.

a)

Er is pas evenwicht in de natuur aks er evenveel planten en dieren zijn.

b)

De natuur zelf zorgt voor evenwicht in de natuur.

c)

Als het aantal dieren in een gebied stijgt, is er natuurlijk evenwicht.

d)

Het natuurlijk evenwicht in de duinen is voor lange tijd verstoord.

13.

Wat hoort bij holle lenzen. Klik de goede antwoorden aan.

a)

De lens is dik in het midden.

b)

De lens is dun in het midden.

c)

De lens is dik aan de randen.

d)

De lens is dun aan de randen.

e)

De lens laat lichtstralen uit elkaar gaan.

14.

Pia kijkt door een lens naar een vliegje. Ze ziet het vliegje groter dan het in werkelijkheid is. Door wat voor een lens kijkt Pia? Klik het goed antwoord aan.

a)

een bolle lens

b)

een holle lens

15.

Soms kijk je naar iets dichtbij. Soms kijk je naar iets ver weg. Wordt je ooglens in de volgende situatie boller of platter?

'Je leest de tekst op het T-shirt van het kind dat voor je zit'.

a)

boller

b)

platter

16.

Soms kijk je naar iets dichtbij. Soms kijk je naar iets ver weg. Wordt je ooglens in de volgende situatie boller of platter?

'Je kijkt naar een vogel hoog in de lucht'.

a)

boller

b)

platter

17.

Soms kijk je naar iets dichtbij. Soms kijk je naar iets ver weg. Wordt je ooglens in de volgende situatie boller of platter?

'Je leest in een boek dat voor je ligt'.

a)

boller

b)

platter

18.

Soms kijk je naar iets dichtbij. Soms kijk je naar iets ver weg. Wordt je ooglens in de volgende situatie boller of platter?

'Je leest de tekst op een uithangbord in de verte'.

a)

boller

b)

platter

19.

Wat doen lenzen in een bril? Kruis het goede antwoord aan.

a)

De lenzen weerkaatsen alle lichtstralen waardoor je beter ziet.

b)

De lenzen in een bril maken de ooglens boller of platter.

c)

De lenzen in een bril vergroten of verkleinen de dingen waarnaar je kijkt.

d)

De lenzen in je bril worden boller of platter zodat je alles goed kunt zien.

20.

Jay draagt een bril omdat hij bijziend is. Wat betekent het als je bijziend bent? Klik het goede antwoord aan.

a)

Dan kun je dingen van dichtbij en dingen in de verte niet goed zien.

b)

Dan kun je dingen van dichtbij en dingen in de verte even goed zien.

c)

Dan kun je dingen in de verte beter zien dan dingen van dichtbij.

d)

Dan kun je dingen van dichtbij beter zien dan dingen in de verte.

21.

De reuzenpanda is een bedreigde diersoort. Wat betekent dat? Kruis het goede antwoord aan.

a)

Dat de panda veel vijanden heeft.

b)

Dat de panda op weinig plekken op de aarde voorkomt.

c)

Dat de kans dat de panda uitsterft groot is.

d)

Dat de panda vaak andere dieren aanvalt.

22.

Wat is een ecologische hoofdstructuur? Klik het goede antwoord aan.

a)

Natuurgebieden die met elkaar verbonden zijn.

b)

Alle natuurgebieden in een land.

c)

Autosnelwegen die natuurgebieden met elkaar verbinden.

d)

Een gebied waarin de dieren en planten beschermd worden.

23.

Zijn deze gedragingen goed of slecht voor de natuur: steden bouwen of uitbreiden, wegen aanleggen en giftige materialen weggooien?

a)

Goed

b)

Slecht

24.

Zijn deze gedragingen goed of slecht voor de natuur: natuurgebieden beschermen en ecologische hoofdstructuur aanleggen?

a)

Goed

b)

Slecht

25.

Een schip loost gif in de poolzee. Het gif komt terecht in de planten. In de poolzee leven vissen die planten, zeehonden die vissen eten en ijsberen die zeehonden eten. Sommige dieren krijgen mee gifdeeltjes binnen dan andere dieren. Welk dier krijgt het meeste gif binnen?

a)

Ijsbeer

b)

Zeehond

c)

Vis