wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

IVKO B mavo Hoofdstuk 2, 12ed, Oppervlakte, oefentoets

Total questions: 31

Worksheet time: 3hrs 37mins

Name
Class
Date
1.

Bereken de oppervlakte van bovenstaande driehoek. De maten zijn gegeven in cm. Schrijf je berekening op.

a)

oppervlakte driehoek=13x5=65 cm2

b)

oppervlakte driehoek=10x5=50 cm2

c)

oppervlakte driehoek=10x5x0,5=25 cm2

d)

oppervlakte driehoek=13x5x0,5=32,5 cm2

2.

Bereken de oppervlakte van bovenstaande vierhoek. De maten zijn gegeven in cm. Schrijf je berekening op.

(a)  

3.

Met welke 2 berekeningen kun je de oppervlakte van een driehoek uitrekenen?

a)

zijde x bijbehorende hoogte

b)

zijde x bijbehorende hoogte : 2

c)

zijde x bijbehorende hoogte x 0,5

d)

π x zijde x bijbehorende hoogte

4.

Bereken de oppervlakte van driehoek 1. Schrijf je berekening op.

(a)  

5.

Bereken de oppervlakte van driehoek 2. Schrijf je berekening op.

(a)  

6.

Bereken de oppervlakte van driehoek 3. Schrijf je berekening op.

(a)  

7.

Bereken de oppervlakte van driehoek 4. Schrijf je berekening op.

(a)  

8.

Bereken de oppervlakte van driehoek 5. Schrijf je berekening op.

(a)  

9.

Bereken de oppervlakte. Schrijf je berekening op.

a)

oppervlakte = 28 x 15 = 420 cm2

b)

oppervlakte = 28 x 15 : 2 = 210 cm2

c)

oppervlakte = 28 x 17 : 2 = 238 cm2

d)

oppervlakte = 28 x 25 : 2 = 350 cm2

10.

Bereken de oppervlakte. Schrijf je berekening op.

(a)  

11.

Bereken de oppervlakte. Schrijf je berekening op.

(a)  

12.

Bereken de oppervlakte. Schrijf je berekening op.

(a)  

13.

Bereken de oppervlakte. Schrijf je berekening op.

a)

oppervlakte = 24 x 32 : 2 = 384 cm2

b)

oppervlakte = 40 x 32 : 2 = 640 cm2

c)

oppervlakte = 48 x 32 : 2 = 768 cm2

d)

oppervlakte = 40 x 40 : 2 = 800 cm2

14.

Bereken de oppervlakte. Schrijf je berekening op.

(a)  

15.

Bereken de oppervlakte.

Schrijf je berekening op en rond niet af.

(a)  

16.

Bereken de oppervlakte.

Schrijf je berekening op.

(a)  

17.

Wat is de oppervlakte van de kubus? Schrijf je berekening op.

a)

oppervlakte= 6x4,5x4,5=121,5 cm2

b)

oppervlakte= 4,5x4,5x4,5=91,125 cm2

c)

goede antwoord staat er niet bij

18.

Bereken de oppervlakte van balk ABCD EFGH.

(a)  

19.

Wat is de oppervlakte van de piramide? Schrijf je berekening op.

a)

oppervlakte = 4 x (14x3) x0,5 = 84 cm2

b)

oppervlakte = (3x3) +4 x (3x14x0,5) = 93 cm2

c)

oppervlakte = 3x3x14x0,5 = 63 cm2

d)

oppervlakte = 1/3 x 14 x 3 x 3 = 42 cm2

20.

Bereken de oppervlakte van het prisma.

Het grondvlak is een gelijkzijdige driehoek met zijden 4 cm en een hoogte van 5 cm

(a)  

21.

De tent heeft een stahoogte van 57 cm. De maten in de afbeelding zijn in meters. Wat is de oppervlakte van het grondvlak ? Schrijf je berekening op. Geef je antwoord in meters.

a)

oppervlakte grondvlak = 4 x 5,7 x 0,5 = 11,4 m2

b)

oppervlakte grondvlak = 8 x 4 = 32 m2

c)

oppervlakte grondvlak = 4 x 4 x 0,5 = 8 m2

d)

oppervlakte grondvlak = 4 x 4 = 16 m2

22.

De tent is 3 meter hoog.

Wat is de oppervlakte van het zeil van de hele tent (ook het grondzeil)?

(a)  

23.

Wat is de oppervlakte van het grondvlak?

a)

oppervlakte grondvlak = π x 1,62 = 8,042 m2

b)

oppervlakte grondvlak = π x 1,6 = 5,027 m2

c)

oppervlakte grondvlak = π x 1,6 x 2 = 10,053 m2

d)

oppervlakte grondvlak = 3,14 x 1,62 = 8,038 m2

24.

Wat is de oppervlakte van de cilinder?

Rond je eind antwoord af op 1 decimaal.

(a)  

25.

Koen wil bovenop zijn cocktailglas een sinaasappelschijfje als deksel plaatsen.

Wat is de oppervlakte van dat sinaasappelschijfje?

Schrijf je berekening op. Rond af op 1 decimaal.

(a)  

26.

Wat is de oppervlakte van het RODE deel?

Schrijf je berekening op.

Rond af op 1 decimaal.

(a)  

27.

Bereken de oppervlakte van het parallellogram. Schrijf je berekening op.

a)

oppervlakte = 5 x 3 = 15 cm2

b)

oppervlakte =7 x 3 = 21 cm2

c)

oppervlakte =5 x 3 : 2 = 7,5 cm2

d)

oppervlakte =7 x 3 : 2 = 10,5 cm2

28.

Bereken de oppervlakte.

Schrijf je berekening op.

(a)  

29.

Bereken de oppervlakte.

Schrijf je berekening op.

a)

oppervlakte = 20 x 16 = 320 cm2

b)

oppervlakte = 20 x 18 = 360 cm2

c)

oppervlakte = 18 x 16 = 288 cm2

d)

oppervlakte = 12 x 16 = 192 cm2

30.

Bereken de oppervlakte.

Schrijf je berekening op.

(a)  

31.

Bereken de oppervlakte.

Schrijf je berekening op.

(a)