wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kennisbasis Havo 5 Domein B en C

Total questions: 32

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

B1

Het is onderzoekers gelukt om andere organismen dan de mens, zoals muizen en varkens, mensen-hemoglobine te laten produceren, dat gebruikt kan worden bij de fabricage van kunstbloed.


Wat hebben de onderzoekers bij deze organismen veranderd om dit te bereiken?

a)

DNA

b)

bepaalde eiwitten

c)

hemoglobine

d)

ribosomen

2.

B1

Uit hoeveel DNA moleculen bestaat het chromosoom in de afbeelding?

a)

1

b)

2

c)

4

d)

8

3.

B1

In welk rijtje staan de woorden in juiste volgorde van klein naar groot?

a)

nucleotide - gen - DNA molecuul - chromosoom - genoom

b)

DNA molecuul - gen - nucleotide - chromosoom - genoom

c)

genoom - gen - nucleotide - DNA molecuul - chromosoom

d)

nucleotide - chromosoom - DNA molecuul - gen - genoom

4.

B1

Op een bepaald chromosoom ligt het gen voor het enzym mono-amine-oxydase-A (MAO-A). Dit enzym speelt een rol bij de normale afbraak van neurotransmitters, stoffen in de hersenen die de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen verzorgen. Er bestaat een genetisch defect dat de productie van het enzym MAO-A ontregelt. Gevolg daarvan zou zijn dat de stofwisseling van de neurotransmitters als serotonine, dopamine en noradrenaline in de hersenen verstoord is geraakt. Dit heeft weer tot gevolg dat er agressief gedrag optreedt. Dit agressieve gedrag treedt voornamelijk bij mannen op.

Biochemisch onderzoek bij drie onderzochte mannen leverde inderdaad bewijs voor een verstoorde neurotransmitter-huishouding.


Een gen is een drager van erfelijke informatie.

Waarvan is een gen de code?

a)

DNA

b)

een eiwit

c)

RNA

d)

een aminozuur

5.

B2

Men heeft een geraniumplant met bonte bladeren. Het allel voor bonte bladeren is dominant over dat voor egaal groene bladeren. Men wil meer van deze bont gekleurde geraniums kweken.


Bij welke van onderstaande methoden is de kans het grootst dat de nieuwe planten zulke bont gekleurde bladeren zullen hebben?

1. stekken van deze plant

2. zelfbestuiving van deze plant

3. kruisbestuiving met een andere plant met bonte bladeren.

a)

alleen methode 1

b)

alleen methode 2

c)

alleen methode 3

d)

zowel methode 2 als 3

6.

B2

Twee individuen van dezelfde soort bezitten beide voor een bepaalde eigenschap hetzelfde fenotype.

Het ene individu is voor deze eigenschap homozygoot en het andere individu is heterozygoot.

Door de nakomelingen van bepaalde kruisingen te onderzoeken, kan worden bepaald welk individu homozygoot en welk individu heterozygoot is.


Welke van onderstaande kruisingen komt hiervoor het beste in aanmerking?

a)

Beide individuen worden enkele malen met elkaar gekruist

b)

Beide individuen worden elk gekruist met een willekeurig ander individu

c)

Beide individuen worden elk gekruist met een individu dat homozygoot is voor de eigenschap veroorzaakt door de dominante allelen

d)

Beide individuen worden elk gekruist met een individu dat homozygoot is voor de eigenschap veroorzaakt door de recessieve allelen

7.

B2

Van een wilg worden 20 takken afgesneden en iedere tak wordt in een aparte pot gezet. Na enige tijd zijn 5 bij takken de bladeren kronkelig vervormd, terwijl bij de overige 15 takken de bladeren normaal gebleven zijn.

De beste verklaring hiervoor is dat

a)

het allel voor kronkelige bladeren recessief is

b)

het allel voor kronkelige bladeren tijdens dit experiment gemuteerd is

c)

voor de verschillende takken het milieu verschillend is

d)

de boom heterozygoot is voor de aanleg bladvorm, want er ontstaat een 3:1 verhouding

8.

B2

Welke bewering is of beweringen zijn juist?

1) één gen bezit de informatie voor de synthese van meerdere verschillende soorten eiwitten

2) voor een bepaalde eigenschap krijg je een allel van je vader en een allel van je moeder

a)

alleen bewering 1 is juist

b)

alleen bewering 2 is juist

c)

beide beweringen zijn juist

d)

beide beweringen zijn onjuist

9.

B3

Twee uitspraken:


Uitspraak 1: Het hebben van een erfelijke ziekte is een voorbeeld van een fenotype

Uitspraak 2: Het fenotype is altijd hetzelfde als het genotype

a)

Alleen uitspraak 1 is juist

b)

Alleen uitspraak 2 is juist

c)

Beide uitspraken zijn juist

d)

Beide uitspraken zijn onjuist

10.

B3

Op welk moment ontstaat het genotype van een mens?

a)

bij de geboorte

b)

bij de bevruchting

c)

door invloed van milieuomstandigheden

d)

op het moment dat het fenotype is bepaald

11.

B3

Van organismen die gekloond zijn kan men in het algemeen zeggen dat:

a)

de fenotypen en de genotypen onderling altijd gelijk zijn

b)

de fenotypen onderling altijd gelijk zijn

c)

de genotypen onderling gelijk zijn, maar de fenotypen kunnen verschillen

d)

de fenotypen onderling gelijk zijn, maar de genotypen onderling verschillen

12.

B3

Men vergelijkt de naalden aan één spar. De naalden zijn niet allemaal even lang.

Is bij een korte naald het fenotype anders dan bij een lange naald? En het genotype?

a)

Alleen het genotype is anders

b)

Alleen het fenotype is anders

c)

Zowel het fenotype als genotype zijn anders

d)

Fenotype en genotype zijn bij beide gelijk

13.

B4

Iemand, die in staat is zijn tong op te rollen is in het bezit van het allel R. Een persoon die zijn tong niet kan oprollen (rr) heeft twee zusters, die dit wel kunnen. Zijn beide ouders kunnen dit ook.


Welke genotypen van de ouders en de zusters zijn dan mogelijk?

a)

Ouders RR en Rr, zusters RR en/of Rr.

b)

Ouders Rr en Rr, zusters alleen RR.

c)

Ouders RR en Rr, zusters alleen Rr.

d)

Ouders Rr en Rr, zusters RR en/of Rr.

14.

B4

Sommige planten zijn niet in staat bladgroen te vormen. Dit zogenaamde albinisme berust op de aanwezigheid van een recessief allel. Bij een tabaksplant die heterozygoot is voor deze eigenschap treedt zelfbestuiving op. Er ontstaan 600 zaden. Na kieming ontstaan hieruit kiemplanten.


Hoeveel van deze kiemplanten zullen naar verwachting albino zijn?

a)

0

b)

150

c)

300

d)

600

15.

B4

Bij de fruitvlieg is het gen voor grijze lichaamskleur (G) dominant over het gen voor zwarte lichaamskleur (g).


Twee vliegen werden gekruist en kregen 158 grijze en 49 zwarte nakomelingen. Hoe is de erfelijke aanleg van deze ouders?

a)

GG en GG

b)

Gg en Gg

c)

GG en gg

d)

GG en Gg

16.

B4

Een kind van twee gezonde ouders heeft een erfelijke aandoening. Het allel voor deze erfelijke aandoening moet dus aanwezig zijn bij de ouders. De ziekte is niet X-chromosomaal.

Erft deze erfelijke ziekte dominant of recessief over of is dit niet te bepalen?

a)

dominant

b)

recessief

c)

niet te bepalen

17.

B5

Bij bananenvliegjes wordt de oogkleur o.a. bepaald door een gen gelegen in het X-chromosoom. Het allel voor rode oogkleur is dominant over het allel voor witte oogkleur.


Bij welke van de volgende kruisingen zullen alle mannelijke nakomelingen witogig zijn?

a)

heterozygoot wijfe x roodogig mannetje

b)

heterozygoot wijfje x witogig mannetje

c)

witogig wijfje x roodogig mannetje

d)

homozygoot roodogig wijfje x witogig mannetje

18.

B5

Bij de mens komt de zeldzame afwijking albinisme voor met als kenmerken o.a. witte haren en ontbreken van pigment in de iris. Het allel voor albinisme is recessief en X-chromosomaal. Een albino man en een vrouw, die heterozygoot is voor de betrokken eigenschap, krijgen kinderen.


Hoe groot is de kans dat het eerstgeboren meisje een albino is?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

100%

19.

B5

Hemofilie is een ziekte bij de mens, die veroorzaakt wordt door het recessieve allel van een gen op het X-chromosoom.

In een bepaalde familie trad deze ziekte al in enkele generaties op. Wanneer in deze familie een vader lijder aan hemofilie is en zijn vrouw noch deze ziekte heeft noch draagster is, kan de ziekte optreden bij

a)

50% van de dochters

b)

alle dochters

c)

50% van de zoons

d)

geen van de zoons

20.

B5

Het allel voor een bepaalde vorm van kleurenblindheid bij de mens is X-chromosomaal en recessief.

Hierover worden de volgende beweringen gedaan.

1 De kans dat een zoon uit een huwelijk tussen een heterozytgote vrouw en een kleurenblinde man kleurenblind is, is 100%

2 De kans dat een dochter uit een huwelijk tussen een heterozygote vrouw en een kleurenblinde man kleurenblind is, is 50%.


Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

a)

beide beweringen zijn juist

b)

alleen bewering 1 is juist

c)

alleen bewering 2 is juist

d)

beide beweringen zijn onjuist

21.

C1

De nucleotide-sammenstelling (basenvolgorde) van een DNA streng is:

TAC CGA TTA ACA CTT ATT

De basenvolgorde in het mRNA is dan:

a)

AUG GCU AAU UGU GAA UAA

b)

ATG GCT AAT TGT GAA TAA

c)

UTG GCT UUT TGT GUU TUU

d)

AUC CGU AAU UCU CAA UAA

22.

C1

Transgene organismen


Groeihormoon dat momenteel als geneesmiddel voor de mens wordt gebruikt, wordt op grote schaal gemaakt door bacteriën waaraan door genetische manipulatie menselijk DNA is toegevoegd. Dat geldt ook voor het hormoon insuline. Deze hormonen zijn zeer geschikt om via genetische manipulatie te worden geproduceerd, omdat ze beide tot een bepaalde groep stoffen behoren.


Tot welke van de volgende groepen stoffen behoren deze hormonen?

a)

eiwitten

b)

koolhydraten

c)

vetten

d)

mineralen

23.

C1

Een probleem voor de veehouders in Australië is sterfte onder het vee door het eten van bepaalde giftige bladeren. Dit treedt met name op in gebieden waar voedselschaarste heerst. Met behulp van genetische manipulatie zijn bacteriën uit het maagdarmkanaal van schapen, geiten en koeien voorzien van een gen voor een bepaald enzym. Dit enzym maakt de gifstof uit de bladeren onschadelijk. Plannen om een veldproef te doen met vee waaraan deze genetisch gemanipuleerde bacteriën zouden worden toegediend, werden door een adviescommissie afgekeurd. De commissie was bevreesd voor verspreiding van de gemanipuleerde bacteriën onder verwilderde geiten.


In de tekst staat "... een gen voor een bepaald enzym".

Hierover worden de volgende beweringen gedaan:

1 Bacteriën hebben geen kern en kunnen dus zonder genetische manipulatie geen eiwitten maken.

2 Het gen bestaat uit een eiwit dat het enzym maakt.

3 Het gen bevat de code voor het vormen van het enzym.


Welke van deze beweringen is of zijn juist?

a)

alleen 1

b)

alleen 2

c)

alleen 3

d)

alleen 2 en 3

e)

alleen 1 en 2

24.

C1

Gegeven is de volgende mRNA:


AUG CGC CAU UAU AAG UGA


Uit welke aminozuren bestaat het gevormde stukje eiwit?

a)

met-arg-his-tyr-lys-stop

b)

start-arg-his-tyr-lys

c)

met-arg-his-tyr-lys

d)

arg-his-tyr-lys

25.

C2

Onder de inwoners van het afgelegen Italiaanse bergdorpje Limone aan het Gardameer bevindt zich een groep van 46 mensen met een variant van HDL die vet (en daarmee cholesterol) sneller afvoert naar de lever dan normale HDL. Onderzoek heeft uitgewezen dat bij een voorouder uit de 18e eeuw een verandering in een gen voor een HDL-eiwit moet zijn opgetreden. Het dorpje lag lange tijd zeer geïsoleerd. Tot 1932 was er geen weg naar andere dorpen.


Hoe noem je zo'n verandering in een gen?

a)

mutatie

b)

genetische modificatie

c)

biotechnologie

d)

diploïd

26.

C2

Ook onder invloed van andere factoren dan bepaalde ultraviolette stralen kan bij de mens kanker ontstaan. Over het ontstaan van kanker wordt een aantal beweringen gedaan:


1 Radioactieve straling kan leiden tot verandering in de volgorde van de bouwstenen van het DNA waardoor kanker kan ontstaan.

2 Bepaalde chemische stoffen kunnen mutaties in het DNA veroorzaken waardoor kanker kan ontstaan.

3 Een gezonde cel kan door contact met een kankercel zelf in een kankercel veranderen.


Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

a)

alleen 1

b)

alleen 2

c)

alleen 3

d)

alleen 1 en 2

e)

alleen 2 en 3

27.

C2

Welk bewering over kanker en mutaties in het DNA is juist?

a)

Kanker veroorzaakt mutaties zodat de regeling van de celdeling niet goed verloopt

b)

Er is geen verband tussen mutaties en kanker want kanker wordt veroorzaakt door carcinogene stoffen

c)

Door kanker neemt het aantal mutaties toe zodat er een grotere kans is op een tumor

d)

Door mutaties kan kanker ontstaan

28.

C2

Hieronder staat de sequentie van een stuk RNA:


AUG CUU ACU GUG


Dit codeert voor de volgende aminozuren:


Met Leu Thr Val


Wat gebeurt er met het eiwit als de derde U van het RNA verandert in een G?

a)

niets

b)

er komt een ander aminozuur in het eiwit

c)

het eiwit wordt korter

d)

het eiwit wordt langer

29.

C3/4

In de onkruidbestrijding bestaat een nieuwe techniek. Men heeft transgene planten ontwikkeld van bijvoorbeeld maïs en suikerbiet, waarin een speciaal gen is ingebouwd.

Door dit gen zijn deze planten resistent tegen een bepaald bestrijdingsmiddel. Dit bestrijdingsmiddel doodt het onkruid dat op de akker groeit, maar doodt de transgene planten niet.


Hoe worden transgene planten ook genoemd?

a)

natuurlijk geselecteerde planten

b)

genetisch gemodificeerde planten

c)

autotrofe planten

d)

parasiterende planten

30.

C3/4

Wat gebeurt er bij recombinant-DNA-techniek?

a)

Twee verschillende organismen wisselen via plasmiden stukjes DNA uit zodat er nieuwe combinaties ontstaan

b)

Een deel van het DNA van een organisme wordt in een ander organisme gebracht

c)

Door het enzym reverse transcriptase wordt RNA omgezet in DNA. Dit DNA heeft een andere combinatie van genen

d)

Een plasmide van een bacterie wordt overgebracht in een andere cel

31.

C3/4

Transgene maïsplanten


Maïs is een belangrijk voedselgewas. Door jarenlange veredeling via kruising en selectie zijn de maiskolven steeds groter en voedzamer geworden. Een nadeel van deze veredelingsmethode is dat deze zeer veel tijd kost. Een ander nadeel is dat niet elk gewenst resultaat kan worden bereikt. Het verhogen van de weerstand tegen insectenvraat bleek bij maïsplanten via kruising en selectie niet te lukken. Hiervoor worden de volgende verklaringen bedacht:


1 Doordat maïsplanten door de wind worden bestoven, vindt overdracht van genen willekeurig plaats.

2 Een gen dat weerstand geeft tegen insectenvraat komt bij maïs van nature niet voor.


Kan 1 een juiste verklaring zijn voor het feit dat het verhogen van de weerstand van maïsplanten niet lukte via kruising en selectie? En 2?

a)

geen van beide verklaringen

b)

alleen verklaring 1

c)

alleen verklaring 2

d)

beide verklaringen

32.

C3/4

Gloeivissen (zie de afbeelding) zijn genetisch gemodificeerde zebravissen die in hun DNA een gen hebben dat afkomstig is van kwallen. Hierdoor maken zij een fluorescerend eiwit dat er bij wit of ultraviolet licht voor zorgt dat de vis oplicht in een bepaalde kleur.


Welke eigenschap van DNA zorgt ervoor dat het DNA tussen kwallen en zebravissen kan worden uitgewisseld?

a)

DNA is bij alle organismen hetzelfde opgebouwd; het heeft dezelfde vier nucleotiden

b)

Bij kwallen bevat het DNA meer nucleotiden C en A, bij vissen meer G en T

c)

DNA is enkelstrengs

d)

DNA is opgebouwd uit eiwitten