wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hartfalen deel 3 2018

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de naam van een ontstoken hartspier?

a)

Myocarditis

b)

Cardiomyopathie

c)

Bradycardie

d)

Tachycardie

2.

Als het hart klopt met een frequentie van 100 slagen per minuut dan noem je het?

a)

Bradycardie

b)

Tachycardie

3.

Het medicijn dat de hartslag en bloeddruk verlaagt ervoor zorgt dat het hart minder zuurstof nodig heeft, is de?

a)

ACE remmer

b)

Anticoagulantia

c)

Bètablokker

d)

Digitalis

4.

Het medicijn dat de pompkracht verhoogt en de hartfrequentie verlaagt, is de?

a)

ACEremmer

b)

Bètablokkers

c)

Digitalis

d)

Anticoagulantia

5.

Marcoumar is een voorbeeld van een?

a)

Bètablokker

b)

ACEremmer

c)

Anticoagulantia

d)

Digitalis

6.

Digoxine is een voorbeeld van een?

a)

ACE remmer

b)

Bètablokker

c)

Anticoagulantia

d)

Digitalis

7.

Propranolol is een voorbeeld van het medicijn?

a)

ACEremmer

b)

Bètablokker

c)

Digitalis

d)

Anticoagulantia

8.

Sintrom Mitis is een voorbeeld van het medicijn?

a)

Bètablokker

b)

ACEremmer

c)

Anticoagulantia

d)

Digitalis

9.

Bradycardie betekent dat het hart

a)

minder dan 60 x per minuut slaat

b)

meer dan 60x per minuut slaat

c)

onregelmatig is

d)

te zacht knijpt

10.

Bij het gebruik anticoagulantia?

a)

wordt het bloed dunner

b)

stolt het bloed minder snel

c)

stroomt het bloed harder

d)

is het bloed roder

11.

Acenocoumarol is een voorbeeld van een?

a)

ACEremmer

b)

Bètablokker

c)

Anticoagulantia

d)

Digitalis

12.

Bradycardie is een bijwerking dat optreedt bij het gebruik van

a)

Bètablokker

b)

ACEremmer

c)

Anticoagulantia

d)

Digitalis

13.

Cholesterol wordt verlaagd door het medicijn?

a)

Calciumantagonisten

b)

Diuretica

c)

ACEremmers

d)

Statines

14.

Een voorbeeld van een diuretica is?

a)

Adalat

b)

Capoten

c)

Furosemide

d)

Fraxiparine

15.

Een voorbeeld van een calciumantagonist is?

a)

Simvastatine.

b)

Capoten

c)

Lasix

d)

Tildiem

16.

Een voorbeeld van een cholesterol verlager is?

a)

Simvastatine.

b)

Furosemide

c)

Fraxiparine

d)

Enelapril

17.

Een witte vetachtige stof die wordt gemaakt in de lever en afkomstig is uit voeding is?

a)

Vetten

b)

Natrium

c)

Cholesterol

d)

Kalium

18.

In •verzadigde vetten als kaas, chocolade en spek zit cholesterol in de vorm van?

a)

LDL

b)

HDL

19.

Wat is de goede cholesterol?

a)

LDL

b)

HDL

20.

De functie van calciumantagonisten is?

a)

laat het bloed minder stollen.

b)

vertraagt de hartslag.

c)

vertraagd het proces van aderverkalking.

d)

Bloeddruk verlagend

21.

Een ontsteking van het hartzakje is een?

a)

Pericarditis

b)

Endocarditis

c)

Myocarditis

d)

Meningitis

22.

Een hartafwijking kun je in eerste instantie herkennen door een?

a)

ritmestoornis

b)

bleek zien

c)

ruisje

d)

geluid

23.

Hartklachten die bij vrouwen kunnen optreden en vaak niet bij mannen zijn:

a)

Duizeligheid en maagklachten

b)

Pijn op de borst

c)

Uitstraling van de pijn naar kaak, armen en rug

d)

Gejaagdheid

24.

Bij een bypass operatie wordt gebruikt.

a)

Een stent

b)

Een ader

c)

Een veertje

25.

Een ander woord voor bovendruk is:

a)

Systole

b)

Diastole

26.

Bij het meten van de bloeddruk meet je altijd de druk in de?

a)

Aders

b)

Slagaders

27.

De bloeddruk druk je uit in...….... Dit noem je mmHG.

a)

milligram kwik

b)

milicentimeter

c)

millimeter kwik.

d)

miljoen meters kwik

28.

Wat is een normale bloeddruk bij ouderen boven de 80.

a)

120/80

b)

80/120

c)

160/90

d)

200/90

29.

Bij een systolische druk wordt bedoeld,...……..van het hart

a)

Rustpauze

b)

Rustfase

c)

Knijpfase

d)

Actiefase

30.

De bloeddruk in beide armen is gelijk.

Waar of niet waar.

a)

Waar

b)

Niet waar

c)

Ik meet het op

d)

Bij mijn vriend wel