wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De Volksrepubliek China onder Mao (1949-1976)

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

In 1949 werd China...

a)

een totalitaire staat

b)

een keizerrijk

c)

een parlementaire democratie

d)

een monarchie

2.

Mao werd door de Chinezen beschouwd als...

a)

dictator

b)

Führer

c)

president voor het leven

d)

Grote Roerganger

3.

China knoopte na 1949 banden aan met...

a)

Taiwan

b)

Japan

c)

het Oostblok

d)

het Westblok

4.

Om een nieuwe samenleving op te bouwen organiseerde de overheid...

a)

politieke studiebijeenkomsten

b)

radiouitzendingen

c)

massacampagnes

d)

alle bovenstaande antwoorden

5.

Het einddoel van de landhervorming was...

a)

afrekenen met de 'vijanden van het volk'

b)

de vorming van grootschalige landbouwcommunes

c)

het onteigenen van de grond van rijke boeren

d)

de grond herverdelen onder de arme boeren en landarbeiders

6.

De Volksrepubliek kende een...

a)

kapitalistische economie

b)

markteconomie

c)

planeconomie

d)

communistische economie

7.

Welk land hielp China in de jaren 1950 met de industrialisatie?

a)

Taiwan

b)

De Sovjet-Unie

c)

De Verenigde Staten

d)

Japan

8.

Waarom is 1958 een belangrijk jaar in de geschiedenis van het moderne China?

a)

Toen werd de Volksrepubliek uitgeroepen

b)

Toen werd het eerste Vijfjarenplan ingevoerd

c)

Toen werd het tweede Vijfjarenplan ingevoerd

d)

Toen ontstonden de volkscommunes

9.

De destalinisatie...

a)

betekende het einde van de vriendschap tussen China en de Sovjet-Unie

b)

leidde tot liberalisering van de Chinese economie

c)

betekende het loslaten van het Sovjet-ontwikkelingsmodel door China

d)

betekende toenadering tot aartsvijand Taiwan

10.

Een gevolg van de Grote Sprong Voorwaarts was...

a)

hongersnood

b)

dat de Britse staalproductie werd overtroffen

c)

dat China fors industrialiseerde

d)

dat Mao een pragmatischer koers ging varen

11.

Binnen de CCP stonden in de jaren 1960 twee facties tegenover elkaar. Wie bestreden de factie van Mao?

a)

Chiang Kai-sjek en Liu Shaoqi

b)

Liu Shaoqi en Deng Xiaoping

c)

Deng XIaoping en Lin Biao

d)

De Rode Gardisten

12.

Rode Gardisten waren...

a)

aanhangers van Deng Xiaoping

b)

militairen van het Volksbevrijdingsleger

c)

scholieren en studenten die in Mao's naam alle vormen van revisionisme aanvielen

d)

de auteurs van het Rode Boekje

13.

De Culturele Revolutie leidde tot...

a)

een flinke groei van de Chinese economie

b)

het sluiten van bijna alle scholen

c)

een meer kapitalistische economische politiek

d)

meer invloed van Lao Shaoqi

14.

De Bende van Vier was...

a)

een anti-Chinees bondgenootschap onder leiding van de Verenigde Staten

b)

het kwartet leiders van de CCP

c)

het kwartet leiders van de Sovjet-Unie na de dood van Stalin

d)

een groep radicale gewelddadige communisten

15.

Prominent slachtoffer van de Culturele Revolutie was...

a)

Liu Shaoqi

b)

Deng Xiaoping

c)

Mao

d)

Jiang Qing